Het parcours van de eerste rit in lijn in deze Giro is exemplarisch voor het karakter van Sicilië: starten doen de renners in Alcamo, een van oorsprong Arabisch stadje ('Al Qumah') dat later in handen van de Noormannen overging. Vandaar gaat het naar Agrigento, bekend om haar Valle dei Templi. De indrukwekkende tempels, opgericht ter ere van de Goden maakten ooit deel uit van de Griekse stad Akragas, door Plato beschreven als een plek waar de inwoners 'bouwen voor de eeuwigheid, maar eten alsof het hun laatste dag is'.

Sicilië was al vroeg een smeltkroes van culturen, wat het eiland ook voor Italiëreizigers en kunstenaars aantrekkelijk maakte. In de plaatselijke kathedraal zijn tientallen fresco's te zien van de hand van de Antwerpenaar Guglielmo Borremans. Hij kwam aan het begin van de achttiende eeuw in Agrigento terecht, en zou er nooit meer weggaan.

Doordat we gisteren na afloop van de tijdrit nog een eind hebben gereden, zijn we 's ochtends al vlak bij de aankomst. De kortste weg leidt ons over het parcours naar boven. The Beach sputtert op het steilste stuk even tegen, maar de renners zullen hier naar boven vliegen. Het asfalt ligt er mooi bij, donker en goed lopend. Pas in de laatste kilometer mogen we niet verder en worden we door de carabinieri weggeleid. Dan maar te voet verder. De laatste bocht ligt op iets meer dan tweehonderd meter van de streep. Wie hier bij de eerste drie opdraait, wint vandaag.

Agrigento heeft iets met wielerwedstrijden. In 1994 werd hier het WK georganiseerd. De Fransman Luc Leblanc, die dat jaar uitkwam voor Festina-Lotus, reed naar de regenboogtrui. Het was ook de eerste keer dat er een WK-tijdrit werd gereden (winnaar toen: Chris Boardman, die wij vooral nog kennen omdat hij het werelduurrecord - op een traditionele fiets - van Eddy Merckx heeft 'afgepakt'). Bij de laatste passage van de Giro, in 2008, was het de verguisde Riccardo Ricco die de sprint hier won. Paolo Bettini kwam er in zijn trui van wereldkampioen toen niet aan te pas.

Had hij daarom nog een kleine rekening openstaan? In elk geval zien we 'De Krekel' even later, na een lunch van Siciliaanse arancini, met een groepje uitverkorenen in azuurblauwe truitjes naar de aankomst rijden. En het valt niet helemaal goed te onderscheiden, maar vanop afstand lijkt hij al zijn metgezellen in een kort sprintje achter zich te laten. Met vips voor een goed doel een toertje fietsen, allemaal goed en wel, maar aan het eind van de rit moet toch even duidelijk gemaakt, wie er hier de beste is.

De renners reden voorbij de 'Valle dei Templi', de vallei van de tempels., GETTY
De renners reden voorbij de 'Valle dei Templi', de vallei van de tempels. © GETTY

In de 'echte' koers maakt Thomas De Gendt deel uit van de vlucht van de dag. Naar goede gewoonte laat hij daarbij niet onnodig prijzen liggen. De tweede tussensprint is neergelegd in Porto d'Empedocle, vlak voor de finale. Ook daar weer die culturele diversiteit: Griekse wortels. De filosoof, arts, weldoener en staatsman Empedocles moet zo bijzonder zijn geweest dat hij onder meer Aristoteles en Plato heeft beïnvloed, maar was kennelijk ook nogal zelfingenomen. Hij ging gekleed in purperen gewaden, droeg een gouden kroon en bronzen sandalen. Het verhaal gaat dat hij zichzelf beschouwde als een halfgod.

Op de klim naar Agrigento maakt niemand aanspraak op die status, maar krijgen we een spannende finale man-tegen-man. Uiteindelijk is het Diego Ulissi die met een goed getimed eindschot de onvermijdelijke Peter Sagan afhoudt. Die tweede plaats belooft nog veel goeds voor de rest van deze Ronde. De verrassende Mikkel Honoré, die uitkomt voor Deceuninck-Quickstep, bolt als derde over de streep.

Nu trekken we naar vulkanisch gebied, met een aankomst halverwege op de Etna. De overlevering wil dat Empedocles, die ervan uitging dat de dood, het niet-zijn, niet bestond, om dat punt te staven, in een vlaag van zinsverbijstering in de krater sprong. De vulkaan spuwde slechts één bronzen sandaal terug. Hopelijk loopt het voor hen die op de flanken van de eerste échte klim van deze Giro al wat durven ondernemen, ietsje beter af.

Jonas De Bruyn & Lennert De Vroey

Het parcours van de eerste rit in lijn in deze Giro is exemplarisch voor het karakter van Sicilië: starten doen de renners in Alcamo, een van oorsprong Arabisch stadje ('Al Qumah') dat later in handen van de Noormannen overging. Vandaar gaat het naar Agrigento, bekend om haar Valle dei Templi. De indrukwekkende tempels, opgericht ter ere van de Goden maakten ooit deel uit van de Griekse stad Akragas, door Plato beschreven als een plek waar de inwoners 'bouwen voor de eeuwigheid, maar eten alsof het hun laatste dag is'.Sicilië was al vroeg een smeltkroes van culturen, wat het eiland ook voor Italiëreizigers en kunstenaars aantrekkelijk maakte. In de plaatselijke kathedraal zijn tientallen fresco's te zien van de hand van de Antwerpenaar Guglielmo Borremans. Hij kwam aan het begin van de achttiende eeuw in Agrigento terecht, en zou er nooit meer weggaan.Doordat we gisteren na afloop van de tijdrit nog een eind hebben gereden, zijn we 's ochtends al vlak bij de aankomst. De kortste weg leidt ons over het parcours naar boven. The Beach sputtert op het steilste stuk even tegen, maar de renners zullen hier naar boven vliegen. Het asfalt ligt er mooi bij, donker en goed lopend. Pas in de laatste kilometer mogen we niet verder en worden we door de carabinieri weggeleid. Dan maar te voet verder. De laatste bocht ligt op iets meer dan tweehonderd meter van de streep. Wie hier bij de eerste drie opdraait, wint vandaag.Agrigento heeft iets met wielerwedstrijden. In 1994 werd hier het WK georganiseerd. De Fransman Luc Leblanc, die dat jaar uitkwam voor Festina-Lotus, reed naar de regenboogtrui. Het was ook de eerste keer dat er een WK-tijdrit werd gereden (winnaar toen: Chris Boardman, die wij vooral nog kennen omdat hij het werelduurrecord - op een traditionele fiets - van Eddy Merckx heeft 'afgepakt'). Bij de laatste passage van de Giro, in 2008, was het de verguisde Riccardo Ricco die de sprint hier won. Paolo Bettini kwam er in zijn trui van wereldkampioen toen niet aan te pas.Had hij daarom nog een kleine rekening openstaan? In elk geval zien we 'De Krekel' even later, na een lunch van Siciliaanse arancini, met een groepje uitverkorenen in azuurblauwe truitjes naar de aankomst rijden. En het valt niet helemaal goed te onderscheiden, maar vanop afstand lijkt hij al zijn metgezellen in een kort sprintje achter zich te laten. Met vips voor een goed doel een toertje fietsen, allemaal goed en wel, maar aan het eind van de rit moet toch even duidelijk gemaakt, wie er hier de beste is.In de 'echte' koers maakt Thomas De Gendt deel uit van de vlucht van de dag. Naar goede gewoonte laat hij daarbij niet onnodig prijzen liggen. De tweede tussensprint is neergelegd in Porto d'Empedocle, vlak voor de finale. Ook daar weer die culturele diversiteit: Griekse wortels. De filosoof, arts, weldoener en staatsman Empedocles moet zo bijzonder zijn geweest dat hij onder meer Aristoteles en Plato heeft beïnvloed, maar was kennelijk ook nogal zelfingenomen. Hij ging gekleed in purperen gewaden, droeg een gouden kroon en bronzen sandalen. Het verhaal gaat dat hij zichzelf beschouwde als een halfgod. Op de klim naar Agrigento maakt niemand aanspraak op die status, maar krijgen we een spannende finale man-tegen-man. Uiteindelijk is het Diego Ulissi die met een goed getimed eindschot de onvermijdelijke Peter Sagan afhoudt. Die tweede plaats belooft nog veel goeds voor de rest van deze Ronde. De verrassende Mikkel Honoré, die uitkomt voor Deceuninck-Quickstep, bolt als derde over de streep.Nu trekken we naar vulkanisch gebied, met een aankomst halverwege op de Etna. De overlevering wil dat Empedocles, die ervan uitging dat de dood, het niet-zijn, niet bestond, om dat punt te staven, in een vlaag van zinsverbijstering in de krater sprong. De vulkaan spuwde slechts één bronzen sandaal terug. Hopelijk loopt het voor hen die op de flanken van de eerste échte klim van deze Giro al wat durven ondernemen, ietsje beter af.Jonas De Bruyn & Lennert De Vroey