Het was voor hem een heilige dag, de Ronde van Vlaanderen. Tijdens en na zijn carrière. Briek Schotte wilde dit wielerfeest niet missen. Als prof voelde de West-Vlaming zich uitstekend in deze wedstrijd. Hij was de laatste der Flandriens: een harde werker, geboetseerd in regen en wind, een werkman op de fiets.

Geen renner die het woord afzien beter symboliseerde dan de in het rauwe arbeidersmilieu opgegroeide Briek Schotte. Een van pijn doordrongen gelaat, holle ogen, verwrongen grimassen, Schotte zat niet op een gestroomlijnde manier op de fiets, maar bouwde een prachtige carrière uit. Ook al werd die geremd door de Tweede Wereldoorlog.

Briek Schotte was negentien jaar toen hij in 1939 prof werd. Hij debuteerde in de Franse rittenwedstrijd de Omloop van het Westen. Na drie dagen stond hij op kop. Maar toen moest de koers worden stilgelegd omdat de oorlog uitbrak. Vanuit Lorient pakte hij de trein naar huis, in elk station wemelde het van de soldaten. In de carrière van Briek Schotte zorgde de oorlog voor een onderbreking van zes jaar. Er waren toen nauwelijks wedstrijden, al werd de Ronde van Vlaanderen in 1942 wel georganiseerd. De renners werden toen langs secundaire wegen gestuurd, op de hoofdwegen stonden tanks, het waren beelden vol contrasten: sport en oorlog leefden naast elkaar. Schotte won, maar schonk niet veel aandacht aan zijn zege. Er deden alleen maar Belgen en een handvol Fransen mee.

Toch groeide de Ronde van Vlaanderen later uit tot zijn koers. Hij reed die wedstrijd twintig keer. De eerste keer als jongste en de laatste keer als oudste deelnemer. Naast twee overwinningen, na 1942 ook in 1948, eindigde hij twee keer tweede en vier keerde derde. Het profiel van de koers was hem op het lijf geschreven: een uitputtingsslag, een afvallingsrace langs bonkige kasseien, rijden en rijden, tot je erbij neervalt. De Ronde van Vlaanderen en Briek Schotte hoorden bij elkaar. Opmerkelijk was het daarom dat hij, in 2004, stierf op de dag dat de Ronde van Vlaanderen werd gereden. Het bericht van zijn dood bereikte de karavaan toen die in de nabijheid van Kanegem was. Een paar uur later snelde de Duitser Steffen Wesemann naar de zege.

Briek Schotte kon afzien. Zoals in de Ronde van Vlaanderen van 1950 bijvoorbeeld toen het sneeuwde en hagelde en hij lek reed. Door de koude kon hij met moeite een nieuwe tube leggen. Toen dat toch was gelukt, kreeg hij zijn wiel niet vastgezet. Een toeschouwer heeft dat toen voor hem gedaan. Maar inmiddels lag hij op de Muur van Geraardsbergen vijf minuten achter op koploper en winnaar Fiorenzo Magni. Hij begon aan een helse achtervolging, maar strandde uiteindelijk op twee minuten. Dat jaar beleefde Schotte het meest intense moment uit zijn carrière. Hij veroverde in Moorslede, voor de eigen supporters, voor de tweede keer de wereldtitel. 's Morgens vertrok hij met de fiets vanuit Waregem naar Moorslede, een traject van 20 kilometer. Rond zijn schouders bengelde een zakje met de proviand van de dag: tien sneden krentenbrood die zijn vader, die destijds bij het leger bakker was geweest, eigenhandig had gebakken en gesmeerd. Tien uur later werd Briek Schotte door een uitzinnige menigte gevierd. Het was een van de zeldzame keren dat Schotte achteraf uit de bol ging. Pas om drie uur 's morgens kwam hij thuis. In het zakje waarin voordien krentenbrood zat, stak nu een regenboogtrui.

De herinnering aan Briek Schotte blijft. Op het dorpsplein van zijn geboortedorp Kanegem staat zijn beeld. Het is dat van een renner in een wroetende stijl. Het is Schotte ten voeten uit.

Jacques Sys, hoofdredacteur van Sport/Voetbalmagazine en al ruim 40 jaar in de journalistiek, graaft iedere zaterdag in zijn archief

Het was voor hem een heilige dag, de Ronde van Vlaanderen. Tijdens en na zijn carrière. Briek Schotte wilde dit wielerfeest niet missen. Als prof voelde de West-Vlaming zich uitstekend in deze wedstrijd. Hij was de laatste der Flandriens: een harde werker, geboetseerd in regen en wind, een werkman op de fiets.Geen renner die het woord afzien beter symboliseerde dan de in het rauwe arbeidersmilieu opgegroeide Briek Schotte. Een van pijn doordrongen gelaat, holle ogen, verwrongen grimassen, Schotte zat niet op een gestroomlijnde manier op de fiets, maar bouwde een prachtige carrière uit. Ook al werd die geremd door de Tweede Wereldoorlog.Briek Schotte was negentien jaar toen hij in 1939 prof werd. Hij debuteerde in de Franse rittenwedstrijd de Omloop van het Westen. Na drie dagen stond hij op kop. Maar toen moest de koers worden stilgelegd omdat de oorlog uitbrak. Vanuit Lorient pakte hij de trein naar huis, in elk station wemelde het van de soldaten. In de carrière van Briek Schotte zorgde de oorlog voor een onderbreking van zes jaar. Er waren toen nauwelijks wedstrijden, al werd de Ronde van Vlaanderen in 1942 wel georganiseerd. De renners werden toen langs secundaire wegen gestuurd, op de hoofdwegen stonden tanks, het waren beelden vol contrasten: sport en oorlog leefden naast elkaar. Schotte won, maar schonk niet veel aandacht aan zijn zege. Er deden alleen maar Belgen en een handvol Fransen mee.Toch groeide de Ronde van Vlaanderen later uit tot zijn koers. Hij reed die wedstrijd twintig keer. De eerste keer als jongste en de laatste keer als oudste deelnemer. Naast twee overwinningen, na 1942 ook in 1948, eindigde hij twee keer tweede en vier keerde derde. Het profiel van de koers was hem op het lijf geschreven: een uitputtingsslag, een afvallingsrace langs bonkige kasseien, rijden en rijden, tot je erbij neervalt. De Ronde van Vlaanderen en Briek Schotte hoorden bij elkaar. Opmerkelijk was het daarom dat hij, in 2004, stierf op de dag dat de Ronde van Vlaanderen werd gereden. Het bericht van zijn dood bereikte de karavaan toen die in de nabijheid van Kanegem was. Een paar uur later snelde de Duitser Steffen Wesemann naar de zege.Briek Schotte kon afzien. Zoals in de Ronde van Vlaanderen van 1950 bijvoorbeeld toen het sneeuwde en hagelde en hij lek reed. Door de koude kon hij met moeite een nieuwe tube leggen. Toen dat toch was gelukt, kreeg hij zijn wiel niet vastgezet. Een toeschouwer heeft dat toen voor hem gedaan. Maar inmiddels lag hij op de Muur van Geraardsbergen vijf minuten achter op koploper en winnaar Fiorenzo Magni. Hij begon aan een helse achtervolging, maar strandde uiteindelijk op twee minuten. Dat jaar beleefde Schotte het meest intense moment uit zijn carrière. Hij veroverde in Moorslede, voor de eigen supporters, voor de tweede keer de wereldtitel. 's Morgens vertrok hij met de fiets vanuit Waregem naar Moorslede, een traject van 20 kilometer. Rond zijn schouders bengelde een zakje met de proviand van de dag: tien sneden krentenbrood die zijn vader, die destijds bij het leger bakker was geweest, eigenhandig had gebakken en gesmeerd. Tien uur later werd Briek Schotte door een uitzinnige menigte gevierd. Het was een van de zeldzame keren dat Schotte achteraf uit de bol ging. Pas om drie uur 's morgens kwam hij thuis. In het zakje waarin voordien krentenbrood zat, stak nu een regenboogtrui.De herinnering aan Briek Schotte blijft. Op het dorpsplein van zijn geboortedorp Kanegem staat zijn beeld. Het is dat van een renner in een wroetende stijl. Het is Schotte ten voeten uit.