In november 2020 vond de parcourspresentatie van de Tour 2021 plaats, waarin organisator ASO tegen de trend van het laatste decennium in twee langere individuele tijdritten aankondigde (van 27 en 31 km).

Maar: zonder ploegentijdrit, zoals ook in 2020, na nochtans drie team time trials in de vijf jaar ervoor. De laatste keer in Brussel, toen Jumbo-Visma won, met Wout van Aert als grote motor.

Ook in de Giro en Vuelta stonden er in het ingekorte coronaseizoen geen ploegentijdritten op het programma. Door de ingekorte kalender werden zelfs nooit zo weinig TTT's georganiseerd als in 2020, geen enkele zelfs in de WorldTour: alleen in februari in de Tour de Colombia, in de zomer in de Czech Cycling Tour en traditioneel in de Settimana Coppi & Bartali (de enige rittenkoers waar sinds 2007 élk jaar een ploegentijdrit wordt gereden).

Ter vergelijking: in 2015, 2016, 2017 en 2018 fietsten ploegen respectievelijk nog 12, 11, 7 en 12 maal tegen de klok.

© AFP

Die tendens zet zich ook door in 2021. In navolging van de Tour zullen ook de Giro en Vuelta geen ploegentijdritten plannen. De Giro zou met slechts twee korte tijdritten, op de eerste en laatste dag, vooral mikken op klimmers.

De Vuelta pakt ook uit met twee chronoproeven als opening (in Burgos, 8 km) en als slot van de ronde (in Santiago de Compostela, een langere tijdrit van 33,7 km). Maar telkens voor individuele renners.

Te belastend?

Ook in andere WorldTourrittenkoersen als de UAE Tour, Parijs-Nice, Tirreno-Adriatico, de Ronde van Romandië en de Ronde van Zwitserland staat de teamdiscipline niet op het routeschema. Nochtans reden ploegen in die rondes de voorbije jaren er geregeld tegen de klok.

Mogelijke uitleg: organisatoren die de teams niet extra willen belasten in een seizoen met strikte coronamaatregelen. Zo'n ploegentijdrit vergt immers heel veel voorbereidingswerk, qua materiaal en training.

Plus: het WK voor merkenteams is na 2018 afgeschaft, waardoor ploegen er sowieso minder tijd en geld aan spenderen. Een tijdelijke teloorgang van een wondermooie discipline? De toekomst zal het uitwijzen.

In november 2020 vond de parcourspresentatie van de Tour 2021 plaats, waarin organisator ASO tegen de trend van het laatste decennium in twee langere individuele tijdritten aankondigde (van 27 en 31 km). Maar: zonder ploegentijdrit, zoals ook in 2020, na nochtans drie team time trials in de vijf jaar ervoor. De laatste keer in Brussel, toen Jumbo-Visma won, met Wout van Aert als grote motor.Ook in de Giro en Vuelta stonden er in het ingekorte coronaseizoen geen ploegentijdritten op het programma. Door de ingekorte kalender werden zelfs nooit zo weinig TTT's georganiseerd als in 2020, geen enkele zelfs in de WorldTour: alleen in februari in de Tour de Colombia, in de zomer in de Czech Cycling Tour en traditioneel in de Settimana Coppi & Bartali (de enige rittenkoers waar sinds 2007 élk jaar een ploegentijdrit wordt gereden). Ter vergelijking: in 2015, 2016, 2017 en 2018 fietsten ploegen respectievelijk nog 12, 11, 7 en 12 maal tegen de klok.Die tendens zet zich ook door in 2021. In navolging van de Tour zullen ook de Giro en Vuelta geen ploegentijdritten plannen. De Giro zou met slechts twee korte tijdritten, op de eerste en laatste dag, vooral mikken op klimmers. De Vuelta pakt ook uit met twee chronoproeven als opening (in Burgos, 8 km) en als slot van de ronde (in Santiago de Compostela, een langere tijdrit van 33,7 km). Maar telkens voor individuele renners.Ook in andere WorldTourrittenkoersen als de UAE Tour, Parijs-Nice, Tirreno-Adriatico, de Ronde van Romandië en de Ronde van Zwitserland staat de teamdiscipline niet op het routeschema. Nochtans reden ploegen in die rondes de voorbije jaren er geregeld tegen de klok. Mogelijke uitleg: organisatoren die de teams niet extra willen belasten in een seizoen met strikte coronamaatregelen. Zo'n ploegentijdrit vergt immers heel veel voorbereidingswerk, qua materiaal en training. Plus: het WK voor merkenteams is na 2018 afgeschaft, waardoor ploegen er sowieso minder tijd en geld aan spenderen. Een tijdelijke teloorgang van een wondermooie discipline? De toekomst zal het uitwijzen.