Op de dag van Vlaanderens Mooiste rijden wij vanuit Veneto de regio Friuli Venezia Giulia binnen. Een uithoek van Italië die in zekere zin bij ons landje past: door de eeuwen heen van machthebber op machthebber overgegaan, een culturele mengelmoes van omliggende streken en een daaraan ontleende eigenheid. Bijgevolg dus ook een taalkwestie die zich in sommige streken al op verkeersborden laat gelden. Wij zien vandaag Italiaans en Friuliaans, verder naar het oosten kunnen daar nog Duits en Sloveens bij komen.

Minder vergelijkbaar is het landschap: hoewel het voor The Beach makkelijk rijden is door een riviervallei richting provinciehoofdstad Udine, worden we omringd door imposante muren van bergen. Wij moeten niet naar boven, de Giro vandaag wel. Eigenlijk is het dus maar slappe kost wat dat andere peloton tussen Antwerpen en Oudenaarde voorgeschoteld krijgt, in vergelijking met de vijftiende etappe van de Giro hier: 185 zware kilometers over vier cols, met de steile Piancavallo als venijnig sluitstuk.

Het zou wat flauw zijn om te doen alsof we de sfeer rond de Ronde niet een beetje missen, maar het helpt wel dat we ons ook in Italië op een mooie koers mogen verheugen. En strijd komt er wel degelijk: Wilco Kelderman beloont het werk van zijn ploegmaats met veertig seconden tijdwinst op Almeida, die nipt in het roze blijft. Een sterke Tao Geoghegan Hart (gelukkig kenden we die naam al even, want toch geen sinecure om uit te spreken) bezorgt zijn ploeg Ineos-Grenadiers een vijfde dagsucces. Daarnaast vooral toch een vermelding voor Australiër Jay Hindley, ploegmaat van Kelderman nota bene, die het hele peloton der favorieten aan flarden rijdt en die prestatie bekroond ziet met een voorlopige derde plek in het klassement.

Op dat moment heeft ruim 2000 kilometer verderop al een andere apotheose plaatsgegrepen. We krijgen die onverwacht van dichtbij te zien. Koers in de koers krijgt een nieuwe betekenis, wanneer de RAI plots met een splitscreen uitpakt. Rechts in beeld zien we hoe twee renners onder een rode vod doorrijden, en dus kunnen we de eindsprint tussen Wout Van Aert en Mathieu Van der Poel live meemaken. Ook in Italië herkent men helden wanneer men ze ziet. Ergens gek toch te beseffen dat deze twee kemphanen elkaar al jarenlang bekampen, vooral dan in het slijk van Ruddervoorde, of op de zanderige stroken van de Lilse Bergen, en dat ze nu op het punt staan een plaats te vergaren in de geschiedenisboeken, door het winnen van de 'echte' koers. Laat ons eerlijk zijn, het is de enige die er bij ons werkelijk toe doet.

In Udine, de plek die we hebben uitgekozen voor de rustdag, is er van commotie rond het wielrennen weinig sprake. Voor het eerst is het duidelijk dat we ons in het hippe Noorden begeven. In het autovrije centrum, dat trouwens bezaaid ligt met kasseitjes -zo van die Italiaanse kasseitjes welteverstaan - draaien de terrasjes op volle toeren. Mannen met lange haren, in lederen jassen, drinken hun koffie's in stijl, met de andere hand denkbeeldige pluisjes uit hun baarden pulkend. De vrouwen zitten in groepjes verzameld, met tamelijk korte kleedjes voor deze tijd van het jaar, maar dan wel met laarzen die tot ver boven de knieën reiken.

De meeste mensen dragen zwart. Het steekt af tegen de felgekleurde gevels en het witte marmer van de talloze zuilen die de gaanderijen ondersteunen. En dan toch: wanneer we zelf een plekje hebben gevonden, komt even later een man in Giro-polo aan de tafel naast ons zitten. Hij is afkomstig uit Napoli, en blijkt vooral over calcio te willen praten: 'Dit hele circus, startpodium bouwen, elke dag opnieuw, dat is mijn job, mijn werk. Maar Ciro, Mertens is mijn echte held. Lang leve Dries'. En wij die dachten dat enkel wielrenners hier een bijnaam kregen. Rare jongens, die Italianen.

Jonas De Bruyn en Lennert De Vroey

Op de dag van Vlaanderens Mooiste rijden wij vanuit Veneto de regio Friuli Venezia Giulia binnen. Een uithoek van Italië die in zekere zin bij ons landje past: door de eeuwen heen van machthebber op machthebber overgegaan, een culturele mengelmoes van omliggende streken en een daaraan ontleende eigenheid. Bijgevolg dus ook een taalkwestie die zich in sommige streken al op verkeersborden laat gelden. Wij zien vandaag Italiaans en Friuliaans, verder naar het oosten kunnen daar nog Duits en Sloveens bij komen. Minder vergelijkbaar is het landschap: hoewel het voor The Beach makkelijk rijden is door een riviervallei richting provinciehoofdstad Udine, worden we omringd door imposante muren van bergen. Wij moeten niet naar boven, de Giro vandaag wel. Eigenlijk is het dus maar slappe kost wat dat andere peloton tussen Antwerpen en Oudenaarde voorgeschoteld krijgt, in vergelijking met de vijftiende etappe van de Giro hier: 185 zware kilometers over vier cols, met de steile Piancavallo als venijnig sluitstuk.Het zou wat flauw zijn om te doen alsof we de sfeer rond de Ronde niet een beetje missen, maar het helpt wel dat we ons ook in Italië op een mooie koers mogen verheugen. En strijd komt er wel degelijk: Wilco Kelderman beloont het werk van zijn ploegmaats met veertig seconden tijdwinst op Almeida, die nipt in het roze blijft. Een sterke Tao Geoghegan Hart (gelukkig kenden we die naam al even, want toch geen sinecure om uit te spreken) bezorgt zijn ploeg Ineos-Grenadiers een vijfde dagsucces. Daarnaast vooral toch een vermelding voor Australiër Jay Hindley, ploegmaat van Kelderman nota bene, die het hele peloton der favorieten aan flarden rijdt en die prestatie bekroond ziet met een voorlopige derde plek in het klassement.Op dat moment heeft ruim 2000 kilometer verderop al een andere apotheose plaatsgegrepen. We krijgen die onverwacht van dichtbij te zien. Koers in de koers krijgt een nieuwe betekenis, wanneer de RAI plots met een splitscreen uitpakt. Rechts in beeld zien we hoe twee renners onder een rode vod doorrijden, en dus kunnen we de eindsprint tussen Wout Van Aert en Mathieu Van der Poel live meemaken. Ook in Italië herkent men helden wanneer men ze ziet. Ergens gek toch te beseffen dat deze twee kemphanen elkaar al jarenlang bekampen, vooral dan in het slijk van Ruddervoorde, of op de zanderige stroken van de Lilse Bergen, en dat ze nu op het punt staan een plaats te vergaren in de geschiedenisboeken, door het winnen van de 'echte' koers. Laat ons eerlijk zijn, het is de enige die er bij ons werkelijk toe doet.In Udine, de plek die we hebben uitgekozen voor de rustdag, is er van commotie rond het wielrennen weinig sprake. Voor het eerst is het duidelijk dat we ons in het hippe Noorden begeven. In het autovrije centrum, dat trouwens bezaaid ligt met kasseitjes -zo van die Italiaanse kasseitjes welteverstaan - draaien de terrasjes op volle toeren. Mannen met lange haren, in lederen jassen, drinken hun koffie's in stijl, met de andere hand denkbeeldige pluisjes uit hun baarden pulkend. De vrouwen zitten in groepjes verzameld, met tamelijk korte kleedjes voor deze tijd van het jaar, maar dan wel met laarzen die tot ver boven de knieën reiken. De meeste mensen dragen zwart. Het steekt af tegen de felgekleurde gevels en het witte marmer van de talloze zuilen die de gaanderijen ondersteunen. En dan toch: wanneer we zelf een plekje hebben gevonden, komt even later een man in Giro-polo aan de tafel naast ons zitten. Hij is afkomstig uit Napoli, en blijkt vooral over calcio te willen praten: 'Dit hele circus, startpodium bouwen, elke dag opnieuw, dat is mijn job, mijn werk. Maar Ciro, Mertens is mijn echte held. Lang leve Dries'. En wij die dachten dat enkel wielrenners hier een bijnaam kregen. Rare jongens, die Italianen.Jonas De Bruyn en Lennert De Vroey