Op een reis als deze zijn er iedere dag een aantal plekken die later de ijkpunten gaan vormen waar je je herinneringen aan ophangt; voor de renners in een grote ronde is dat wellicht niet anders. Voor ons is die eerste plek vandaag Montecarotto, waarover we gisteren al schreven. Wat we er nog niet bij hadden verteld, is dat we de naam ervan vrij denken te kunnen vertalen als iets in de aard van 'Wortelberg'. De andere plaatsen zijn Fano en Cesenatico.

Fano ligt aan zee. Alweer een badplaats in het laagseizoen, maar deze houdt wél stand: vissersstadje, blauw- en wit gestreepte luifels; gekleurde huisjes, een vuurtoren, een binnenhaven, plus het nodige gevoel voor cultuur. Getuige daarvan onder andere een jazz- en filmfestival. Toen Julius Caesar deze vestiging stichtte, werd er een tempel voor godin Fortuna gebouwd. Zo werd Fano de stad waar mensen gelukkig horen te zijn - ja, dat zou hier wel een tijdje moeten lukken.

Op een dag als vandaag ligt de Lungomare er verlaten bij, met te veel accommodatie voor te weinig mensen. Terwijl we dachten dat we het zo stilaan wel gehad hadden met al die zee, lijkt het er nu toch alweer op dat we dat sfeertje zullen missen. Cesenatico, de start- en aankomstplaats van morgen, wordt onze laatste tussenstop aan zee. Rimini rijden we voorbij. Die feest- en badstad kan qua vergane glorie anders ook wel tellen, als we mogen afgaan op de beelden van de lege stranden, de dichtgevouwen parasols en het majestueuze Grand Hotel die de RAI door de etappe weeft.

En door de stad niet te bezoeken, houden we dat beeld in stand. Maar je moet altijd iets bewaren om voor terug te keren. Hetzelfde geldt voor San Marino. Onderweg zien we de dwergstaat in de verte hoog boven het Italiaanse land uit torenen. Maar hoe aanlokkelijk het uitje ook lijkt, we hebben er eenvoudigweg de tijd niet voor.

Voor dit uitje kunnen we wel de tijd nemen: hoe komt het dat San Marino nooit geïntegreerd werd in het eengemaakt Italië? Dat zit zo: toen Garibaldi's eerste poging om Italië een te maken, op een sisser uitdraaide, moest hij noodgedwongen vluchten. Samen met een tweehonderdtal volgelingen kreeg hij politiek asiel in San Marino. Uit erkentelijkheid sprak hij de belofte uit dat, indien er ooit sprake zou zijn van een Italiaanse unitaire staat, San Marino zijn autonomie zou mogen behouden. En zo geschiedde; Italië werd eengemaakt, of toch bijna helemaal. Een kleine toegift voor het grotere geheel.

Langs Rimini en San Marino dus, naar Cesenatico, waar we meteen al vaststellen dat wat we over Rimini vertelden, in klein-Cesena-aan-zee ook lijkt te gelden. We passeren een veelvoud aan lege terrassen langs het pittoresk kanaal, waar het in beter tijden over koppen lopen moet geweest zijn. Vanavond heeft de aanblik van zo'n overaanbod iets intriests. Winkels en boetiekjes die ondanks de doorgedreven solden nauwelijks cliënteel lokken. Maar Cesenatico draagt zelfs dat lot met enige gratie. Wanneer we de start- en aankomstplaats van morgen opzoeken, zien we de roze Giro-tentjes en het podium al klaar staan op een door lantaarns verlicht plein vlakbij het strand, met palmbomen die de magnifieke gevel van het Grand Hotel Cesenatico omzomen.

Cesenatico is ook de plaats waar 'Il Elefantino' Marco Pantani werd geboren. Net als, zo lezen we in onze documentatie (we zeggen het maar eerlijk: dat is geen ouderwetse fichebak), Dalia Muccioli. Muccioli is een wielrenster die in 2013 Italiaans kampioene op de weg werd. En over vrouwenwielrennen en de Giro valt nog wel meer te vertellen.

Wielerlegende Pantani werd geboren in Cesenatico, Belga Image
Wielerlegende Pantani werd geboren in Cesenatico © Belga Image

De Ronde van Italië heeft een relatief lange traditie met de vrouwenkoers: de eerste editie van de Giro Rosa vond in 1988 plaats. Maar veel eerder al, in 1924, fietste Alfonsina Strada (net als Muccioli uit de regio Emilia-Romagna) met de mannen mee de hele Giro uit. Alleen door een opeenstapeling van pech kwam ze in één etappe buiten tijd aan. De organisatie kneep een oogje dicht en liet haar verder rijden, met dat verschil dat ze van dan af niet meer in de uitslag opgenomen werd. Die beslissing had alles te maken met haar populariteit: in tegenstelling tot de wilde, Mulan-achtige verhalen die de ronde zijn gaan doen, wist men immers heel goed dat Alfonsina in werkelijkheid geen Alfonsin was. Koersdirecteur Cougnet liet haar maar wat graag verder rijden, omdat ze met haar prestaties zijn Gazzetta deed verkopen. Precies die populariteit zou haar een jaar nadien een tweede deelname kosten: Strada wilde starten, maar werd geboycot door de mannen. Die konden het niet verkroppen dat een vrouw met alle aandacht zou gaan lopen.

Aandacht is er na de koers vandaag natuurlijk voor Démare, die in Rimini al bij al gemakkelijk naar zijn vierde ritwinst sprint. Een opvallend beeld na de aankomst: de vele gegadigden om het bosje bloemen te vangen dat de Fransman vanop het podium in de nogal dicht opeengepakte menigte gooit. Alsof het een bruidsboeket betreft. Met als inzet niet de liefde, maar wel een trofee. Eerder op de dag zagen we toeschouwers al koortsachtig de weg afspeuren naar bidons of etenszakjes. Toch opvallend hoe zo'n renners-afval bijna als een relikwie vereerd wordt. En hoewel geen van ons twee zichzelf ermee ziet rondrijden, ligt Brändles Israël-Start Up Nation drinkbus nog wel veilig in de koffer.

Naar relikwieën en afgodsbeelden van Pantani is het in Cesenatico in ieder geval niet ver zoeken. Dat Marco hier als halve heilige wordt herdacht, dat lijkt wel duidelijk. Na het langgerekte eerbetoon dat de mooie rit van morgen moet gaan worden, kunnen we daar zeker nog wat meer over berichten.

Jonas De Bruyn en Lennert De Vroey

Op een reis als deze zijn er iedere dag een aantal plekken die later de ijkpunten gaan vormen waar je je herinneringen aan ophangt; voor de renners in een grote ronde is dat wellicht niet anders. Voor ons is die eerste plek vandaag Montecarotto, waarover we gisteren al schreven. Wat we er nog niet bij hadden verteld, is dat we de naam ervan vrij denken te kunnen vertalen als iets in de aard van 'Wortelberg'. De andere plaatsen zijn Fano en Cesenatico.Fano ligt aan zee. Alweer een badplaats in het laagseizoen, maar deze houdt wél stand: vissersstadje, blauw- en wit gestreepte luifels; gekleurde huisjes, een vuurtoren, een binnenhaven, plus het nodige gevoel voor cultuur. Getuige daarvan onder andere een jazz- en filmfestival. Toen Julius Caesar deze vestiging stichtte, werd er een tempel voor godin Fortuna gebouwd. Zo werd Fano de stad waar mensen gelukkig horen te zijn - ja, dat zou hier wel een tijdje moeten lukken.Op een dag als vandaag ligt de Lungomare er verlaten bij, met te veel accommodatie voor te weinig mensen. Terwijl we dachten dat we het zo stilaan wel gehad hadden met al die zee, lijkt het er nu toch alweer op dat we dat sfeertje zullen missen. Cesenatico, de start- en aankomstplaats van morgen, wordt onze laatste tussenstop aan zee. Rimini rijden we voorbij. Die feest- en badstad kan qua vergane glorie anders ook wel tellen, als we mogen afgaan op de beelden van de lege stranden, de dichtgevouwen parasols en het majestueuze Grand Hotel die de RAI door de etappe weeft. En door de stad niet te bezoeken, houden we dat beeld in stand. Maar je moet altijd iets bewaren om voor terug te keren. Hetzelfde geldt voor San Marino. Onderweg zien we de dwergstaat in de verte hoog boven het Italiaanse land uit torenen. Maar hoe aanlokkelijk het uitje ook lijkt, we hebben er eenvoudigweg de tijd niet voor.Voor dit uitje kunnen we wel de tijd nemen: hoe komt het dat San Marino nooit geïntegreerd werd in het eengemaakt Italië? Dat zit zo: toen Garibaldi's eerste poging om Italië een te maken, op een sisser uitdraaide, moest hij noodgedwongen vluchten. Samen met een tweehonderdtal volgelingen kreeg hij politiek asiel in San Marino. Uit erkentelijkheid sprak hij de belofte uit dat, indien er ooit sprake zou zijn van een Italiaanse unitaire staat, San Marino zijn autonomie zou mogen behouden. En zo geschiedde; Italië werd eengemaakt, of toch bijna helemaal. Een kleine toegift voor het grotere geheel.Langs Rimini en San Marino dus, naar Cesenatico, waar we meteen al vaststellen dat wat we over Rimini vertelden, in klein-Cesena-aan-zee ook lijkt te gelden. We passeren een veelvoud aan lege terrassen langs het pittoresk kanaal, waar het in beter tijden over koppen lopen moet geweest zijn. Vanavond heeft de aanblik van zo'n overaanbod iets intriests. Winkels en boetiekjes die ondanks de doorgedreven solden nauwelijks cliënteel lokken. Maar Cesenatico draagt zelfs dat lot met enige gratie. Wanneer we de start- en aankomstplaats van morgen opzoeken, zien we de roze Giro-tentjes en het podium al klaar staan op een door lantaarns verlicht plein vlakbij het strand, met palmbomen die de magnifieke gevel van het Grand Hotel Cesenatico omzomen.Cesenatico is ook de plaats waar 'Il Elefantino' Marco Pantani werd geboren. Net als, zo lezen we in onze documentatie (we zeggen het maar eerlijk: dat is geen ouderwetse fichebak), Dalia Muccioli. Muccioli is een wielrenster die in 2013 Italiaans kampioene op de weg werd. En over vrouwenwielrennen en de Giro valt nog wel meer te vertellen. De Ronde van Italië heeft een relatief lange traditie met de vrouwenkoers: de eerste editie van de Giro Rosa vond in 1988 plaats. Maar veel eerder al, in 1924, fietste Alfonsina Strada (net als Muccioli uit de regio Emilia-Romagna) met de mannen mee de hele Giro uit. Alleen door een opeenstapeling van pech kwam ze in één etappe buiten tijd aan. De organisatie kneep een oogje dicht en liet haar verder rijden, met dat verschil dat ze van dan af niet meer in de uitslag opgenomen werd. Die beslissing had alles te maken met haar populariteit: in tegenstelling tot de wilde, Mulan-achtige verhalen die de ronde zijn gaan doen, wist men immers heel goed dat Alfonsina in werkelijkheid geen Alfonsin was. Koersdirecteur Cougnet liet haar maar wat graag verder rijden, omdat ze met haar prestaties zijn Gazzetta deed verkopen. Precies die populariteit zou haar een jaar nadien een tweede deelname kosten: Strada wilde starten, maar werd geboycot door de mannen. Die konden het niet verkroppen dat een vrouw met alle aandacht zou gaan lopen.Aandacht is er na de koers vandaag natuurlijk voor Démare, die in Rimini al bij al gemakkelijk naar zijn vierde ritwinst sprint. Een opvallend beeld na de aankomst: de vele gegadigden om het bosje bloemen te vangen dat de Fransman vanop het podium in de nogal dicht opeengepakte menigte gooit. Alsof het een bruidsboeket betreft. Met als inzet niet de liefde, maar wel een trofee. Eerder op de dag zagen we toeschouwers al koortsachtig de weg afspeuren naar bidons of etenszakjes. Toch opvallend hoe zo'n renners-afval bijna als een relikwie vereerd wordt. En hoewel geen van ons twee zichzelf ermee ziet rondrijden, ligt Brändles Israël-Start Up Nation drinkbus nog wel veilig in de koffer.Naar relikwieën en afgodsbeelden van Pantani is het in Cesenatico in ieder geval niet ver zoeken. Dat Marco hier als halve heilige wordt herdacht, dat lijkt wel duidelijk. Na het langgerekte eerbetoon dat de mooie rit van morgen moet gaan worden, kunnen we daar zeker nog wat meer over berichten.Jonas De Bruyn en Lennert De Vroey