1. LUCIEN VAN IMPE

Zes keer winnaar van het bergklassement en de eerste renner die de bolletjestrui won: over de eerste plaats van Lucien Van Impe kan weinig discussie bestaan. Met zijn flitsende aanvallen versmachtte hij, steeds weer een klein verzet ronddraaiend, de concurrentie. Hij ontwikkelde destijds zijn klimmerscapaciteiten door net zo vaak de Muur van Geraardsbergen op te spurten tot het voor zijn ogen begon te schemeren.

2. FEDERICO BAHAMONTES

De Adelaar van Toledo, die zes keer het bergklassement op zijn naam schreef, beschouwt zichzelf als de beste klimmer aller tijden. Als de bergen in zicht kwamen, begonnen de andere renners al te bibberen. Bahamontes viel voortdurend aan en wie hem volgde, pleegde zelfmoord. De Spanjaard stond bekend voor zijn temperament en eigenzinnig karakter. In eigen land is de 85-jarige Bahamontes nog altijd een mythe.

3. CHARLY GAUL

In slecht weer was de Luxemburger in de cols door niemand te volgen. Het bezorgde hem een kick om te klimmen in regen en wind. Vooral dan wilde hij wel eens in impulsiviteit vervallen, al koos hij zijn momenten doorgaans goed uit en gaf hij blijkt van een grote innerlijke rust. Zoals de meeste klimmers was Charly Gaul een solist. Hij trok zich na zijn carrière terug in de bossen en leefde daar als een kluizenaar.

4. MARCO PANTANI

De laatste rasklimmer. De Italiaan kon op de moeilijkste momenten gaan en blijven gaan. Hij danste naar boven en nam elke bocht aan de steile binnenkant, iets wat niemand anders kon. Bovendien kon de bakkerszoon met verschroeiende versnellingen uitpakken. Toch won hij nooit het bergklassement. Pantani, die na zijn carrière in diepe depressies tuimelde, stierf op zijn 34ste in troebele omstandigheden.

5. EDDY MERCKX

Een echte berggeit was Eddy Merckx natuurlijk niet. Maar de grootste wielrenner aller tijden mag uiteraard in dit overzicht niet ontbreken. Hij voerde in de bergetappes van de Tour tal van epische nummers op en degradeerde in memorabele raids zijn tegenstanders tot meelopers. Telkens weer ontwikkelde hij zo'n moordend tempo dat niemand zijn wiel kon houden. Merckx won twee keer het bergklassement.

6. JOSÉ MANUEL FUENTE

Puur qua klimmerscapaciteiten was de Spanjaard even goed als Lucien Van Impe. Hij demarreerde het snelst van allemaal. En hij beantwoordde in een eerste fase met sprekend gemak iedere aanval. Maar het nadeel van de lichtvoetige Fuente was dat hij op een gegeven moment altijd stilviel. Hij miste uithouding. Terwijl hij vier keer het bergklassement in de Giro won, lukte hem dat in de Tour nooit. José Manuel Fuente stierf op zijn 50ste.

7. LUIS HERRERA

De exponent van een generatie Colombiaanse klimmers die symbool stonden voor de globalisering van de wielersport.. De speelse en soepele manier waarop Luis Herrera klom, was nog nooit vertoond op de Europese wegen. De in een arm boerengezin opgegroeide Colombiaan won het bergklassement twee keer. Hem interviewen was voor iedere journalist een kwelling: Luis Herrera had gewoon niets te vertellen.

8. JULIO JIMÉNEZ

De Spanjaard won het bergklassement drie keer na mekaar: in 1965, 1966 en 1967. In eigen land gold hij als de opvolger van Federico Bahamontes, maar aan die verwachtingen kon hij nooit echt beantwoorden. In een goede dag was Jiménez, aanvankelijk uurwerkenmaker, door niemand te stoppen. Maar hij miste regelmaat. Daardoor streed hij in de grote rondes maar zelden mee voor de eindzege.

9. BERNARD HINAULT

Net zoals Eddy Merckx was ook de Bretoen geen gevleugelde klimmer. Ook hij kon in de cols constant aan een hoog tempo rijden en maakte er, met de hem eigen branie, een uitputtingsslag van. Hinault, die de bergprijs één keer won, ging vanuit een grote eerzucht telkens weer de strijd aan met zichzelf en dat deed hij ook in de bergritten. Het bergklassement zette hij één keer op zijn palmares.

10. RICHARD VIRENQUE

Lucien Van Impe en Federico Bahamontes steigeren als Richard Virenque een klimmer wordt genoemd. Toch hoort de Fransman in dit lijstje. Hij won zeven keer de bolletjestrui, al verzamelde hij punten op de kleine hellingen of door vroeg aan te vallen en te proberen op zoveel mogelijk beklimmingen van een zware rit als eerste boven te komen. Virenque kon uiteraard goed bergop rijden. Maar hij deed dat altijd aan hetzelfde, monotone tempo.

1. LUCIEN VAN IMPE Zes keer winnaar van het bergklassement en de eerste renner die de bolletjestrui won: over de eerste plaats van Lucien Van Impe kan weinig discussie bestaan. Met zijn flitsende aanvallen versmachtte hij, steeds weer een klein verzet ronddraaiend, de concurrentie. Hij ontwikkelde destijds zijn klimmerscapaciteiten door net zo vaak de Muur van Geraardsbergen op te spurten tot het voor zijn ogen begon te schemeren.2. FEDERICO BAHAMONTES De Adelaar van Toledo, die zes keer het bergklassement op zijn naam schreef, beschouwt zichzelf als de beste klimmer aller tijden. Als de bergen in zicht kwamen, begonnen de andere renners al te bibberen. Bahamontes viel voortdurend aan en wie hem volgde, pleegde zelfmoord. De Spanjaard stond bekend voor zijn temperament en eigenzinnig karakter. In eigen land is de 85-jarige Bahamontes nog altijd een mythe. 3. CHARLY GAUL In slecht weer was de Luxemburger in de cols door niemand te volgen. Het bezorgde hem een kick om te klimmen in regen en wind. Vooral dan wilde hij wel eens in impulsiviteit vervallen, al koos hij zijn momenten doorgaans goed uit en gaf hij blijkt van een grote innerlijke rust. Zoals de meeste klimmers was Charly Gaul een solist. Hij trok zich na zijn carrière terug in de bossen en leefde daar als een kluizenaar. 4. MARCO PANTANI De laatste rasklimmer. De Italiaan kon op de moeilijkste momenten gaan en blijven gaan. Hij danste naar boven en nam elke bocht aan de steile binnenkant, iets wat niemand anders kon. Bovendien kon de bakkerszoon met verschroeiende versnellingen uitpakken. Toch won hij nooit het bergklassement. Pantani, die na zijn carrière in diepe depressies tuimelde, stierf op zijn 34ste in troebele omstandigheden. 5. EDDY MERCKX Een echte berggeit was Eddy Merckx natuurlijk niet. Maar de grootste wielrenner aller tijden mag uiteraard in dit overzicht niet ontbreken. Hij voerde in de bergetappes van de Tour tal van epische nummers op en degradeerde in memorabele raids zijn tegenstanders tot meelopers. Telkens weer ontwikkelde hij zo'n moordend tempo dat niemand zijn wiel kon houden. Merckx won twee keer het bergklassement. 6. JOSÉ MANUEL FUENTE Puur qua klimmerscapaciteiten was de Spanjaard even goed als Lucien Van Impe. Hij demarreerde het snelst van allemaal. En hij beantwoordde in een eerste fase met sprekend gemak iedere aanval. Maar het nadeel van de lichtvoetige Fuente was dat hij op een gegeven moment altijd stilviel. Hij miste uithouding. Terwijl hij vier keer het bergklassement in de Giro won, lukte hem dat in de Tour nooit. José Manuel Fuente stierf op zijn 50ste. 7. LUIS HERRERA De exponent van een generatie Colombiaanse klimmers die symbool stonden voor de globalisering van de wielersport.. De speelse en soepele manier waarop Luis Herrera klom, was nog nooit vertoond op de Europese wegen. De in een arm boerengezin opgegroeide Colombiaan won het bergklassement twee keer. Hem interviewen was voor iedere journalist een kwelling: Luis Herrera had gewoon niets te vertellen. 8. JULIO JIMÉNEZ De Spanjaard won het bergklassement drie keer na mekaar: in 1965, 1966 en 1967. In eigen land gold hij als de opvolger van Federico Bahamontes, maar aan die verwachtingen kon hij nooit echt beantwoorden. In een goede dag was Jiménez, aanvankelijk uurwerkenmaker, door niemand te stoppen. Maar hij miste regelmaat. Daardoor streed hij in de grote rondes maar zelden mee voor de eindzege. 9. BERNARD HINAULT Net zoals Eddy Merckx was ook de Bretoen geen gevleugelde klimmer. Ook hij kon in de cols constant aan een hoog tempo rijden en maakte er, met de hem eigen branie, een uitputtingsslag van. Hinault, die de bergprijs één keer won, ging vanuit een grote eerzucht telkens weer de strijd aan met zichzelf en dat deed hij ook in de bergritten. Het bergklassement zette hij één keer op zijn palmares. 10. RICHARD VIRENQUE Lucien Van Impe en Federico Bahamontes steigeren als Richard Virenque een klimmer wordt genoemd. Toch hoort de Fransman in dit lijstje. Hij won zeven keer de bolletjestrui, al verzamelde hij punten op de kleine hellingen of door vroeg aan te vallen en te proberen op zoveel mogelijk beklimmingen van een zware rit als eerste boven te komen. Virenque kon uiteraard goed bergop rijden. Maar hij deed dat altijd aan hetzelfde, monotone tempo.