Zoals parcoursbouwer Thierry Gouvenou de sprintersritten qua afstand inperkte, zo bouwt hij ook voort op de trend van de voorbije jaren met bergetappes van een stuk onder de 200 km. In deze Tour klimt, zoals ook in de editie van 2020, geen enkele bergrit boven die grens (al komt die over de Mont Ventoux, met 199 km, wel dichtbij). De zes etappes in het hooggebergte zijn gemiddeld zelfs slechts 165 km lang, onder meer door deze korte tocht van 145 km, goed voor 4226 hoogtemeters.
...

Zoals parcoursbouwer Thierry Gouvenou de sprintersritten qua afstand inperkte, zo bouwt hij ook voort op de trend van de voorbije jaren met bergetappes van een stuk onder de 200 km. In deze Tour klimt, zoals ook in de editie van 2020, geen enkele bergrit boven die grens (al komt die over de Mont Ventoux, met 199 km, wel dichtbij). De zes etappes in het hooggebergte zijn gemiddeld zelfs slechts 165 km lang, onder meer door deze korte tocht van 145 km, goed voor 4226 hoogtemeters.Zo blijft ook elke rit onder de 4500 hoogtemeters. Een contrast met de Giro, waar in de monsteretappe over onder meer de Passo Pordoi liefst 5700 hoogtemeters overwonnen moesten worden. Het totaalaantal hoogtemeters in deze Tour blijft ook steken op ruim 47.000, het op één na minste van de laatste tien edities. Ter vergelijking: vorig jaar telde La Grande Boucle bijna 59.000 hoogtemeters. Toen lagen er ook een recordaantal cols van tweede categorie of meer (29) op het parcours. Deze keer zijn dat er 27, maar slechts vier buiten categorie, het kleinste aantal sinds 2009.In deze rit worden de renners na de start in Cluses 5 van die 27 beklimmingen voorgeschoteld. Met eerst de Côte de Domancy (2,5 km aan 9,4%), bekend van het WK-parcours waar Bernard Hinault in 1980 wereldkampioen werd. Vervolgens de Col de Saisies (9,4 km aan 6,2%) en dan de Col du Pré (letterlijk: weide, grasland): 12,6 km aan 7,7%, maar zeer onregelmatig, met 5 km aan meer dan 9%. Bovendien op een smalle weg met liefst 26 haarspeldbochten, slingerend van schuur naar schuur. In dit Massif du Beaufortain zal de tv-helikopter weer verbluffende plaatjes kunnen schieten van het kunstmatige meer en de Barrage de Roselend, een stuwdam waar de renners na de top van de Col du Pré over zullen rijden. Om 7 km later aan het laatste deel van de Cormet de Roselend te beginnen (5,7 km aan 6,5 %). Bemerk: niet Cól de Roselend (een dorpje bij het meer), maar Cormet, een dialectwoord voor col. De gevaarlijke afdaling ervan, richting Bourg-Saint-Maurice, zal eeuwig verbonden blijven met Johan Bruyneel, die er in de Tour van 1996 in het ravijn tuimelde.Vanaf Bourg-Saint-Maurice gaat het weer langzaam omhoog, richting skistation Tignes: een slotklim van 21,5 kilometer aan 5,6 procent. Gelegen op 2113 meter hoogte, als een van de vier beklimmingen in deze Tour die de kaap van de 2000 meter ronden. Aangezien de zwaarste obstakels in deze rit vrij verspreid liggen en de stijgingspercentages ook vrij beperkt zijn, zullen grote offensieven allicht uitblijven. Pogacar en co zullen zich mogelijk pas roeren in de laatste zes kilometer bergop richting Tignes, waarvan twee kilometer negen procent omhoog knikken. De top is wel niet de aankomst, want die ligt twee kilometer erna, wat mogelijk tot tactische spelletjes en misschien zelfs een sprint van een beperkt groepje kan leiden. Maar misschien blijft ook er ook een eenzame vluchter voorop, zoals in 2007, toen Michael Rasmussen een fameuze raid afrondde en met een voorsprong van liefst 2'47 op eerste achtervolger Iban Mayo. Goed voor de gele trui, die de Deen pas zou moeten afstaan na zijn ritzege op de Col d'Aubisque. Zijn Rabobankploeg zette hem toen uit de Tour, wegens vermeende leugens over zijn whereabouts tijdens trainingsstages in aanloop naar de Ronde van Frankrijk.Deze aankomst in Tignes was eigenlijk gepland voor 2019, maar die viel weg toen een aardverschuiving in de afdaling van de Col de l'Iseran het peloton te voet stelde en de rit onderbroken werd. Tourbaas Christian Prudhomme beloofde terug te keren en hield woord. Als extra beloning voor de plaatselijke hoteluitbaters zullen de renners hier ook de eerste rustdag doorbrengen - al zal dat op 2000 meter hoogte niet voor de beste nachtrust zorgen. Opmerkelijk: door deze aankomst en de slechts twee Alpenetappes mijdt de Tour voor het eerst sinds 1976 drie jaar op rij Alpe d'Huez.