Na de rustdag in Andorra (de derde in de Tourgeschiedenis na 1964, 1993 en 2016) beginnen de renners aan de laatste week. Heel vaak in de laatste 30 Touredities, sinds het begin van het tijdperk van Miguel Indurain in 1991, lagen de verhoudingen in het algemeen klassement dan al vast: slechts zes renners gaven het leidersshirt na de tweede rustdag nog uit handen: Jan Ullrich in 1998, Thomas Voeckler in 2004 en 2011, Michael Rasmussen in 2007, Fränk Schleck in 2008 en - opvallend - in de laatste twee edities: Julian Alaphilippe in 2019 en Primoz Roglic in 2020, in de slotdagen overvleugeld door respectievelijk Egan Bernal en Tadej Pogacar.
...

Na de rustdag in Andorra (de derde in de Tourgeschiedenis na 1964, 1993 en 2016) beginnen de renners aan de laatste week. Heel vaak in de laatste 30 Touredities, sinds het begin van het tijdperk van Miguel Indurain in 1991, lagen de verhoudingen in het algemeen klassement dan al vast: slechts zes renners gaven het leidersshirt na de tweede rustdag nog uit handen: Jan Ullrich in 1998, Thomas Voeckler in 2004 en 2011, Michael Rasmussen in 2007, Fränk Schleck in 2008 en - opvallend - in de laatste twee edities: Julian Alaphilippe in 2019 en Primoz Roglic in 2020, in de slotdagen overvleugeld door respectievelijk Egan Bernal en Tadej Pogacar.In deze etappe zal de geletruidrager zonder pech allicht niet in de problemen komen. Vooral vroege vluchters zullen zich tot de finish kunnen uitleven. Na de onuitgegeven start in Pas de la Case (of El Pas de la Casa), een wintersportoord net op de grens met Frankrijk, dalen ze eerst een stuk van de Port d'Envalira af. Daarna volgen drie beklimmingen, met telkens een flink stuk vallei ertussen: de Col de Port (17 km aan 4,6%), de Col de la Core (14 km aan 6,3%) en de Col de Portet-d'Aspet (5,4 km aan 7,1%). Na de laatste top ligt de finish een dertigtal, veelal vlakke, kilometers verderop, in Saint-Gaudens. Dicht bij het voormalige Circuit Automobile de Comminges, waar in 1952 eenmalig een F1-manche plaatsvond - weliswaar een GP die niet meetelde voor het kampioenschap.In die gemeente in het departement Haute-Garonne arriveerde de Tour voor het laatst in 1999. Toen won de 33-jarige Dmitri Konysjev, als snelste van een vluchtersgroep. In de jaren erna diende Saint-Gaudens nog driemaal als een départ, onder meer in de rit naar Plateau de Beille in 2011, die Jelle Vanendert op zijn naam schreef. 35 jaar eerder was Saint-Gaudens ook het beginpunt van de etappe naar Pla d'Adet, waar Lucien Van Impe de basis van zijn eindzege in de Tour van 1976 legde.Twee andere Belgen bewaren ook goeie herinneringen aan de gemeente in de regio Occitanië: in 1968 behaalde de 21-jarige Georges Pintens er zijn enige ritzege in de Tour, nota bene tijdens zijn debuut in een grote ronde. Acht jaar later, in 1976, 'won' Willy Teirlinck in Saint-Gaudens. Al kwam hij na een tumultueuze sprint, waarin wereldkampioen Hennie Kuiper zwaar viel, niet als eerste over de finish. Wel Régis Ovion, maar de Franse ex-wereldkampioen bij de amateurs moest later in die Tour zijn overwinning afgeven wegens een positieve dopingcontrole.Ook grote namen in de Tourgeschiedenis sieren de erelijst van Saint-Gaudens: zo soleerde Luis Ocaña er in 1970 naar zijn eerste etappezege en trok Tom Simpson er in 1962 als eerste Brit ooit de gele trui aan. De meest memorabele rit vond echter plaats in 1950, toen Gino Bartali zegevierde aan de boorden van de Garonne. Weliswaar na veel tumult onderweg. De Italiaan beweerde dat chauvinistische Fransen hem tijdens de beklimming van de Aspin hadden bedreigd met een mes, nadat hij samen met Jean Robic was gevallen. Een gevolg van het anti-Italiaanse sentiment dat in Frankrijk heerste. In de Tour van 1949 hadden Italiaanse wielerfans, bij een doortocht door Aosta, immers de Franse renners belaagd.Hoewel Bartali na zijn val nog terugkeerde én uit pure razernij won in Saint-Gaudens, stapte hij die avond met de hele Italiaanse ploeg uit de Tour. Inclusief Fiorenzo Magni, die net het geel had veroverd. Ook Tourdirecteuren Jacques Goddet en Félix Lévitan konden Gino De Vrome niet overtuigen. Die had, zo werd ook gefluisterd, nog een andere reden. Hij wilde niet werken voor de nieuwe leider Magni, die tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn fascistische sympathieën voor onder meer Benito Mussolini niet had weggestoken en in 1946 zelfs geschorst, vervolgd en later wel vrijgesproken werd voor zijn vermeend aandeel bij de dood van Italiaanse partizanen. Of hoe ook politieke overtuigingen de Tourgeschiedenis hebben bepaald.