1) De tactisch slimme Alaphilippe

Ja, hij was duidelijk de sterkste, en het speerpunt van (alweer) een superploeg, met 'meesterknechten' Yves Lampaert, Zdenek Stybar en Philippe Gilbert die zich opofferden voor de topfavoriet. Maar Julian Alaphilippe pakte het ook táctisch zeer slim aan en hield - niet vanzelfsprekend voor de hyperkinetische Fransman -, op elk moment het hoofd koel.
...

Ja, hij was duidelijk de sterkste, en het speerpunt van (alweer) een superploeg, met 'meesterknechten' Yves Lampaert, Zdenek Stybar en Philippe Gilbert die zich opofferden voor de topfavoriet. Maar Julian Alaphilippe pakte het ook táctisch zeer slim aan en hield - niet vanzelfsprekend voor de hyperkinetische Fransman -, op elk moment het hoofd koel.Toen hij, na zijn aanval op de Poggio, gelanceerd door zijn ploegmaats, een schakelprobleem had en zich vlak voor de top rustig liet uitzakken. Toen hij in de afdaling achteraan bleef hangen en geen druppel energie verspilde. Toen hij Peter Sagan en Wout van Aert eerst het gat liet dichten op Matteo Trentin na diens aanval in de laatste twee kilometer, en dan zelf gevat op Matej Mohoric reageerde. Toen hij zich vervolgens slim in het wiel zette van Sagan toen die op 600 meter van de finish domweg de leiding nam. En toen hij de Slovaak in de sprint verraste door links van hem weg te flitsen.Sterk, maar dus ook slim, elke move perfect getimed. En net dat is de grootste vooruitgang die de voorheen te onrustige Alaphilippe heeft gemaakt. "Ik heb geleerd uit mijn fouten", zei hij niet toevallig.Zijn balans dit seizoen: 7 overwinningen op 22 koersdagen, of 32 procent. Nu al is hij dé renner van het voorjaar. En dan moeten de Waalse klassiekers, die de Franse alleskunner in principe nog beter moeten liggen, nog komen.Sinds 2006 was het geleden dat Patrick Lefevere met zijn team de Primavera had gewonnen. Filippo Pozzato kwam toen solo over de finish, met een kleine voorsprong op een achtervolgende groep, waarin toenmalig wereldkampioen Tom Boonen naar een vierde stek sprintte - óók met de armen in de lucht, dolblij voor zijn ploegmaat.Tóén al huldigde Lefevere het 'vincere insieme'-moto, samen winnen, zoals hij dat al in de jaren negentig bij Mapei en ervoor bij GB-MG predikte. Lefevere haalt vaak de anekdote aan van 1993, toen hij de spurter Johan Museeuw, overgestapt van Lotto, met de Italiaanse vedette Mario Cipollini moest verzoenen. In de eerste koers van het jaar, de Ronde van de Middellandse Zee, liet hij de Belg meteen de sprint aantrekken voor Cipollini. Resultaat: twee klinkende zeges, waarna mooie Mario in Parijs-Nice zelf de sprint aantrok voor Museeuw, en die ook een etappezege pakte.'The Wolfpack', het principe bestond al in 1993, en vandaag, 26 jaar later, dansen Lefeveres wolven nog altijd, als een collectief, onverwoestbaar blok.Twee: het aantal landgenoten dat na de laatste (echte) Belgische zege in Milaan-Sanremo, van Fons De Wolf in 1981, als tweede waren gefinisht tot voor de jongste editie: Eric Vanderaerden in 1987 en Tom Boonen in 2010.Voegde zich daar zaterdag bij: Oliver Naesen, voor het eerst op een podium van een monument, en meer tevreden dan ontgoocheld. Julian Alaphilippe was in de sprint immers duidelijk te sterk, gaf hij ootmoedig toe. Allerminst verrassend niettemin na wat Naesen al in Parijs-Nice bergop had laten zien.Bovendien deze keer in een vluchtersgroep met de grootste renners van deze generatie, vol met ex- of huidige wereld-, Europees, of Tourkampioenen, bij de elite of de jeugd. Kwiatkowski, Sagan, Valverde, Nibali, Trentin, Dumoulin, Matthews: Naesen ging hen allemaal vooraf. Als een renner die vier jaar geleden, op zijn 24e, nog voor opleidingsploeg Topsport Vlaanderen-Baloise reed, nadat hij te veel van het studentenleven had geproefd en hamburgers had gegeten.Nu lijkt Naesen, na het vorige pechjaar vol valpartijen, definitief klaar om in het allergrootste werk te schitteren, ook straks in de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix.Hij was de enige renner uit de top 30, naast wereldkampioen Alejandro Valverde, die Milaan-Sanremo niet had voorbereid in Parijs-Nice of Tirreno-Adriatico, maar via een trainingsstage. Toch ging Wout van Aert, in zijn pas dérde wegkoers van het seizoen (na de Omloop en de Strade Bianche), met de besten mee over de Poggio, en eindigde hij nog als zesde in de sprint. Er had zelfs misschien meer ingezeten als hij nog meer had gepokerd en niet naar Trentin was gesprongen.Niettemin een knaldebuut voor de drievoudig wereldkampioen veldrijden: het beste debuut voor een Belg in de Primavera sinds Eric Vanderaerden in 1983, toen die als 21-jarige neoprof vierde werd. Van Aert is nu drie jaar ouder, maar wel de enige renner jonger dan 25 in de kopgroep samen met Matej Mohoric. En die reed al zijn derde Milaan-Sanremo.De bevestiging van het immense talent van de Kempenaar, nadat die - niet te vergeten - een bijna vollédige crosswinter heeft afgewerkt. Als Van Aert de komende weken die lijn doortrekt, is de kans groot dat hij zijn pad steeds meer zal verleggen van het veld naar de weg. Wie weet wat er dán mogelijk is.Het veldrijden blijft niettemin een uitstekende leerschool voor jonge renners, zo bleek ook uit de top 10 van de Primavera: Alaphilippe (1e) en Sagan (4e) veroverden in 2010 en 2008 zilver op het WK cyclocross voor junioren, Trentin (10e) werd in 2007 Italiaans juniorenkampioen in het veld, en de successen die Van Aert (6e) als crosser heeft opgestapeld zijn u bekend.En dan moest Mathieu van der Poel nog de GP Denain, op zondag, domineren. Weliswaar tegen een beperkt deelnemersveld, maar wel als eerste regerende wereldkampioen veldrijden die een UCI-koers (categorie 1HC of hoger) in het voorjaar wint sinds... Roger De Vlaeminck in 1975. Die schreef toen wel het veel prestigieuzere Parijs-Roubaix op zijn naam, een kleine drie maanden na zijn enige wereldtitel bij de profs in de cross, in Melchnau.In tegenstelling tot sommige mediaberichten (klakkeloos overgenomen van L'Equipe of La Gazzetta dello Sport) zette Michal Kwiatkowski géén nieuwe recordtijd neer op de Poggio. Zijn Strava-account meldt inderdaad een tijd van 5'41'', maar die tijd werd niet geklokt aan het begin- en eindpunt van de klim waar de tijden van de vorige snelste tijden werden opgenomen (toen Strava niet eens bestond).Die punten zijn respectievelijk: het afslaan van de Via Aurelia naar rechts, en op de top, bij de bocht naar links, richting de afdaling. De tijd van Kwiatkowski, die als tweede de Poggio opdraaide en als eerste de afdaling indook, tussen die punten: 5'50''.Dat is vier seconden tráger dan het record van Laurent Jalabert en Maurizio Fondriest in 1995, die op diezelfde punten 5'46'' klokten - we hebben het gecontroleerd op YouTube. Waarom vermeldt de Strava-account van Kwiatkowski dan een snellere tijd? Omdat het Stravasegment begint even voorbíj het afslaan van de Via Aurelia, en eindigt net vóór de bocht naar links richting de afdaling (omdat de weg dan afvlakt). Het verschil tussen 5'41'' (wel record) en 5'50'' (geen record).Milaan-Sanremo wordt bestempeld als de sprintklassieker, maar voor het derde jaar op rij kon één renner, of een groep, voorop blijven na een aanval op de Poggio. Vorig jaar had dat nog te maken met het tactische spel achter Nibali, in 2017 en vorige zaterdag (na een rustige beklimming van de Cipressa) door twee supersnelle bestormingen van de bult in Sanremo. Geen toeval: het hedendaagse wielrennen is steeds meer een sport geworden van enkele minuten superhard knallen op bepalende momenten, iets wat - ook niet toevallig - veldrijders als geen ander kunnen.Dat sneed de adem van de sprinters en hun helpers af (sinds vorig jaar bestaan teams niet meer uit acht, maar uit zeven renners). Kristoff, Gaviria, Bennett, Ewan, Démare en co kwamen zo binnen op 27 seconden van Alaphilippe. Een illusie armer. Ook voor toekomstige edities?Hij was na zijn ziekte, waardoor hij al dan niet vier kilogram had verloren, beter dan verwacht, zei Peter Sagan. Maar nog niet top. Nochtans was het de Slovaak die op de Poggio de eerste kloof met Alaphilippe dichtte, en in het wiel van Kwiatkowski als eerste bovenkwam.En zonder zijn tactische blunders in de slotkilometer had hij minstens op het podium gestaan, in plaats van vierde te worden. Nu nam Sagan op 600 meter van de eindstreep zélf de leiding, waardoor hij op kop de sprint moest inleiden.Bovendien liet hij zich daarna op rechts afleiden door Valverde, waardoor Mohoric en Alaphilippe hem links konden passeren. Hij raakte zo ingesloten, en kon de achterstand in de laatste 100 meter niet meer kon goedmaken, terwijl Sagan die nochtans als snelste had afgelegd.Had hij Alaphilippe kunnen kloppen? Misschien. Feit is dat de Slovaak stilaan met een Milaan-Sanremo-complex zit opgezadeld. Sinds 2015 sprintte Sagan in klassiekers en kampioenschappen 18 keer om de zege in een groepje van minstens twee renners. Balans: 9 zeges op 18 sprinten. Straf, maar van de 9 nederlagen leed hij er liefst 4 aan de Bloemenrivièra (4e in 2015, 12e in 2016, 2e in 2017 en 4e in 2019).Anderzijds was zijn prestatie, na zijn ziekte, zeer hoopgevend voor de komende wedstrijden, van de E3 Harelbeke tot minstens de Amstel Gold Race (en misschien ook Luik-Bastenaken-Luik). Hoezeer Sagan het ook haat: hij wordt alweer de totempaal waarrond iedereen zal draaien.Pas 42e, het is al van 2012 geleden dat Greg Van Avermaet zo ver eindigde in de Primavera. Verbazend genoeg niet mee in de kopgroep met alleen maar punchers. GVA liet naar eigen zeggen nochtans recordwaardes qua wattage noteren op de Poggio, maar zat bij het begin van de klim te ver, kon niet meer opschuiven door het moordende tempo van Deceuninck-Quick-Step en reed zichzelf zo kapot.Vreemd dat zo'n ervaren renner (die als énige van het peloton de elf voorgaande edities van de Primavera had uitgereden), zo'n kapitale fout maakt. Een renner die, gezien zijn ervaring in het Vlaamse werk, ook gewoon moet zijn om juist te timen en te wringen richting de voet van een cruciale helling.Dat kan ofwel aan een mindere conditie liggen - al weerlegt Van Avermaet dat dus -, maar ook aan het gebrek aan ploegmaats die hem niet voorin konden houden, in de positioneringsoorlog met andere teams.Nathan Van Hooydonck was immers ziek, Guillaume Van Keirsbulck moest al vroeg afhaken, Alessandro De Marchi is geen wringer, en Lukasz Wisniowski, Gijs Van Hoecke en Michael Schär schoten tekort in het gewoel. Ze eindigden op drie en ruim vijf minuten.Dat wordt ook een probleem in de Ronde en Parijs-Roubaix als Van Avermaet, zelfs met superbenen, het tegen een blok als Deceuninck-Quick-Step zal moeten opnemen.We hadden het vorige week al onderzocht, of het cliché over Milaan-Sanremo klopt, als makkelijkste klassieker om uit te rijden, maar de moeilijkste om te winnen. Dat bleek ook zo. En het werd zaterdag opnieuw bevestigd.Hoewel de renners van de kopgroep duidelijk de sterkste waren, eindigden er, na 291 kilometer, liefst 54 coureurs binnen de 30 seconden van winnaar Alaphilippe, het op een na hoogste aantal in de voorbije 10 edities.Van de 175 gestarte renners gaven er, mede door het zonnige weer, ook slechts zeven op, van wie nog twee zieke Belgen: Dylan Teuns en Nathan Van Hooydonck. Dat finishpercentage van 96 procent is het op een na hoogste ooit in een klassiek monument, na - uiteraard - de Primavera van 2017, toen 195 van de 200 renners de Via Roma haalden (97,5 procent).Toch blijkt winnen op de Via Roma inderdaad zeer moeilijk. Vraag dat maar aan Peter Sagan.