Dries De Bondt: 'Het laatste halfuur is volledig uit mijn geheugen gewist, maar verschillende getuigen hebben mij het drama helpen reconstrueren. Het gebeurde in de Ronde van de Vendée, op 5 oktober 2014. In een afdaling lag er een hobbel in het asfalt, mijn fiets wipte ervan op. Terwijl mijn fiets nog in de lucht hing, ben ik beginnen te remmen, waardoor mijn achterwiel abrupt blokkeerde. Bij het neerkomen ontplofte mijn achtertube. Zo raakte ik de controle kwijt. Met 70 kilometer per uur werd ik tegen een borduur gekatapulteerd om uiteindelijk tegen de gevel van een huis terecht te komen. Door de klap was ik bewusteloos.
...

Dries De Bondt: 'Het laatste halfuur is volledig uit mijn geheugen gewist, maar verschillende getuigen hebben mij het drama helpen reconstrueren. Het gebeurde in de Ronde van de Vendée, op 5 oktober 2014. In een afdaling lag er een hobbel in het asfalt, mijn fiets wipte ervan op. Terwijl mijn fiets nog in de lucht hing, ben ik beginnen te remmen, waardoor mijn achterwiel abrupt blokkeerde. Bij het neerkomen ontplofte mijn achtertube. Zo raakte ik de controle kwijt. Met 70 kilometer per uur werd ik tegen een borduur gekatapulteerd om uiteindelijk tegen de gevel van een huis terecht te komen. Door de klap was ik bewusteloos. 'De wedstrijddokter op de motor was als eerste ter plaatse, meteen daarna is ook de dokter in de eerste volgwagen achter het peloton gestopt. Zij zijn meteen begonnen met mij te stabiliseren en hebben me ter plekke geïntubeerd. Met een ziekenwagen ben ik dan naar een nabijgelegen voetbalveld getransporteerd, vanwaar een helikopter mij heeft overgebracht naar het universitair ziekenhuis in Nantes. 'Daar bleek dat ik als bij wonder niets gebroken had. Ik had wat schaafwonden aan mijn knie en elleboog. Veel erger was mijn dubbele schedelbasisfractuur. De klap op mijn hoofd moet fenomenaal zijn geweest, want de druk op mijn hersenen was heel groot. Daarom beslisten ze om mij in een kunstmatige coma te houden. 'Het duurde lang voor mijn toestand stabiliseerde. Ze hebben mij bijna twee weken in coma gehouden, tot 17 oktober. Op een gegeven moment stonden ze op het punt om mijn hersenpan open te leggen, zoals ze bij Stig Broeckx hebben gedaan. Maar dat is op de valreep niet gebeurd, de druk in mijn hoofd was om een onverklaarbare reden ineens sterk gedaald. 'Dat risico was dus vanzelf geweken, maar ik liep daarbij wel een extra hersenbloeding op, ter grootte van een ei. Een geluk bij een ongeluk: de bloeding was frontaal en niet achteraan in mijn hoofd, waar alle vitale organen worden aangestuurd. Een bloeding op die locatie en het kon zomaar met mij gedaan geweest zijn. 'Toen ik wakker werd, woog ik nog 57 in plaats van 70 kilogram. Ik was dertien kilogram spiermassa kwijt. Ik moest opnieuw leren lopen, spreken en eten. In het ziekenhuis vertelden ze dat ik het komende jaar alvast niet meer aan competitiewielrennen moest denken. Wat telde, was een aanvaardbaar fysiek en mentaal niveau halen, zodat ik weer in de maatschappij kon functioneren. 'Ik luisterde wel naar wat ze zeiden, maar dacht bij mezelf: dat spelletje gaat niet door, het gaat sneller moeten gebeuren. Op het moment van het ongeval stond ik namelijk heel dicht bij een profcontract. Een droom die in vervulling zou gaan maar ineens in duigen lag.''Ik was op dat moment ruim zes jaar wielrenner. In mijn jeugd was ik als 200- en 400-meterloper aangesloten bij atletiekclub Pegasus Londerzeel. Ik had daar een hechte vriendengroep met een fascinatie voor de koers. We organiseerden onze eigen etappekoersjes, op stadsfietsen. Ik was toen een jaar of vijftien, zestien. Het was ons meer te doen om de beleving dan om het klassement. 'Ik kom niet uit een wielerfamilie. Mijn moeder is kinesiste in Mechelen, mijn vader IT-manager bij Keppel Seghers ( afvalverwerking, nvdr). Maar mijn vader reed wel bij een wielertoeristengroep. Zodra ik groot genoeg was en zijn koersfiets stilaan op mijn maat was, begon ik er vanuit onze woonplaats Buggenhout af en toe toertjes mee te maken. Op zekere dag ben ik op de motorkap van een wagen beland, die de binnenbocht had genomen en zo frontaal tegen mij aan was gebotst. De fiets was dubbel geplooid, zelf bleef ik gelukkig ongedeerd. We zijn dan maar gaan kijken voor een andere fiets en kort daarna werd ik via een kennis lid van Noord-West-Brabant, een lokale wielerclub. 'Het seizoen 2008 was al enkele maanden aan de gang toen ik mijn eerste koers reed. Ik was dan al bijna zeventien. Zo ben ik slechts anderhalf jaar junior geweest. In mijn derde wedstrijd haalde ik voor het eerst de finish. Tegen het einde van het jaar begon ik mijn wedstrijden vlot uit te rijden. Als tweedejaarsjunior behaalde ik al wat toptienplaatsen, maar bij de jeugd zou ik nooit een topper zijn. 'Ik was al derdejaarsbelofte, in 2012, toen ik mijn eerste koers won. Ik kwam pas echt boven water als eerstejaars elite zonder contract, in 2014, het jaar dat ik 23 werd. En dus al half afgeschreven was, want om bij een ploeg als Sport Vlaanderen-Baloise terecht te kunnen moet je in principe nog belofte zijn. Ik was die magische grens van 22 voorbij. 'Ik ben een laatbloeier, ook omdat ik pas alles op de fiets ben begonnen te zetten nadat ik een diploma had behaald, bachelor bedrijfsmanagement (marketing) in Leuven. Het jaar nadien, in 2014, won ik negen wedstrijden, waaronder een paar profkermiskoersen. Ik had enkele aanbiedingen, ik zat aan tafel bij Wanty ( van sportdirecteur Hilaire Van der Schueren, nvdr), maar dan kwam de Ronde van de Vendée en was het geloof van de ploegleiders in mij logischerwijs ook weer verdwenen.' 'De uitzondering was Ivan De Schamphelaere. De ploegleider van Veranda's Willems is mij komen bezoeken in het ziekenhuis van Gent, waar ik een week na mijn ontwaken uit coma naartoe was gerepatrieerd. Ivan geloofde erin dat ik weer mijn oude niveau zou halen. Hij wilde voor mij een plaats in de ploeg reserveren. In 2015 moest ik niets laten zien. Ik kreeg twee jaar de tijd. 'Ivan zal het vuur in mijn ogen hebben gezien, zeker? Want ik kon niet aanvaarden dat ik niet opnieuw renner zou worden. Er was ook geen plan B, falen was geen optie. Dat is ook de reden waarom ik zo koppig en gedreven was en waarom ik altijd in een comeback heb geloofd. Mijn gedrevenheid werd ook aangewakkerd door mijn impulsiviteit. Ik was in die periode érg impulsief. 'Dat had te maken met die hersenbloeding. De aansturing van mijn vitale organen was niet aangetast, maar mijn remmingen waren wel weggevallen. Zo werden al mijn natuurlijke karaktereigenschappen versterkt. Toen ik nog maar drie dagen ontwaakt was, verveelde ik me zodanig dat ik in een opwelling besliste om op te staan. Ik zakte gewoon door mijn benen, omdat ze mijn gewicht niet konden dragen. 'Mijn revalidatie zou miraculeus snel verlopen. Het feit dat de wedstrijddokters van de Ronde van de Vendée zo snel en professioneel hadden gehandeld, heeft mijn kansen op volledig herstel enorm vergroot. Na een week in Gent mocht ik al naar huis. Ik had ook het geluk dat er in Buggenhout een revalidatiecentrum is. Daar ging ik twee, drie keer per week naartoe voor kine en logopedie. In november was ik al mee op kennismakingsweekend met Veranda's Willems naar de Ardennen. Begin december zat ik al op de fiets op trainingsstage met de ploeg in Spanje. Ik woog toen alweer 63 à 64 kilo. Ik had heel veel gefitnest, waardoor ik ook heel veel mocht eten. Dat was de mooie kant van het verhaal.' 'Toen ik in het ziekenhuis lag, heb ik me vreemd genoeg nooit zitten af te vragen of ik ooit wel weer een normaal leven zou kunnen leiden. Pas in het revalidatiecentrum ben ik wakker geschud, wanneer ik met andere gevallen geconfronteerd werd, mensen die bijvoorbeeld een auto-ongeval hadden meegemaakt. Daar drong het tot mij door hoeveel geluk ik heb gehad. 'Die ervaring heeft alles in een ander perspectief geplaatst. Ik begon mij af te vragen: stel dat mijn leven hier geëindigd was, zou ik dan tevreden zijn geweest met het leven dat ik had geleid? Wat zou ik anders doen, waar heb ik spijt van? Ik kwam redelijk snel tot de conclusie dat ik veel meer spijt had van dingen die ik niet had gedaan dan wel. Sindsdien besef ik veel beter dat gemiste kansen soms niet meer terugkomen en zeg ik meer ja tegen het leven. Dat gaat van een koers winnen tot een vrouw aanspreken die op een bepaald moment in je leven passeert en die je anders misschien nooit meer zou terugzien. 'Als je reflecteert over je leven, dan herinner je je de momenten die je heel bewust hebt meegemaakt. Daarom probeer ik nu veel meer te leven in het moment en mij heel bewust te zijn van de goede dingen die rond mij gebeuren of van de herinneringen die ik aan het creëren ben.''Ze hadden mij gezegd dat ik in 2015 niet meer aan koersen moest denken, maar in de eerste wedstrijd van het seizoen, Brussel-Opwijk, reed ik de hele dag in de aanval. In de tweede koers, Brussel-Zepperen, werd ik derde. Ik was weer coureur, aan het trainen in plaats van te revalideren. De vrijgekomen tijd besliste ik nuttig te besteden door nog bij te studeren, postgraduaat sportmanagement in Brussel. Het jaar nadien behaalde ik de Belgisch titel bij de elite zonder contract en in 2017 werd ik prof aan de zijde van Wout van Aert, nog steeds bij Veranda's Willems, dat toen een procontinentale ploeg was geworden. 'Ik heb al meermaals de vraag gekregen of ik het hoogtepunt van mijn carrière heb bereikt of toch nog progressiemarge heb. Na mijn eerste overwinning in Halle-Ingooigem bijvoorbeeld, in 2016. Of na mijn zege in de Memorial Rik Van Steenbergen vorig jaar. En nu na mijn Belgische titel opnieuw. 'Ik vind het moeilijk om daarop te antwoorden. Vijf jaar geleden had ik dit ook nooit durven te voorspellen. Niemand wil natuurlijk mijn ongeval meemaken, maar zonder dat accident denk ik niet dat ik zou hebben gestaan waar ik nu sta. Die ervaring heeft mij mentaal ontzettend sterk gemaakt. Alles wat er na mijn accident nog is bijgekomen, beschouw ik als één groot cadeau. 'Tegelijk heb ik dat ongeval ook achter mij gelaten. Het heeft geen zin om daar te blijven over tobben, ik wil niet in het verleden blijven hangen, anders blijf je ter plaatse trappelen. Sinds ik uit coma ben ontwaakt, heb ik telkens nieuwe doelen gesteld en mijn grenzen verlegd. Elk jaar zet ik nog een stapje vooruit. Ze zeggen dat duursporters op hun sterkst zijn tussen hun 28e en 33e. Ik ben nu 29, net aan mijn beste jaren begonnen dus. 'Als ik nu nog een stap vooruit kan zetten, zou dat betekenen dat ik van veel mag dromen. Want dan zou ik echt meedoen op het hoogste niveau. Vroeger zeiden ze van mij altijd dat ik een goeie kermiscoureur was met een kleine motor. Dat klopte ook: in 2016 won ik elf van mijn twaalf kermiskoersen bij de elite zonder contract, maar zodra ik een koers moest rijden van 200 kilometer of meer, was mijn motor te klein. 'Het BK was de eerste koers van zo'n afstand, 236 kilometer, die ik heb kunnen afmaken. Dat geeft mij vertrouwen dat ik ook in de klassiekers veel dieper in de finale moet kunnen meedoen. In wedstrijden als de Omloop Het Nieuwsblad of Dwars door Vlaanderen moet ik komend voorjaar met winstambities aan de start kunnen verschijnen. Niet dat ik het kopmanschap zal opeisen, daarvoor hebben we natuurlijk Mathieu van der Poel. Maar ik ben een extra ijzer in het vuur, een joker van wie de ploeg weet dat die het ook kan afmaken als de koers zich zo ontplooit. Zoals op het BK, waar ik wel een beschermd renner was, maar ons droomscenario een groepssprint was, wetende dat Tim Merlier in een Belgisch peloton haast onklopbaar is. Ik heb mannen als Mathieu en Tim nodig om mij achter te verschuilen, daar ligt mijn kans om zelf mooie koersen te winnen. 'Andere ploegen beginnen onze strategie ook wel te kennen, natuurlijk. Een vroege vlucht in de Ronde van Vlaanderen is voor een type renner als ik zeker een optie, maar ik denk niet dat ik nog zoveel vrijheid zal krijgen. Ik kijk wel enorm uit naar deze editie, ook al omdat ik altijd op mijn best ben in het najaar. Mijn vormpeil blijft groeien in de loop van een seizoen, ik denk dat dat mijn natuurlijk bioritme is. Op het einde van het seizoen vind ik het altijd jammer dat het al gedaan is en dat ik mijn goede benen moet laten rusten. Bovendien is deze Ronde iets korter dan anders, 241 in plaats van 267 kilometer, een afstand die ik moet aankunnen. 'Ik ga van start met de idee om de Ronde te winnen met Mathieu. In het ideale scenario zet ik hem af op 200 meter van de finish. Maar dat kan evengoed aan de voet van de laatste Paterberg zijn. Ik bedoel maar: ik wil tot heel diep in de finale meespelen. Dat mag en moet nu mijn ambitie zijn.'