Dit stuk verscheen eerder deze maand bij Sport/Voetbalmagazine, voor Chris Froome zijn vierde Touroverwinning binnenhaalde.
...

Tijdens de Tour van 2015 tweette Chris Froome op Nelson Mandela Day (18 juli) een quote van de Zuid-Afrikaanse held. Over de kracht van sport om mensen te inspireren en te verenigen. Tot zijn verbijstering ervoer hij dat hij daar amper in slaagde - hij werd tijdens die Tour zelfs met urine besprenkeld, als ware hij Lance Armstrong 2.0. Zijn exploten verdeelden journalisten en wielerfans in believers en non-believers, in mensen die hem een saaie, stijve hark vonden en aanhangers die zijn schijnbare oprechtheid waardeerden. Vijf maanden later. In Belfast, Noord-Ierland, vindt de prestigieuze BBC Sports Personality of the Year-verkiezing plaats, waarbij een jury eerst zestien namen selecteert en televoting daarna de winnaar bepaalt. Froome strandt, ondanks een tweede Tourzege, pas als zesde, met 4 procent van de stemmen, veel minder dan de 36 procent van laureaat Andy Murray, die Groot-Brittannië voor het eerst in 79 jaar naar Davis Cupwinst heeft geleid. Kevin Sinfield, een rugbyspeler, eindigt als tweede, Jessica-Ennis Hill, wereldkampioene zevenkamp, als derde. Twaalf maanden en een nieuwe (derde) Tourzege later, plus olympisch brons en een tweede plaats in de Vuelta, staat Froome eind 2016 niet eens op de lijst met de zestien genomineerde sportpersoonlijkheden. Wel pistiers Jason Kenny en Laura Trott en twee paralympische wielrensters, Sarah Storey en Kadeena Cox, die in Rio richting olympische roem fietsten. De reden voor Froomes niet-selectie wordt niet bekendgemaakt. Het gevolg van coureur te zijn in een niet-traditioneel wielerland? Dat speelt mee (zie verder in de tekst), maar zelfs in de jaarlijkse enquête van Cycling Weekly, het bekendste Britse wielermagazine, prijkt de Tourwinnaar zowel in 2015 als in 2016 in de ranking van Held van het Jaar pas op stek drie, respectievelijk na (de charismatische) Peter Sagan en wereldkampioene Lizzie Armitstead, en weer na Sagan en Mark Cavendish. Bij de Prestatie van het Jaar hetzelfde beeld: de voters plaatsen Froomes Tourzege pas als derde, in 2015 na de verrassende Vuelta van Tom Dumoulin en de wereldtitel van Sagan, in 2016 na de Parijs-Roubaixtriomf van Mathew Hayman en het succes van de Britse pisteploeg in Rio. Zelfs de titel van British Rider of the Year moet hij aan Geraint Thomas (2015) en Cavendish (2016) laten. Kunt u het zich voorstellen: een Belg die de Tour wint en géén Sportman van het Jaar wordt? Zélfs geen Kristallen Fiets of Flandrientrofee op zijn schouw kan zetten? Groot-Brittannië mag dan wel, in tegenstelling tot België, een rist wereldtoppers in mondiale sporten tellen en geen rijke wielergeschiedenis hebben, het is op zijn minst opmerkelijk. Of zoals Froomes vrouw Michelle schamper aanhaalde: 'Voor Chris duurt het blijkbaar lang om erkenning in eigen land te krijgen. Misschien tien, twintig, of in dit tempo zelfs dertig jaar.' Al ligt de renner zelf er minder van wakker: 'Het gaat me niet om de bekendheid of de roem', verklaarde hij al meermaals. 'Ik wil vooral als atleet het beste uit mezelf halen en zoveel mogelijk Tourtitels verzamelen.' De kans dat de Afrikaanse Brit nog een of meerdere Rondes van Frankrijk op zak steekt, lijkt vrij reëel. Maar of hij zo, na zijn 32e, qua populariteit de kloof met de Andy Murray's en de Lewis Hamiltons van de Britse sportwereld nog zal kunnen dicht fietsen? Dat wordt veel moeilijker. Hoe komt dat? Een analyse, aan de hand van vijf factoren. 'Een kind uit Kilburn (een achtergestelde wijk in Noord-West-Londen, nvdr) dat de Tour wint, dat is bijna onmogelijk', zei Bradley Wiggins in 2012, nadat hij als eerste Brit ooit de gele trui mee naar huis had genomen. Het bezorgde hem in Engeland, na eerdere olympische titels in de achtervolging en nóg meer toen hij kort na de Tour in Londen ook olympisch kampioen tijdrijden werd, een heilige status. Een sportheld die nochtans niet altijd even aangenaam in de omgang was, maar op persconferenties altijd wel iets controversieels of kleurrijks zei. Bovendien begiftigd met een Brits flegma en humor. Als vriend van popmuzikant/modeontwerper Paul Weller ontpopte hij zichzelf ook tot een mod, een adept van de Londense subcultuur uit de jaren vijftig, zestig. Wiggins dweept tevens met memorabilia uit de wielergeschiedenis en houdt er een collectie Belgische bieren, gitaren, schoenen en scooters opna. Bovendien was hij in zijn beginjaren wielrenner én alcoholist - al dan niet tegelijkertijd. Het maakte Wiggins menselijk en herkenbaar bij de Engelsen, ook bij de niet-sportliefhebbers. Zelfs in 2012, het jaar waarin Groot-Brittannië in Londen liefst 29 olympische gouden medailles vierde, werd hij tot BBC Sports Personality of the Year verkozen. Alles wat Wiggins was en waar hij voor stond, dat heeft Froome niet. Hij is een keurige familieman, zet zich als ambassadeur van Helping Rhinos in tegen de uitroeiing van neushoorns, neemt als welopgevoede kostschoolleerling in interviews nooit fuck of shit in de mond, maakt geen (of weinig goeie) grappen, heeft geen bier- of gitaarcollectie, kleedt zich allerminst modieus, geeft - op selfies met zoontje Kellan na - zelden een inkijk in zijn privéleven, en zijn grootste uitspatting was toen hij in de vorige Tour richting Champs-Elysées met zijn ploegmaats een Leffe dronk - enfin, enkele nipjes. Bovendien spreekt Froome, ondanks zijn superioriteit, ook óp de fiets weinig aan, als een computergestuurde Skyrobot, een skeletachtig Kuifjefiguur met een aparte stijl - twijgjesellebogen naar buiten, blik gericht op de wattagemeter. Kortom: de antipode van een charismatische vedette waar ze over het Kanaal (en zeker de populaire tabloids) van smullen, zoals Wiggins, Andy Murray of Lewis Hamilton. Wat ook meespeelde: Froome zette zijn voormalige kopman in de Tour van 2012 in de cols voor schut, waarop hun vrouwen elkaar openlijk aanvielen via de sociale media. Veel Britse wielerfans kozen toen Wiggins' kant. En zodra je iemand in het hokje 'do not like' hebt geplaatst, is het moeilijk om die er weer uit te halen. Zelfs al is de perceptie over Wiggins sinds eind 2016 volledig gekeerd (zie punt vijf). In Engeland leeft de perceptie dat Froome, ondanks zijn collegeboy- voorkomen en zijn afgeborsteld accent, geen échte Brit is. Want: geboren en opgegroeid in Kenia - zijn Engelse vader organiseerde in Nairobi safari's, zijn moeder was er fysiotherapeute - en daarna als tiener verhuisd naar Zuid-Afrika, waar hij ook zijn vrouw Michelle (in Wales geboren, in het land van Mandela opgegroeid) ontmoette. Bovendien heeft de Skyrenner nooit in Engeland gewoond. Als jonge prof in Italië en de jongste jaren in Monaco, ooit als een shit hole omschreven door ... Bradley Wiggins. Die werd als zoon van een Australische vader ook in het buitenland (Gent) geboren en woonde in zijn eerste profjaren ook in Frankrijk - weliswaar in het minder mondaine Nantes - maar heeft intussen al jaren voet op vaderlandse bodem gezet. En dus wordt hij wel als een 'echte' Engelsman beschouwd. Hoewel bekendheid Froome koud laat, toch is hij niet helemaal onverschillig voor zijn lage populariteit in Groot-Brittannië. Geen toeval, hoe hij in 2015 na zijn tweede Tourtriomf benadrukte dat hij genoten had van de aanmoedigingen van de Engelse wielerfans. En dat het een 100 procent Britse zege was, aangezien - zo verklaarde Froome - hij al sinds zijn geboorte een Brits paspoort heeft, zijn (groot)ouders ook volbloed Engels zijn en hij al heel zijn carrière met een Britse licentie rijdt. Als prof weliswaar, want in de jeugdcategorieën fietste de blanke Afrikaan onder de vlag van Kenia. Pas in het voorjaar van 2008 - zijn debuutseizoen bij de elite, als lid van Barloworld - switchte hij opportunistisch van wielerbond, toen hij zag dat hij als renner uit Kenia in een doodlopende straat zat. Daarvoor moest hij wel zijn Keniaans paspoort opgeven. Met pijn in het hart, want zijn Afrikaanse afkomst zal Froome nooit verloochenen. Toeval was het niet toen Froome vorig jaar na de Tour, nochtans vlak voor de Spelen in Rio, deelnam aan de RideLondon-Surrey Classic (41e in een massasprint, gewonnen door Tom Boonen). Hij beklemtoonde dat hij het 'een grote eer vond om de band met de Britse wielerfans weer aan te halen'. Een Froomecoming werd het genoemd, in plaats van een homecoming. De laatste keer dat hij op Engelse wegen had gekoerst, dateerde immers al van juli 2014, toen de Tour de France in Yorkshire begon. Ook daarvoor waren zijn competitiekilometers op Britse grond beperkt: de RideLondon Classic in 2011, en in 2012 de olympische weg- (109e) en tijdrit in Londen (brons, na Wiggins en Tony Martin). Het werd Froome niet altijd in dank afgenomen, al heeft hij wel een plausibele verklaring. De belangrijkste koersen over het Kanaal vallen immers slecht op de kalender: de Tour of Yorkshire tegelijkertijd met de Ronde van Romandië, het Brits kampioenschap een week voor de Tour en de Ronde van Groot-Brittannië tijdens de Vuelta. Aangezien Froome de voorbije jaren van de Tour en de Vuelta een hoofd- en nevendoel maakte, waren dat geen opties, ook omdat het geen WorldTourwedstrijden zijn. Al dacht de Skyrenner er dit jaar wel aan om de Ronde van Romandië in te wisselen voor de Tour of Yorkshire. In Zwitserland moest er deze keer immers weinig geklommen worden. Maar door de proloog en de langere tijdrit gaf hij toch de voorkeur aan Romandië. Ook het klimparcours van het komende Brits wegkampioenschap - op het eiland Man, de thuishaven van Mark Cavendish - kon Froome niet verleiden om voor het eerst deel te nemen aan de nationale titelstrijd. Als Brits kampioen richting de Tour trekken, zoals Bradley Wiggins in 2011, het had zijn imago in eigen land kunnen opvijzelen. Maar hij en het altijd pragmatische Team Sky, waar winnen belangrijker is dan pr, beslisten om geen risico's te nemen met oog op de Tour. Froome geeft wél rendez-vous op het WK van 2019 in Yorkshire. Uitzonderlijk voor hem, want zijn laatste WK reed hij in 2014. Al zal hij er in 2018, op de bijzonder zware WK-omloop in Innsbruck, (misschien) ook al bij zijn. Mogelijk kan hij door een grote zege met de Union Jack op het shirt dan eindelijk het hart van de patriottische Engelsen veroveren. Drie Tourzeges als kopman van een Britse ploeg en twee olympische bronzen medailles (in Londen en in Rio) volstaan voor hen niet om de Skyrenner op gelijke hoogte te zetten met meervoudige olympische kampioenen als Chris Hoy en Bradley Wiggins. Niet toevallig beiden door het zwaard van Queen Elizabeth tot Sir geslagen, in tegenstelling tot Froome, die het sinds eind 2015 moet stellen met de titel van Officer in the Order of the British Empire. Om als Sir aangesproken te worden, moet hij zelfs nog twee (Knight Commander) of drie (Knight Grand Cross) treden op de ridderlijke ranglijst klimmen. Indrukwekkend is het telkens weer, de dikke rijen toeschouwers tijdens de Tour of Yorkshire. Zoals ook in 2014, toen Le Grand Départ van de Tour er plaatsvond, of eerder voor de editie van 2007, in Londen. Je zou vermoeden dat wielrennen in Engeland immens populair is, maar dat geeft een vertekend beeld. Hoewel cycling na zwemmen en atletiek de meeste wekelijkse beoefenaars telt (1,9 miljoen, of plus 15 procent in vergelijking met 2007), lokken Froomes prestaties bijlange niet zoveel tv-kijkers als andere sporten. Deels te verklaren omdat de Tour in het Verenigd Koninkrijk uitgezonden wordt op twee nichekanalen: op Eurosport, dat achter een betaalmuur zit, en sinds 2010 (en nog tot 2019) op ITV4. Dat kanaal is wel gratis, maar is in de volgorde van de 219 zenders van Sky TV ver achteraan geplaatst en richt zich vooral op een mannelijk doelpubliek, door het aanbieden van films, comedyseries en (met name) typisch Engelse sporten als rugby, snooker en darts. In het wielrennen heeft ITV4 de rechten van alle ASO-wedstrijden, met ook Parijs-Roubaix, Luik-Bastenaken-Luik, de Dauphiné en de Vuelta. In vergelijking met het podium waarop andere groten in het Britse (piste)wielrennen, Chris Hoy, Bradley Wiggins, Victoria Pendleton en Jason Kenny, populariteit vergaarden - de Olympische Spelen, uitgezonden op de openbare omroep BBC - is het ITV4-platform waarop Froome met zijn spillebeentjes de tegenstand vertrappelt dus een stuk kleiner. Dat blijkt ook uit de kijkcijfers van professor Daam Van Reeth, sporteconoom. De meest bekeken rit van de Tour 2016, die met finish op de Ventoux (waar Froome zijn loopschoenen aantrok), haalde op ITV4 902.000 kijkers. Veel minder dan de piekcijfers in andere landen, waar de Tour weliswaar op zenders van de openbare omroepen uitgezonden wordt: in Frankrijk (France 2) 5.229.000, in Spanje (La 1) 1.734.000, in Italië (Rai 3) 1.665.000, in Duitsland (ARD) 1.570.000, in Nederland (NPO) 1.022.000, en in Vlaanderen (Eén) 663.491 en Wallonië (RTBF) 261.423. De highlight show van elke rit op ITV4, in primetime (19 uur), lokte vorig jaar gemiddeld 698.000 kijkers. Een stijging van twee procent in vergelijking met 2015 (687.000) en 15 procent in vergelijking met 2013 (606.000), toen Froome de Tour de eerste keer domineerde. Weliswaar nog geen record (705.500), want dat werd - niet toevallig - gevestigd in de Tour van 2012, gewonnen door ... Wiggins. Maar zelfs dat is nog altijd minder dan het gemiddelde kijkcijfer (719.000) voor Vive le Vélo op Eén, in 2016. Terwijl Groot-Brittannië zo'n 65 miljoen inwoners telt, Vlaanderen 6,5 miljoen. De vergelijking met koning voetbal gaat al helemaal niet op. De meest bekeken sportwedstrijd van 2016 in Groot-Brittannië was de EK-kwartfinale tussen Engeland en IJsland, met (op het hoofdkanaal van ITV) 15,2 miljoen tv-kijkers, ruim vijftien keer meer dan de Ventouxrit in de Tour (902.000). Ook voor Match of the Day, elke zaterdagavond laat op de BBC, zit geregeld een veelvoud aan voetbalfans (zo'n 3,5 à 4 miljoen) voor de buis in vergelijking met het samenvattingsprogramma van de Tour. Chris Froome had de pech dat hij in 2013 de eerste Tourwinnaar werd nadat in het najaar van 2012 de Armstrong-etterbuil was opengespat, op een moment dat het cynisme en wantrouwen van wielerfans en de media nooit groter was, ook in Engeland. En hoewel geen journalist of dopinginstantie kon bewijzen dat Froome zich dopeerde - ook later niet - kregen veel sceptici door diens superioriteit een Armstrong-déjà-vu. Zelfs de Ierse journalist Paul Kimmage, voordien altijd een van de grootste critici van de Amerikaan, stelde zich grote vragen bij de manier waarop de Skykopman in 2013 met een miniversnelling de Ventoux naar boven zoefde. 'Dit heb ik nog nóóit gezien.' En Kimmage was Armstrong niet vergeten... Parallellen werden ook getrokken met het carrièreverloop van de Texaan, die zich omvormde van classicus tot Tourwinnaar, zoals Froome zich laat ontpopte van meeloper tot 's wereld beste ronderenner - al dan niet (mede) te verklaren door de tropische bilharzia-infectie die hij als kind in Kenia had opgelopen en waarvoor hij tot half 2011 behandelingen moest ondergaan. Daarnaast was er de inspanningsastma die de Skyrenner nooit had vermeld tot hij gezien werd met een puffertje, of de versnelde Therapeutic Use Exemptions-procedure die hij van de UCI kreeg voor het gebruik van de corticosteroïde prednisone tijdens de Ronde van Romandië in 2014. Maar: nooit een smoking gun. Toch laaide het vuur weer hevig op toen vorig jaar de zelfverklaarde witte ridders van Team Sky donkergrijs kleurden, nadat de Russische Fancy Bearhackers de Therapeutic Use Exemptions van Bradley Wiggins op straat gooiden. Medische attesten voor Kenacort, een corticosteroïde dat sterk vermagerend werkt en Wiggins door een (vermeende) opstoot van pollen-allergie innam, toevallig nét voor de Rondes van Frankrijk 2011 en 2012 en de Giro 2013. Niet veel later werd het vuur een bosbrand met het verhaal over het mysterieuze pakketje dat Team Sky tijdens de Dauphiné van 2011 helemaal vanuit Manchester naar Wiggins liet opsturen, met daarin zogezegd Fluimicil, een simpel medicijn tegen slijmhoest. In Engeland, veel meer dan op het Europese vasteland, leidde dat wekenlang tot grote controverse in de media. En hoewel vooral Wiggins zijn clean imago besmeurd zag, werd ook Froome, als het huidige Skygezicht, bespat. Nochtans nam hij nadrukkelijk afstand van de zaak, pleitte hij voor strengere TUE-regels en zette hij tussen de lijnen zelfs manager David Brailsford in de wind door te verklaren 'dat hij teleurgesteld was' over de manier waarop die alles had aangepakt. Het moest zijn geloofwaardigheid opkrikken, maar veel hielp dat niet, gezien onder meer de niet-nominatie als BBC Sports Personality of the Year. Als een (groot) deel van het publiek moeite heeft om prestaties te geloven, zijn woorden zeer vluchtig. De reden waarom ook Mo Farah, zelfs na olympisch goud op de vijf én tien kilometer, in 2012 en 2016 niet op het podium geraakte van de BBC Sportpersoonlijkheid van het Jaar. Diens coach Alberto Salazar kwam immers al meermaals in opspraak en die verhalen bezoedelden ook Farahs reputatie, zelfs al testte hij nooit positief. Datzelfde lot moet Froome nog steeds ondergaan. En veel meer dan zijn populariteit ligt hij van dat zuivere imago wél wakker. Daarom benadrukte hij na zijn Tourzege van 2015 dat hij wilde dat zijn zoontje 'trots is op zijn gele truien' en maakte hij eind dat jaar in het (niet toevallig Britse) magazine Esquire de resultaten van een fysiologische test bekend. Maar ook daarna verdwenen de kort-door-de-bochtdiscussies over verdachte wattages en VO2max niet. Dan rest er misschien nog één oplossing: door een dramatische inzinking de Tour verliezen en daarna voor miljoenen tv-kijkers uithuilen op de schouder van zijn vrouw Michelle, met zoontje Kellan op de flinterdunne armen. Misschien pinkt dan ook Queen Elizabeth een traantje weg. En wordt Froomey alsnog benoemd tot Sir Chris.