Voor de 56e keer wordt zondag de Amstel Gold Race gereden, de eerste en nog altijd enige Nederlandse klassieker die leidt door de Limburgse heuvels. Geen koers die meer bij de mogelijkheden van Jan Raas paste als deze wedstrijd. De Zeeuw won deze koers vijf keer. Tussen 1977 en 1980 en in 1982. Tussenin zegevierde in 1981 Bernard Hinault. De Amstel Gold Race kon je toen eigenlijk de Amstel Raas Race noemen.
...

Voor de 56e keer wordt zondag de Amstel Gold Race gereden, de eerste en nog altijd enige Nederlandse klassieker die leidt door de Limburgse heuvels. Geen koers die meer bij de mogelijkheden van Jan Raas paste als deze wedstrijd. De Zeeuw won deze koers vijf keer. Tussen 1977 en 1980 en in 1982. Tussenin zegevierde in 1981 Bernard Hinault. De Amstel Gold Race kon je toen eigenlijk de Amstel Raas Race noemen.Jan Raas was in zijn topperiode een van de regisseurs van het peloton. Hij nam nooit een blad voor de mond. En dat terwijl er destijds zoveel twijfels rond hem hingen dat hij zich na twee jaar bij Raleigh verplicht zag om van sponsor te veranderen. Raas was toen nochtans Nederlands kampioen, maar reed tegen een minimumloon en moest zelf de sociale lasten betalen om in orde te zijn. Bij Frisol won Raas in 1977 voor de neus van Roger De Vlaeminck met Milaan-Sanremo zijn eerste klassieker. Vervolgens pakte hij de eerste van zijn vijf overwinningen in de Amstel Gold Race. Drie weken later zat hij weer aan de onderhandelingstafel met Peter Post. Plots werden al zijn eisen ingewilligd.Zo kon Jan Raas dus aan de opbouw van zijn carrière beginnen. Hij vergaarde 157 overwinningen en schreef die vooral toe aan zijn inzicht. Raas kon het altijd opbrengen om zich in zijn tegenstanders te verdiepen, hij kende die door en door, tot in de kleinste details. Zijn hoofd was een soort databank waarin hij alles opsloeg. Daar haalde Raas veel profijt uit. Als hij in een kopgroep zat, wist hij meteen hoe de verhoudingen lagen, hoe de onderlinge relaties er tussen de renners uitzagen. Waren ze vrienden of vijanden, hij taxeerde dat meteen en stemde zijn manier van koersen daarop af.Jan Raas, die ooit heel het peloton tot een staking aanzette, bleek niet bepaald de meest populaire renner. Hij was in de wedstrijden bloednerveus en snel ontvlambaar. Toch kon hij zich lang inhouden en rustig blijven. Maar nooit té lang. Het dreef Raas naar een schitterend palmares. Zonder trainingsschema's, zonder hartslagmeters, zonder wetenschappelijke begeleiding. Jan Raas werd gevormd in de Zeeuwse wind. Hij trainde niet lang, maar heel intensief. Als hij thuis kwam, kon hij niet snel genoeg op de bank gaan liggen. Zijn uitgangspunt was: als je niets extra's doet, kan je niets extra bereiken.Raas was een leider met veel explosiviteit en turbodijen. Hij won onder meer twee keer de Ronde van Vlaanderen en werd door zijn ploegmaat Ludo Peeters naar de overwinning geleid in Parijs-Roubaix. En hij werd in 1979 in Valkenburg wereldkampioen, het absoluut hoogtepunt uit zijn loopbaan. Jan Raas werd niet bepaald aangedreven door een hartstochtelijke liefde voor de fiets, hij bezat niet de bezetenheid van veel van zijn collega's. Hij was een renner die zich drie maanden helemaal kon wegcijferen voor zijn vak. Dan stond iedere seconde van de dag in het teken van presteren, dan reed hij de finale van iedere klassieker vooraf in gedachten een keer of tien. En dan was hij thuis niet te harden. Maar nadien moest hij wel stoom aflaten. Een Ronde van Frankrijk bijvoorbeeld, ruim drie weken op de fiets, dat was niets voor hem, daarvoor kon hij zich niet opladen. Ook al pakte hij in de Tour tien ritoverwinningen.Jan Raas stopte in 1985, geweld door rugpijnen. Hij stapte in de volgauto en was elf jaar ploegleider. Aanvankelijk met succes, maar toen dat verdampte moest hij steeds weer op zoek naar nieuwe sponsors. Uiteindelijk vond hij onderdak bij Rabobank, waar hij eind 2003 als directeur op een zijspoor werd gezet. De door hem mee opgezette wielercultuur ging in een complex tijdperk ten onder, hij werd kop van Jut. Het verbitterde hem in hoge mate. Sindsdien trekt hij zich terug in de luwte. Raas, die erg intimiderend kon overkomen en bekend was om zijn woede-uitbarstingen, gaf vijftien jaar lang geen enkel interview, om vervolgens incidenteel de stilte te doorbreken. Een zwijgende legende werd Raas genoemd. Maar kwaad blijft hij, tussen hem en de boze buitenwereld komt het nooit meer goed. Op 8 november wordt Jan Raas 70 jaar.