Dat het veldrijden al langer gedomineerd wordt door Vlamingen is geen geheim, maar dat bewijzen nu ook de cijfers. Nooit was het overwicht van onze landgenoten, of de bloedarmoede van de buitenlanders, groter dan afgelopen seizoen.

Op 20 januari won Martin Bina de Wereldbekermanche in Hoogerheide. De Tsjech boekte zo de enige niet-Belgische zege in een klassementscross. Bovendien gediend door het ijzige sneeuwparcours, de naar elkaar kijkende Niels Albert en Kevin Pauwels en een op safe rijdende Sven Nys.

Een buitenlands zegepercentage van slechts 4 procent (1 op 25) in de grote crossen (regelmatigheidscriteria + WK) is het laagste sinds de start van de Superprestige in 1982, later aangevuld met de Wereldbeker (start 1993) en de GVA Trofee/BPost Bank Trofee ('internationalisering' vanaf 2000).

Alleen in de seizoenen 2002-2003 en 2003-2004 daalde dat percentage ook onder de 10 procent. Toen kon alleen Richard Groenendaal 2 van de respectievelijk 21 en 23 klassementscrossen winnen.

Ook in alle Belgische 'kleinere' A-veldritten, onder meer die van de Soudal Classics, graaide afgelopen seizoen geen enkele buitenlander een zege mee.

In de klassementswedstrijden (plus WK) eindigde ook slechts 12 keer op 75 (16 procent) een niet-Belg op het podium. Wel verdeeld over 6 buitenlanders, van wie Lars van der Haar en (parttimecrosser/wegrenner) Zdenek Stybar er elk 4 voor hun rekening namen. De andere topdrieplaatsen gingen naar Francis Mourey, Simon Zahner, Marco Fontana en Bina.

Die 16 procent is wel geen laagterecord. Dat dateert van het seizoen 2002-2003 toen weer alleen Groenendaal er als buitenlander in slaagde op het podium te eindigen (6 keer op 63, of 9,5 procent).

Voor het eerst sinds dat seizoen eindigde er afgelopen winter ook geen enkele buitenlander in de top 3 van de Superprestige, GVA/BPost Bank Trofee én de Wereldbeker. Zelfs in de top 5 van de 3 regelmatigheidscriteria is er slechts 1 buitenlander te vinden (Van der Haar, 4e in de Wereldbeker).

Ter vergelijking: in het seizoen 1995, nog voor er van Sven Nys sprake was en Luca Bramati, Daniele Pontoni, Richard Groenendaal, Adri van der Poel en Beat Wabel de koningen van de winter waren, wonnen de buitenlanders 83,33 procent van alle Superprestige en Wereldbekercrossen, namen ze 92,59 procent van alle podiumplaatsen voor hun rekening, en eindigde in de top tien van de wereldbeker én van het WK welgeteld één Belg (Erwin Vervecken). Het kan verkeren...

De hoop ligt nu vooral op de schouders van Lars van der Haar en (junior) Mathieu van der Poel om de komende jaren van het cyclocross weer ten minste een Vlaams-Nederlandse sport te maken.

Dat het veldrijden al langer gedomineerd wordt door Vlamingen is geen geheim, maar dat bewijzen nu ook de cijfers. Nooit was het overwicht van onze landgenoten, of de bloedarmoede van de buitenlanders, groter dan afgelopen seizoen. Op 20 januari won Martin Bina de Wereldbekermanche in Hoogerheide. De Tsjech boekte zo de enige niet-Belgische zege in een klassementscross. Bovendien gediend door het ijzige sneeuwparcours, de naar elkaar kijkende Niels Albert en Kevin Pauwels en een op safe rijdende Sven Nys. Een buitenlands zegepercentage van slechts 4 procent (1 op 25) in de grote crossen (regelmatigheidscriteria + WK) is het laagste sinds de start van de Superprestige in 1982, later aangevuld met de Wereldbeker (start 1993) en de GVA Trofee/BPost Bank Trofee ('internationalisering' vanaf 2000). Alleen in de seizoenen 2002-2003 en 2003-2004 daalde dat percentage ook onder de 10 procent. Toen kon alleen Richard Groenendaal 2 van de respectievelijk 21 en 23 klassementscrossen winnen. Ook in alle Belgische 'kleinere' A-veldritten, onder meer die van de Soudal Classics, graaide afgelopen seizoen geen enkele buitenlander een zege mee. In de klassementswedstrijden (plus WK) eindigde ook slechts 12 keer op 75 (16 procent) een niet-Belg op het podium. Wel verdeeld over 6 buitenlanders, van wie Lars van der Haar en (parttimecrosser/wegrenner) Zdenek Stybar er elk 4 voor hun rekening namen. De andere topdrieplaatsen gingen naar Francis Mourey, Simon Zahner, Marco Fontana en Bina. Die 16 procent is wel geen laagterecord. Dat dateert van het seizoen 2002-2003 toen weer alleen Groenendaal er als buitenlander in slaagde op het podium te eindigen (6 keer op 63, of 9,5 procent). Voor het eerst sinds dat seizoen eindigde er afgelopen winter ook geen enkele buitenlander in de top 3 van de Superprestige, GVA/BPost Bank Trofee én de Wereldbeker. Zelfs in de top 5 van de 3 regelmatigheidscriteria is er slechts 1 buitenlander te vinden (Van der Haar, 4e in de Wereldbeker). Ter vergelijking: in het seizoen 1995, nog voor er van Sven Nys sprake was en Luca Bramati, Daniele Pontoni, Richard Groenendaal, Adri van der Poel en Beat Wabel de koningen van de winter waren, wonnen de buitenlanders 83,33 procent van alle Superprestige en Wereldbekercrossen, namen ze 92,59 procent van alle podiumplaatsen voor hun rekening, en eindigde in de top tien van de wereldbeker én van het WK welgeteld één Belg (Erwin Vervecken). Het kan verkeren... De hoop ligt nu vooral op de schouders van Lars van der Haar en (junior) Mathieu van der Poel om de komende jaren van het cyclocross weer ten minste een Vlaams-Nederlandse sport te maken.