Een tijdrit op de voorlaatste of op twee na laatste dag, tot 2012 was het vaste kost in de Tour. In 2013, 2015 en 2016 werd echter voor een andere parcoursopbouw gekozen, met veel minder kilometers tegen de klok en één of twee tijdritten eerder in de Tour. Vanaf 2017 vond Christian Prudhomme zo'n chronoproef op de laatste zaterdag toch weer een goeie formule. In deze editie zelfs voor de vierde keer in vijf jaar: na 2017 (Marseille), 2018 (Espelette) en 2020 (La Planche des Belles Filles). Alleen in 2019 werd de enige ITT (Pau) al op de dertiende racedag geprogrammeerd.
...

Een tijdrit op de voorlaatste of op twee na laatste dag, tot 2012 was het vaste kost in de Tour. In 2013, 2015 en 2016 werd echter voor een andere parcoursopbouw gekozen, met veel minder kilometers tegen de klok en één of twee tijdritten eerder in de Tour. Vanaf 2017 vond Christian Prudhomme zo'n chronoproef op de laatste zaterdag toch weer een goeie formule. In deze editie zelfs voor de vierde keer in vijf jaar: na 2017 (Marseille), 2018 (Espelette) en 2020 (La Planche des Belles Filles). Alleen in 2019 werd de enige ITT (Pau) al op de dertiende racedag geprogrammeerd.In tegenstelling tot de laatste jaren, toen minstens één helling of langere beklimming in het parcours lag, gaat het nu om een zo goed als vlakke tijdrit, met slechts 238 hoogtemeters over 30,8 kilometer. Een chronoproef die leest als een wijnkaart, met start in Libourne, de aankomstplaats van de vorige etappe, een tijdsopname in Pomerol, passages in Chevrol en Lussac, plus een finish in Saint-Emilion. Met dus ook schitterende beelden van renners die op hun tijdritbolide langs de wijngaarden en de kastelen zoeven, sinds 1999 ook opgenomen op de Unesco Werelderfgoedlijst.Een opsteker voor de negenhonderd wijnbouwers in de streek, en vooral voor het toerisme, dat vorig jaar door de coronapandemie bijna werd drooggelegd. Bernard Lauret, burgemeester van Saint-Émilion, zag in het hele jaar 2020 bijvoorbeeld slechts 120 toeristenbussen met wijnliefhebbers zijn gemeente bezoeken, het jaar ervoor waren dat er nog 2400...De 1900 Saint-Emilionnais mogen zo voor het eerst sinds 1996 de Tour verwelkomen. Toen eindigde er ook een tijdrit, met de pas 22-jarige Jan Ullrich als triomfator. Hij was over liefst 63,5 kilometer 56 seconden sneller dan de onttroonde Miguel Indurain. Voor de Spanjaard was het zelfs zijn allerlaatste Tourtijdrit, twee weken voor zijn olympische titel in Atlanta, en twee maanden voor zijn allerlaatste race, de dertiende etappe van de Vuelta naar Lagos de Covadonga, waarin hij opgaf. Voor Ullrich betekende die tijdrit de echte start van zijn veelbesproken carrière. Met zijn tweede profzege (van de in totaal 34, na zijn Duitse tijdrittitel in 1995) stelde hij zijn tweede plaats in het eindklassement veilig, na Telekomploegmaat Bjarne Riis.Veertien jaar later vond opnieuw een race tegen de klok plaats in de wijnstreek van Bordeaux, richting Pauillac. Een kolfje naar de hand van Fabian Cancellara, die vreemd genoeg dan pas zijn tweede en laatste lange chronoproef (52 km) in de Tour won (na die in 2008 in Saint-Amand-Montrond, na diskwalificatie van dopingzondaar Stefan Schumacher).Met enorme verschillen: Tony Martin eindigde wel als tweede op 17 seconden, maar de derde, Bert Grabsch, was al 1 minuut en 48 seconden trager dan Spartacus. David Zabriskie, als víjfde, moest exact 3 minuten toegeven. En de later geschrapte geletruidrager Alberto Contador kreeg bijna 6 minuten aan zijn broek, een half minuutje minder dan de latere officiële eindwinnaar Andy Schleck.Reden: de tegenwind die in de loop van de dag feller werd. Daar kon Cancellara van profiteren, want hij startte nog voor de middag, waardoor hij samen met Martin als enige de kaap van de 50 kilometer per uur rondde (51,2 km/u).Allicht zullen de toppers die grens ook in deze tijdrit overschrijden, want hoewel er tussen Libourne en Saint-Emilion een U-vorm wordt gereden met zo'n twaalftal haakse bochten, kunnen ze meestal blijven vlammen op lange rechte stukken. Specialistenwerk dus, al zullen de verschillen tussen de podiumkandidaten allicht minder groot uitvallen dan in de slottijdrit vorig jaar op La Planche des Belles Filles. Toen reed Tadej Pogacar 1'21 sneller dan Tom Dumoulin en 1'56 rapper dan Primoz Roglic, die zo het geel kwijtraakte. Christian Prudhomme hoopt op een nieuwe aardverschuiving, maar evengoed bevestigt de geletruidrager zijn dominantie.