'Ik vind het altijd gevaarlijk om de Omloop als eerste koers van het jaar te rijden. Op training kan er veel, maar dat pelotongevoel is toch nog iets anders. En zeker in de Omloop. Draaien en keren wringen, optrekken...'
...

'Ik vind het altijd gevaarlijk om de Omloop als eerste koers van het jaar te rijden. Op training kan er veel, maar dat pelotongevoel is toch nog iets anders. En zeker in de Omloop. Draaien en keren wringen, optrekken...'Aldus luidde de repliek van Johan Museeuw in De Zondag van vorige week op de opmerking dat Tiesj Benoot en Jasper Stuyven met nul wedstrijden op hun conto aan de start van de Belgische openingskoersen zullen staan. Logisch, volgens de aloude wielerwetten: het seizoen moet je in januari en februari voorbereiden in rittenwedstrijden in Zuid-Europa, of sinds de laatste twee decennia in Australië, het Midden-Oosten en zelfs Zuid-Amerika. Dan pas kan je gerodeerd aan de Omloop Het Nieuwsblad en Kuurne-Brussel-Kuurne beginnen, mét winstkansen. Een wielerwet die steek houdt. Dat blijkt uit het gemiddeld aantal racedagen op de weg van de top vijf (9,7) en de top tien (9,2) van de laatste tien edities van de Omloop Het Nieuwsblad (van 2011 tot 2020), vaak door een combinatie van één, twee of zelfs drie ritten/eendagskoersen.Tot vorig jaar finishte in de top vijf van die laatste tien edities zelfs geen énkele renner die mínder dan vijf koersdagen in de benen had. Alleen Sep Vanmarcke (2012) en Zdenek Stybar (2019) wonnen de Omloop na slechts één rittenkoers te hebben gereden (de Ronde van de Algarve, met vijf ritten).En in de tien Belgische openingskoersen daarvoor (2001-2010) eindigden welgeteld twee renners in de eerste vijf met minder dan vijf wedstrijden op hun teller: Luca Paolini, die in de Omloop van 2010 vierde werd, na alleen de GP della Costa Etruschi en de Trofeo Laigueglia te hebben uitgefietst. En vier jaar eerder Bert De Waele die in 2006 als tweede finishte in Gent, na Philippe Gilbert, met vier afgewerkte eendagskoersen.Dat veranderde echter in 2020, toen twee renners op basis van alléén trainingskilometers in de top tien eindigden van de Omloop: Sören Kragh Andersen werd derde na Jasper Stuyven en Yves Lampaert, Mike Teunissen finishte als zesde. Hun respectieve ploegmaats Tiesj Benoot en Wout van Aert eindigden als 14e en 11e met niets van competitie achter de rug. Alle vier hadden zij met een hoogtestage toegeleefd naar het openingsweekend.Dat fenomeen zien we ook dit jaar terug, met nog veel meer renners die zonder competitiekilometers zaterdag het startblad zullen tekenen. In 2020 waren dat er vijf, dit jaar zo'n veertigtal. Omdat vele koersen door de coronamaatregelen zijn weggevallen en ploegen keuzes moesten maken in hun selecties, en omdat ook meer coureurs ervoor kozen om via training naar de Omloop toe te leven.Onder hen opnieuw Tiesj Benoot, maar ook titelverdediger Jasper Stuyven, en andere Belgen als Aimé De Gendt, Tom Van Asbroeck, Maarten Wynants, Benjamin Declercq, Frederik Backaert, Bert De Backer en Sean De Bie.Ook grote buitenlandse namen starten zaterdag in Gent zonder één koers te hebben gereden: Benoots DSM-ploegmaats Sören Kragh Andersen, Joris Nieuwenhuis, Casper Pedersen en Romain Bardet, en ook Stefan Küng (vorig jaar negende), Sonny Colbrelli en Daniel Oss.Gezien de kwaliteiten van die renners, en de steeds specifiekere trainingsopbouw op hoogte, is de kans zo reëel dat er nog eens iemand de Belgische openingskoers wint met een blanco competitieschema. Uniek in 'moderne' wielertijden, want de laatste renner die daarin slaagde - zo bevestigde hij ons aan de telefoon - was Joseph Bruyère, in 1980. De tweevoudige Waalse winnaar van de Omloop was toen na een slecht jaar, waarin hij sukkelde met hooikoorts, door velen al afgeschreven, maar kreeg nog een contract bij Marc Zeepcentrale. Daar begon de pas 25-jarige Patrick Lefevere ook aan zijn eerste voorjaar als sportdirecteur.Het werd een klinkend debuut voor Lefevere en een mooie revanche voor Bruyère, die in zijn eentje keihard had getraind om klaar te zijn voor de Omloop Het Volk. En er te winnen. De dan 31-jarige Waal werd met een derde zege ook recordhouder.Voor nog een renner die de Belgische openingskoers won door alleen te trainen, moet je tien jaar verder in de tijd teruggaan. Naar Frans Verbeeck, in de tijd dat die nog zijn wielercarrière combineerde met een job als melkboer. Die prille ochtend van de Omloop had hij naar eigen zeggen zelfs nog zijn ronde bij de bakkers gedaan. Een job die hem echter niet belette om vroeger dan wie ook in de winter te beginnen trainen, waardoor Verbeeck vaak in de eerste koersen van het seizoen schitterde. Zo won hij in 1972 ook de Omloop, al had hij toen wel al drie koersen in Zuid-Frankrijk gereden.In 1969 gooide ook de 21-jarige neoprof Roger De Vlaeminck hoge ogen in de 24e Gent-Gent. Door een week nadat hij op het WK veldrijden voor amateurs in Magstadt zilver had veroverd, metéén die Omloop Het Volk te winnen, zijn allereerste profkoers op de weg. Een dag later, op zondag 2 maart, stapte De Vlaeminck zelfs weer het veld in, om tweede te eindigen in de cross in Overboelare, na broer Eric.Een jaar later (1970) realiseerde De Vlaeminck weer een soortgelijke stunt: op 22 februari eindigde hij als vierde in zijn eerste WK veldrijden bij de elite, de week erna finishte hij als achtste in de Omloop Het Volk, zijn eerste wegrace van dat seizoen, en op zondag was hij de snelste in Kuurne-Brussel-Kuurne.Winnen in de Ezelsgemeente met één koersdag of zelfs nul wegwedstrijden in de benen is trouwens al even uitzonderlijk: Frans Verhaegen won in 1975 en 1976 in Kuurne, na alleen op zaterdag de Omloop te hebben uitgereden (als 44e en 7e). Staf Van Roosbroeck was vier jaar eerder, in 1972, de laatste renner die in zijn eerste wegkoers van het seizoen K-B-K op zijn naam schreef.Krijgen hij, Bruyère, Verbeeck en De Vlaeminck komend weekend navolging? Zeldzaam zou het in elk geval zijn. En in het hedendaagse wielrennen zelfs uniek.