Covid-19 maakt (nog) geen einde aan de Giro, maar wel aan die van veertien renners. Zowel Mitchelton-Scott als Jumbo-Visma verlaten de Giro na besmettingen in de ploeg. En ook Michael Matthews heeft het vlaggen, maar zijn Team Sunweb rijdt wel door.

Je zal maar Steven Kruijswijk wezen. Train je een hele winter en coronabreak lang om als deeltje van de Jumbo-Visma-drietand naar de Tour te gaan, en dan val je in de Dauphiné zo pijnlijk op je schouder dat je Frankrijk mag vergeten. Dus zet je de zinnen op Italië, waar je toch ooit al eens lang het roze droeg. Weet je ondanks de weinige wedstrijdkilometers tamelijk goed door de eerste negen dagen heen te komen, en krijg je op de ochtend van etappe tien te horen dat je Covid-19-test positief was. Nochtans voelde je je kerngezond. En met je drieëndertig jaren heb je wel gezien hoe ploegmaat Primoz Roglic (ook dat nog) uit het geel gereden werd door Tadej Pogacar, eenentwintig jaren jong, en heb je wel eens stilletjes gejuicht om het forfait van Remco Evenepoel voor deze Giro. En denk je nu dus, in de ploegbus weer naar huis, dat je laatste kans op eindwinst in een grote ronde nu definitief weg is.

Of je zal maar Giulio Ciccone zijn. Na een verstoorde voorbereiding, door besmetting met datzelfde virus, rijd je in de tiende rit van Lanciano naar Tortoreto als het ware langs je huis voorbij, omdat de parcoursbouwer wel zo verstandig is geweest de route noordwaarts langs de kust net voor de stad Pescara ietsje af te leiden, het binnenland in naar Chieti. Daar zijn immers mooiere plaatjes te schieten dan in de moderne woon- en werkstad aan de zee. Heb je jezelf ook nog eens in de goede vlucht weten te manoeuvreren (zowaar de toestemming gekregen van grote baas Vincenzo Nibali) en rijd je een finale tegemoet waarin je op een goede dag van niemand bang moet zijn. Zit in dat groepje ook de onvermijdelijke Peter Sagan, die in het peloton reactie uitlokt van de ploegmaats van Arnaud Démare waardoor je vlucht ten dode opgeschreven lijkt. Laat je je uitzakken (de grote baas vindt het wel welletjes; of je denkt zelf: dit komt niet goed) en hoor je later bij de aankomst, waar je als vijfenzestigste binnen bolt, dat Sagan het nog afgemaakt heeft ook. Voor het eerst in 461 dagen.

Peter Sagan won nog eens na 461 dagen zonder zege, na een prachtige solo., Belga Image
Peter Sagan won nog eens na 461 dagen zonder zege, na een prachtige solo. © Belga Image

Of je bent Harm Vanhoucke, door een 'overgangsetappe' teruggezet naar plaats zestien. Of Jakob Fuglsang, 1'15" in het krijt bij Nibali en co door materiaalpech. Maar ach, het kan ook anders. Je zal, bijvoorbeeld, ons maar wezen. Kom je gisteravond toe op het adres, ergens op het topje van een heuvel -zeg maar berg- waar je jezelf voor de rustdag een kamer hebt gegund. Het is al donker want de dagen worden kort, en bij de wandeling in de regen zie je weliswaar een prachtig uitgestorven Piazza del Teatro en van die nauwe, fijne straatjes, maar verder dus ook niemand en geen enkel winkeltje, café of restaurant waar er nog licht brandt. 's Ochtends ga je voor een cappuccino weer het stadje in. Die wandeling blijkt een ommetje van uitkijkpunt naar uitkijkpunt. Oostelijk de heuvels - okerkleurig, over elkaar heen golvend - en daarachter de zee. Naar het noorden op arceringen van wijngaarden, een tiental tinten groen. En daarachter en verder naar het westen: het silhouet van bergen.

Vanuit de verte ligt de zee er vredig bij. Neptunus houdt zich koest; er is van drietanden geen sprake. Nu Jumbo-Visma richting Zoetermeer bolt, is The Beach het laatste Nederlandse busje in de karavaan. Maar wie zich wel roert is Neptunus' neefje Mars, God van de Oorlog. Een paar dagen geleden stond hij op z'n helderst aan de hemel. Het strand bij een rustig, weinig verlicht stukje zee bleek toen uitstekend om dat zelf te kunnen waarnemen. De voorbode van alle strijd vandaag? In dat geval mag hij nog even boven deze wedstrijd blijven zweven. Al was het maar omdat hij elders dan niet al te veel gaat spoken (je zal trouwens die Mars maar wezen, al eeuwenlang overbevraagd).

Maar Mars, dat dan weer wel, is schijnbaar geen lelijke jongen. Vandaar immers zijn fling met liefdesgodin Venus. Laten we hopen dat ook Aesculapius en diens dochter Salus voor die ruige schoonheid vallen en zich nog even in zijn buurt ophouden. Dichtbij het al stevig uitgedunde Giro-peloton. Zij waken immers over welzijn en genezing. Als we ook in het hooggebergte oorlog willen zien, zullen we hen nog goed kunnen gebruiken.

Jonas De Bruyn en Lennert De Vroey

Covid-19 maakt (nog) geen einde aan de Giro, maar wel aan die van veertien renners. Zowel Mitchelton-Scott als Jumbo-Visma verlaten de Giro na besmettingen in de ploeg. En ook Michael Matthews heeft het vlaggen, maar zijn Team Sunweb rijdt wel door.Je zal maar Steven Kruijswijk wezen. Train je een hele winter en coronabreak lang om als deeltje van de Jumbo-Visma-drietand naar de Tour te gaan, en dan val je in de Dauphiné zo pijnlijk op je schouder dat je Frankrijk mag vergeten. Dus zet je de zinnen op Italië, waar je toch ooit al eens lang het roze droeg. Weet je ondanks de weinige wedstrijdkilometers tamelijk goed door de eerste negen dagen heen te komen, en krijg je op de ochtend van etappe tien te horen dat je Covid-19-test positief was. Nochtans voelde je je kerngezond. En met je drieëndertig jaren heb je wel gezien hoe ploegmaat Primoz Roglic (ook dat nog) uit het geel gereden werd door Tadej Pogacar, eenentwintig jaren jong, en heb je wel eens stilletjes gejuicht om het forfait van Remco Evenepoel voor deze Giro. En denk je nu dus, in de ploegbus weer naar huis, dat je laatste kans op eindwinst in een grote ronde nu definitief weg is.Of je zal maar Giulio Ciccone zijn. Na een verstoorde voorbereiding, door besmetting met datzelfde virus, rijd je in de tiende rit van Lanciano naar Tortoreto als het ware langs je huis voorbij, omdat de parcoursbouwer wel zo verstandig is geweest de route noordwaarts langs de kust net voor de stad Pescara ietsje af te leiden, het binnenland in naar Chieti. Daar zijn immers mooiere plaatjes te schieten dan in de moderne woon- en werkstad aan de zee. Heb je jezelf ook nog eens in de goede vlucht weten te manoeuvreren (zowaar de toestemming gekregen van grote baas Vincenzo Nibali) en rijd je een finale tegemoet waarin je op een goede dag van niemand bang moet zijn. Zit in dat groepje ook de onvermijdelijke Peter Sagan, die in het peloton reactie uitlokt van de ploegmaats van Arnaud Démare waardoor je vlucht ten dode opgeschreven lijkt. Laat je je uitzakken (de grote baas vindt het wel welletjes; of je denkt zelf: dit komt niet goed) en hoor je later bij de aankomst, waar je als vijfenzestigste binnen bolt, dat Sagan het nog afgemaakt heeft ook. Voor het eerst in 461 dagen.Of je bent Harm Vanhoucke, door een 'overgangsetappe' teruggezet naar plaats zestien. Of Jakob Fuglsang, 1'15" in het krijt bij Nibali en co door materiaalpech. Maar ach, het kan ook anders. Je zal, bijvoorbeeld, ons maar wezen. Kom je gisteravond toe op het adres, ergens op het topje van een heuvel -zeg maar berg- waar je jezelf voor de rustdag een kamer hebt gegund. Het is al donker want de dagen worden kort, en bij de wandeling in de regen zie je weliswaar een prachtig uitgestorven Piazza del Teatro en van die nauwe, fijne straatjes, maar verder dus ook niemand en geen enkel winkeltje, café of restaurant waar er nog licht brandt. 's Ochtends ga je voor een cappuccino weer het stadje in. Die wandeling blijkt een ommetje van uitkijkpunt naar uitkijkpunt. Oostelijk de heuvels - okerkleurig, over elkaar heen golvend - en daarachter de zee. Naar het noorden op arceringen van wijngaarden, een tiental tinten groen. En daarachter en verder naar het westen: het silhouet van bergen.Vanuit de verte ligt de zee er vredig bij. Neptunus houdt zich koest; er is van drietanden geen sprake. Nu Jumbo-Visma richting Zoetermeer bolt, is The Beach het laatste Nederlandse busje in de karavaan. Maar wie zich wel roert is Neptunus' neefje Mars, God van de Oorlog. Een paar dagen geleden stond hij op z'n helderst aan de hemel. Het strand bij een rustig, weinig verlicht stukje zee bleek toen uitstekend om dat zelf te kunnen waarnemen. De voorbode van alle strijd vandaag? In dat geval mag hij nog even boven deze wedstrijd blijven zweven. Al was het maar omdat hij elders dan niet al te veel gaat spoken (je zal trouwens die Mars maar wezen, al eeuwenlang overbevraagd).Maar Mars, dat dan weer wel, is schijnbaar geen lelijke jongen. Vandaar immers zijn fling met liefdesgodin Venus. Laten we hopen dat ook Aesculapius en diens dochter Salus voor die ruige schoonheid vallen en zich nog even in zijn buurt ophouden. Dichtbij het al stevig uitgedunde Giro-peloton. Zij waken immers over welzijn en genezing. Als we ook in het hooggebergte oorlog willen zien, zullen we hen nog goed kunnen gebruiken.Jonas De Bruyn en Lennert De Vroey