169 km, zoveel bedroeg de gemiddelde afstand van de eerste vijf ritten in lijn. Daar doet parcoursbouwer Thierry Gouvenou op deze zevende Tourdag liefst 79 km bij. De langste etappe sinds de twintigste rit in 2000, van Belfort naar Troyes (254,5 km). Eindigend op een massasprint die niet toevallig gewonnen werd door kilometervreter Erik Zabel, voor Robbie McEwen en Jeroen Blijlevens.
...

169 km, zoveel bedroeg de gemiddelde afstand van de eerste vijf ritten in lijn. Daar doet parcoursbouwer Thierry Gouvenou op deze zevende Tourdag liefst 79 km bij. De langste etappe sinds de twintigste rit in 2000, van Belfort naar Troyes (254,5 km). Eindigend op een massasprint die niet toevallig gewonnen werd door kilometervreter Erik Zabel, voor Robbie McEwen en Jeroen Blijlevens.Gouvenou gebruikt zo hetzelfde patroon als in 2018 en 2019, toen de zevende rit ook de langste van de Tour was: respectievelijk 231 km (richting Chartres) en 230 km (richting Chalon-sur-Saône). Weliswaar met één wezenlijk verschil: die sprintetappes waren oersaai, telkens met Dylan Groenewegen als winnaar. Deze keer moet een veel heuvelachtigere rit (in totaal 2800 hoogtemeters) en vooral een geaccidenteerde finale tot animo leiden. Na 225 km krijgen de renners immers de Signal d'Uchon voor de wielen geschoven. Een 681 meter hoge bult in het licht glooiende landschap van het massief van de Morvan (Uchon is dan ook een afgeleide van het Keltische uxello, wat 'hoog' betekent). Boven op de top zou je bij helder weer zelfs de Puy-de-Dôme moeten zien liggen. De Morvan is dan ook een uitloper van het Centraal-Massief.De weg is amper twee meter breed, in totaal 5,7 km lang en stijgt gemiddeld 5,7 procent. Dat cijfer is echter bedrieglijk. Na de eerste 3 km aan 4 tot 6 procent volgt een korte afdaling, daarna een kilometer aan 9,4 procent en een toetje van 700 meter aan 13,1 procent gemiddeld, met een piek tot 18 procent. De top van de klim, waar ook bonusseconden te verdienen zijn, ligt op 18 km van de eindstreep in Le Creusot.Deze klim, die ook bekendstaat als de Mont Julien of La Perle du Morvan, is een primeur in de Tour, maar niet in Parijs-Nice. Daar lag die al op het parcours in 1966, in de tweede rit met aankomst in Montceau-les-Mines. Raymond Poulidor had van Louis Gauthier, een ex-renner uit de streek, de raad gekregen om un petit braquet op zijn fiets te laten monteren. Poupou luisterde en kwam als eerste boven. Veel andere renners moesten op de steilste stroken afstappen. Nadien kwam echter alles weer samen en won Vittorio Adorni in Montceau-les-Mines de groepssprint voor Rik Van Looy.Het naburige Le Creusot, de aankomstplaats van deze rit, was in die jaren 60, maar ook in de volgende twee decennia, een vaak voorkomende aankomstplaats in Parijs-Nice, en vooral in de Dauphiné Libéré. Met grote Belgische namen op de erelijst: Freddy Maertens won er in 1975, Eric Leman in 1971 en Herman Vanspringel in 1966. Tussenin was Eddy Merckx in Le Creusot de snelste in de tweede rit van Parijs-Nice in 1969, ruim twee jaar voor hij er op 15 mei 1971 zijn 200e profzege behaalde, in het Critérium des Grimpeurs.De Tour hield er pas in 1998 voor het eerst halt, voor een tijdrit op de voorlaatste dag, met start in Montceau-les-Mines. Jan Ullrich reed er Bobby Julich op één minuut en Marco Pantani op ruim tweeënhalve minuut. Voor Il Pirata een knalprestatie, op dat 53 kilometer lange parcours. Meer dan voldoende om van zijn zes minuten voorsprong op Ullrich er nog ruim drie over te houden in het algemene klassement en in Parijs zijn eerste en enige eindzege te vieren. Acht jaar later, in de Tour van 2008, werd het parcours omgekeerd. Weer voor een tijdrit, deze keer met Oekraïner Sergej Gontsjar als snelste tempobeul.In deze gewone etappe zullen vooral dezelfde namen als in de eerste twee etappes naar voren komen: punchers en klassementsrenners met een sprint in de benen, want na de top op 18 km zal misschien nog een grotere groep samensmelten. Leuk detail: op 2 juli 2011 won Philippe Gilbert als Belgisch kampioen de openingsetappe van de Tour op de Mont des Alouettes. Wint er exact een decennium later nog eens een Belg?