Soms worden startplaatsen niet lukraak gekozen maar opgehangen aan een verjaardag, zoals ook met Dole. Dat staat immers vooral bekend als geboortestek van Louis Pasteur, die er 200 jaar geleden, in 1822, het levenslicht zag. De scheikundige werd wereldberoemd als ontwikkelaar van de later naar hem genoemde pasteurisatietechniek én als de ontdekker van het vaccin tegen hondsdolheid.
...

Soms worden startplaatsen niet lukraak gekozen maar opgehangen aan een verjaardag, zoals ook met Dole. Dat staat immers vooral bekend als geboortestek van Louis Pasteur, die er 200 jaar geleden, in 1822, het levenslicht zag. De scheikundige werd wereldberoemd als ontwikkelaar van de later naar hem genoemde pasteurisatietechniek én als de ontdekker van het vaccin tegen hondsdolheid. Voor de vierde keer ontvangt Dole de Tour, na 1939, 1992 en 2017. Telkens als startplaats en telkens bracht het een Fransman geluk: de eerste keer won Maurice Archambaud de tijdrit naar Dijon, de tweede maal droeg Pascal Lino het geel en de laatste keer kraaide Lilian Calmejane cocorico aan de finish op Station des Rousses. Na de start doorkruist het peloton onder meer Arbois (al bezocht in 2014 en 2019, waar zich ook een Maison Louis Pasteur bevindt, omdat die daar leefde en werkte), Champagnole (finishplaats van de op twee na laatste rit in 2020, gewonnen door Søren Kragh Andersen) en ook Les Rousses (finish in 2017). Zo staat de Jurastreek al voor de vijfde keer in het jongste decennium op het Tourmenu. Vanaf Dole, op 204 meter hoogte, gaat het na een eerste vlakke aanloop van 30 km dan ook in trapjes gestaag bergop, tot aan kilometer 136. Met drie 'officiële' beklimmingen: de Côte de Poligny, de Côte des Rousses en de Col de Mollendruz. Geen potenbrekers, want met gemiddelde stijgingspercentages tussen drie en vijf procent. Het totale aantal hoogtemeters in deze etappe is dan ook beperkt tot ongeveer 2500. De wind zal in het merendeel van de rit vanop zij blazen, maar niet sterk genoeg voor waaiers.Wel mooie vergezichten aan het Lac de Joux, wanneer de renners Zwitserland binnenrijden. Na Denemarken, Frankrijk en België al het vierde bezochte land in deze Tour. Voor Zwitserland is het een jubileum, want voor de 25e keer steekt La Grande Boucle de grens over. Het laatste bezoek dateert van 2016, toen Peter Sagan zegevierde in Bern en Ilnoer Zakarin op de klim naar Finhaut-Emosson. In aankomstplaats Lausanne sloeg de Tour al vier keer zijn tenten op voor een finish: in 1949, 1952, 1978 en 2000.De eerste keer triomfeerde er Gino Bartali, drie jaar later was de Zwitser Walter Diggelmann voor eigen volk de beste, en de laatste tweemaal was er Nederlands succes: voor Gerrie Knetemann en Erik Dekker, die in tegenstelling tot medevluchter Mario Aerts net een sprintend peloton kon voorblijven - zijn dérde ritzege in die Tour. Het nieuwe bezoek is nu wel een pak duurder, want de stad Lausanne en het kanton Vaud betalen elk zo'n 500.000 euro om alle organisatiekosten en de vergoeding aan ASO (zo'n 300.000 euro) te dekken. De finale wordt wel spectaculair, want na 45 licht dalende kilometers, vanaf de top van de Côte de Mollendruz, knikt in Lausanne de weg de laatste vijf kilometer omhoog, waarbij de renners, na een passage aan het Olympisch Museum en het Stade Pierre de Coubertin, het Lac Léman (oftewel het Meer van Genève) rechts laten liggen. Een klim, de Côte du Stade Olympique, met een gemiddeld stijgingspercentage van 4,6 procent. Weliswaar wat vertekend, gezien een vlak en dalend middenstuk tot aan de Pont Chauderon. Daarna volgt een piek in de voorlaatste kilometer, op de Avenue de Beaulieu, tot 12 procent. In de slotkilometer, waar de wind in het nadeel zal staan, gaat het vals plat bergop (3,4 procent) tot de eindstreep, die getrokken is nabij het Stade Olympique de la Pontaise, op 604 meter hoogte. Een soortgelijk traject zoals in de ter ziele gegane koers Dwars door Lausanne, die Eddy Merckx viermaal en Herman Vanspringel één keer op hun erelijst zetten en waarvan Cadel Evans in 2001 de laatste editie won.De grote vraag: zal de vluchtersgroep van de dag het tot in Lausanne kunnen uitzingen? De kans is reëel op dit terrein, want de UAE-ploeg van Tadej Pogacar zal allicht energie sparen, en alleen controleren. Tenzij de ploegen van de punchers de achtervolging in handen nemen. Als die punchers al zelf niet meegaan in de ontsnapping, zoals Wout van Aert of Michael Matthews. De Australiër werd in Lonwy tweede achter Tadej Pogacar en had dichter kunnen eindigen als hij beter positie had gekozen. Misschien put zijn BikeExchangeteam daar het vertrouwen uit om vol voor een eindsprint in Lausanne te gaan, en zo broodnodige punten voor de WorldTourstand te sprokkelen.En misschien ziet Alpecin-Fenix daarin ook kansen voor Jasper Philipsen, die in Longwy verbazend lang meeging op de laatste twee klimmetjes. Voor Mathieu van der Poel is deze aankomst ook klaargelegd, maar dan zal het betere gevoel van vrijdag nog een stuk beter moeten worden. Voor de pure sprinters zoals Fabio Jakobsen of Dylan Groenewegen is deze aankomst sowieso te zwaar, en dus kan Van Aert weer een goede zaak doen voor het groen (al dan niet in een sprint voor de zege of een ereplaats).Maar evengoed triomfeert Tadej Pogacar voor de derde keer op rij, want met de explosiviteit die hij in Longwy in de sprint toonde, kan hij ook in Lausanne winnen.De Sloveen is nu al de eerste titelverdediger in de Tourgeschiedenis die in de eerste zeven ritten twee etappes in lijn heeft gewonnen. En kan op 24 juli ook de eerste eindwinnaar worden die datzelfde heeft gerealiseerd sinds Gino Bartali in 1948 de eerste en de zevende rit op zak stak. De Italiaan schreef in die editie ook de achtste etappe op zijn naam. Drie op acht: dat kan Pogacar in Lausanne dus ook evenaren, als hij in Parijs effectief op het hoogste podium staat. Maar dan moet hij wel nog definitief afrekenen met de aanklampende Jonas Vingegaard.