We ontwaken in Bergamo, stad van boeren en bouwvakkers. De Giro doet het sympathieke stadje (en dan hebben we het vooral over het oude centrum) niet aan dit jaar. Vroeger lag hier soms wel eens de aankomst van de Ronde van Lombardije, maar dat is ondertussen ook alweer even geleden. De nieuwe finish, Como, daar rijden we vanmiddag nog heen, één dag voor het Giro-peloton. Maar eerst dus Bergamo.

We zijn hier niet omdat het de geboorteplek is van renners Lorenzo Rota of Fausto Masnada. Evenmin omdat Atalanta Bergamo gisteren FC Midtjylland met de grond gelijk maakte (en wij daarvan tot vier keer toe signalen opvingen, gejuich uit open ramen en cafés). Bergamo, 'Bèrghem' in het lokale dialect, was het epicentrum van de eerste coronagolf. Ongeveer zestig procent van de inwoners raakte besmet. Code zwart werd afgekondigd. Er reden op een gegeven ogenblik meer lijkwagens dan er mensen over straat liepen. Het leger werd ingezet. Iedereen kent hier wel iemand die een familielid of vriend verloren heeft.

Dat laat zich merken in het dagelijkse leven. Niet dat er geen bedrijvigheid meer is op straat, maar mensen dragen mondmaskers en houden afstand. Ze komen wel terug buiten. Als je ergens wil gaan eten, wordt een thermometer tegen je hoofd gehouden. Dat is de eerste keer best schrikken, weten wij sinds we in Genua de ferry binnenreden. Verder zijn er in veel restaurantjes tussenschotten te bespeuren, meestal vervaardigd uit plexiglas, soms zelfs uit pvc-platen (wat zeiden we over die bouwvakkers?). In de trattoria waar we gisteren zelf belandden, hebben ze aan de uiteinden gedekt. Een beetje als een oud, aristocratisch koppel in een koud kasteel, na dertig jaar gearrangeerd huwelijk.

Het zijn akelige geschiedenissen om in herinnering te roepen, zeker in het licht van de berichten die ons uit België bereiken. Op Terzake wordt zelfs even naar de 'Lombardische toestanden' verwezen. Maar vandaag is de Giro bovenal een viering van het leven. De Stelvio stelt niet teleur en doet iedereen breken - dat wil zeggen, bijna iedereen. Een gretige ploeg Ineos-Grenadier neemt over van Team Sunweb, hardrijder Rohan Dennis versmacht op zijn eentje vervolgens zelfs hun kopman Wilco Kelderman. Wél mee: zijn kopman, 'den Engelsman' Geoghegan Hart, en superknecht en sloeber Jai Hindley. Die blijkt beter bergop dan kopman Kelderman en staat aan het eind van deze dag, na ritwinst aan de Laghi di Cancano, nog op een luttele twaalf tellen van de Nederlander (en drie seconden voor zijn Britse concurrent).

Dan kunnen we het toch niet laten om ons in te denken hoe het er in het hotel bij de Duits-Nederlandse formatie aan toe moet gaan vanavond. Stopt de jongen in het wit nu met het tutoyeren van de man in het roze, met bij iedere 'u' de gevaarlijke ondertoon die schuilgaat onder zo'n beleefdheidsvormen? Is het voortaan om beurten eten en de corona-protocollen wel bijzonder strikt toepassen? Of zou een van de ploegmaats, de immer geconcentreerde Nico Denz of de ook al zo verbluffende Chris Hamilton, al eens een grapje durven maken om de zaken te ontmijnen? Om dan vast te stellen dat er wel gelachen wordt, maar dan toch eerder groen dan roze.

Ach, misschien is de sfeer bij de reisorganisator wel nog altijd prima. Dat zullen Kelderman én Hindley in elk geval kunnen gebruiken als ze met de ploeg het roze naar Milaan willen toebrengen. Geoghegan Hart, en wie weet zelfs nog Bilbao of Almeida, blijken immers taaie klanten. Als de roze missie slaagt, kunnen ze met de ploeg naar Ayers Rock, de opera van Sydney of de vestiging van Amersfoort. Indien het niet lukt, raden we een evaluatie aan in Bergamo. Het is daar in de restaurants eenvoudig afstand houden.

Jonas De Bruyn en Lennert De Vroey

We ontwaken in Bergamo, stad van boeren en bouwvakkers. De Giro doet het sympathieke stadje (en dan hebben we het vooral over het oude centrum) niet aan dit jaar. Vroeger lag hier soms wel eens de aankomst van de Ronde van Lombardije, maar dat is ondertussen ook alweer even geleden. De nieuwe finish, Como, daar rijden we vanmiddag nog heen, één dag voor het Giro-peloton. Maar eerst dus Bergamo. We zijn hier niet omdat het de geboorteplek is van renners Lorenzo Rota of Fausto Masnada. Evenmin omdat Atalanta Bergamo gisteren FC Midtjylland met de grond gelijk maakte (en wij daarvan tot vier keer toe signalen opvingen, gejuich uit open ramen en cafés). Bergamo, 'Bèrghem' in het lokale dialect, was het epicentrum van de eerste coronagolf. Ongeveer zestig procent van de inwoners raakte besmet. Code zwart werd afgekondigd. Er reden op een gegeven ogenblik meer lijkwagens dan er mensen over straat liepen. Het leger werd ingezet. Iedereen kent hier wel iemand die een familielid of vriend verloren heeft. Dat laat zich merken in het dagelijkse leven. Niet dat er geen bedrijvigheid meer is op straat, maar mensen dragen mondmaskers en houden afstand. Ze komen wel terug buiten. Als je ergens wil gaan eten, wordt een thermometer tegen je hoofd gehouden. Dat is de eerste keer best schrikken, weten wij sinds we in Genua de ferry binnenreden. Verder zijn er in veel restaurantjes tussenschotten te bespeuren, meestal vervaardigd uit plexiglas, soms zelfs uit pvc-platen (wat zeiden we over die bouwvakkers?). In de trattoria waar we gisteren zelf belandden, hebben ze aan de uiteinden gedekt. Een beetje als een oud, aristocratisch koppel in een koud kasteel, na dertig jaar gearrangeerd huwelijk.Het zijn akelige geschiedenissen om in herinnering te roepen, zeker in het licht van de berichten die ons uit België bereiken. Op Terzake wordt zelfs even naar de 'Lombardische toestanden' verwezen. Maar vandaag is de Giro bovenal een viering van het leven. De Stelvio stelt niet teleur en doet iedereen breken - dat wil zeggen, bijna iedereen. Een gretige ploeg Ineos-Grenadier neemt over van Team Sunweb, hardrijder Rohan Dennis versmacht op zijn eentje vervolgens zelfs hun kopman Wilco Kelderman. Wél mee: zijn kopman, 'den Engelsman' Geoghegan Hart, en superknecht en sloeber Jai Hindley. Die blijkt beter bergop dan kopman Kelderman en staat aan het eind van deze dag, na ritwinst aan de Laghi di Cancano, nog op een luttele twaalf tellen van de Nederlander (en drie seconden voor zijn Britse concurrent).Dan kunnen we het toch niet laten om ons in te denken hoe het er in het hotel bij de Duits-Nederlandse formatie aan toe moet gaan vanavond. Stopt de jongen in het wit nu met het tutoyeren van de man in het roze, met bij iedere 'u' de gevaarlijke ondertoon die schuilgaat onder zo'n beleefdheidsvormen? Is het voortaan om beurten eten en de corona-protocollen wel bijzonder strikt toepassen? Of zou een van de ploegmaats, de immer geconcentreerde Nico Denz of de ook al zo verbluffende Chris Hamilton, al eens een grapje durven maken om de zaken te ontmijnen? Om dan vast te stellen dat er wel gelachen wordt, maar dan toch eerder groen dan roze.Ach, misschien is de sfeer bij de reisorganisator wel nog altijd prima. Dat zullen Kelderman én Hindley in elk geval kunnen gebruiken als ze met de ploeg het roze naar Milaan willen toebrengen. Geoghegan Hart, en wie weet zelfs nog Bilbao of Almeida, blijken immers taaie klanten. Als de roze missie slaagt, kunnen ze met de ploeg naar Ayers Rock, de opera van Sydney of de vestiging van Amersfoort. Indien het niet lukt, raden we een evaluatie aan in Bergamo. Het is daar in de restaurants eenvoudig afstand houden. Jonas De Bruyn en Lennert De Vroey