Najaar 2010. Christian Prudhomme is volop bezig met de laatste hand te leggen aan het Tourparcours van 2011. Een van de laatste hiaten: een startplaats voor een etappe over de Galibier, richting Alpe d'Huez. Thierry Gouvenou, dan nog koersregulator bij ASO, stelt Modane voor. Al maakt hij meteen de opmerking: dan zal de afstand slechts 109 kilometer bedragen. Op de ingekorte etappe naar Sestriere in 1996 na zelfs de kortste tocht in het hooggebergte sinds 1989.
...

Najaar 2010. Christian Prudhomme is volop bezig met de laatste hand te leggen aan het Tourparcours van 2011. Een van de laatste hiaten: een startplaats voor een etappe over de Galibier, richting Alpe d'Huez. Thierry Gouvenou, dan nog koersregulator bij ASO, stelt Modane voor. Al maakt hij meteen de opmerking: dan zal de afstand slechts 109 kilometer bedragen. Op de ingekorte etappe naar Sestriere in 1996 na zelfs de kortste tocht in het hooggebergte sinds 1989.Dat vindt Prudhomme echter een goed idee. Hij wil het voorbeeld van de Vuelta volgen. Een geslaagde zet, want op weg naar Alpe d'Huez is er van meet af aan spektakel te zien. Met bovendien een Franse winnaar: Pierre Rolland. Sindsdien, ook wanneer Gouvenou in 2014 parcoursbouwer wordt, zijn die korte bergritten vaste kost, meestal per twee of drie zelfs. Dit jaar is dat niet anders. Na Le Grand Bornand (151 km) en Tignes (145 km) in de Alpen volgt de op één na kortste etappe van deze editie: 130 km richting Luz Ardiden.Met start op de Place de Verdun in Pau, dat zijn jaarlijks Tourabonnement sinds 2014 weer verlengd heeft. Een tachtigtal relatief vlakke kilometers verder ligt de Col du Tourmalet, aangesneden vanaf Sainte-Marie-de-Campan (17,3 km aan 7,6%). Bestempeld als de 'makkelijkste' kant, aangezien de eerste 5 km slechts 4 à 5% stijgen. Voor en na het skidorp La Mongie (na 12 km) duiken de stijgingspercentages wel niet meer onder de 9%.Na de Tourmalet, waar de eerste renner de Souvenir Jacques Goddet krijgt, volgt de duikvlucht naar de wondermooie Pont Napoléon in Luz-Saint-Sauveur. Daar wacht wat verder de slotklim naar skistation Luz-Ardiden: 13,3 km aan 7,4%. Vooral vanaf het postkaartdorpje Grust, na 4 km, en de start van de haarspeldbochten, gaat het steviger bergop. Geschikt voor klimmers: de bochten zijn immers vrij vlak, zoals op Alpe d'Huez, maar de stukken ertussen heel steil. Boven de boomgrens is het zicht voor de wielerfans op de onderliggende bochten ook spectaculair. Al zullen de klassementsrenners minder genieten. Met drie weken Tour en de Tourmalet in deze rit in de benen - in totaal 3380 hoogtemeters - kunnen de meest frisse hier grote verschillen maken.Let intussen ook op de vele Basken, want dit is hun col in de Franse Pyreneeën. Van de acht keer dat de Tour er arriveerde, zagen zij vijfmaal een Spanjaard winnen: in 1985 Pedro Delgado, in 1988 Laudelino Cubino (die er ook in de Vuelta van 1992 de beste klimmer was), in 1990 Miguel Indurain, in 2001 Roberto Laiseka en in 2011, bij de laatste aankomst, Samuel Sánchez, voor Jelle Vanendert.Niet-Spaanse winnaars op Luz Ardiden (in de Tour en ook in andere koersen): Dag Otto Lauritzen in 1987, Leontien van Moorsel in de Tour Cycliste Féminin van 1992 en 1993, Richard Virenque in 1994 (op weg naar zijn eerste etappezege en bolletjestrui in de Tour), Laurent Jalabert in de Vuelta van 1995 en de intussen geschrapte Lance Armstrong in 2003. Na veel drama: The Boss viel op de klim, nadat hij met zijn remgreep aan een geel etenszakje van een zwaaiend jongetje had gehaperd. Armstrong reed immers vaak (te) dicht bij de toeschouwers, om meer beschut te zijn tegen de wind. Een fout waarvoor ploegleider Johan Bruyneel hem al vaker had gewaarschuwd, en die hem nu bijna fataal werd.Ging toen ook tegen de grond: Iban Mayo, van wie LA vond dat hij nog 'dirtier' was dan hij, op vlak van doping. Veel meer respect had Armstrong voor Jan Ullrich. Die hield na de val sportief in, waardoor de Amerikaan, tjokvol adrenaline, kon terugkeren én nog won. Armstrong zette de Duitser zelfs op 40 seconden en bouwde zijn voorsprong na die vijftiende rit uit tot ruim een minuut. Op de bus was de dan viervoudige Tourwinnaar nooit zo uitgelaten: "No one trains like me! No one rides like me! This fucking jersey's mine! I live for this jersey! It's my life!", riep hij. Een leven dat helaas (deels) op bedrog was gebaseerd.