Hij was één van de beste renners van zijn generatie, de sterkste Franse coureur uit de naoorlogse periode. Maar ook een van de meest kolerieke. Henri Pélissier werd prof in 1911 en won meteen de Ronde van Lombardije, met veertien minuten voorsprong. Het jaar daarop zegevierde hij in Milaan-Sanremo. Pélissier, die in ieder koers twintig eieren at, had een voorliefde voor Italiaanse koersen. Maar het hoogtepunt van zijn carrière kende hij na de Eerste Wereldoorlog toen hij, in 1923, de Ronde van Frankrijk won.

Maar de rebelse en eigenzinnige Henri Pélissier, wiens broers Francis en Charles ook koersten, lag constant met iedereen overhoop. Hij leek er plezier in te scheppen met iedereen ruzie te maken, zijn driftbuien waren legendarisch. Rond hem hing constant een spanningsveld. Zo was er een langdurige vete met Tourbaas Henri Desgrange. Pélissier vond dat renners in de Ronde van Frankrijk in onmenselijke omstandigheden moesten rijden, waarop die dan repliceerde dat Henri niet wist wat lijden was. Een mening waarop Desgrange, ook niet bang van een scherpe uitlating, later diende terug te komen.

Constant deed Henri Pélissier uit de hoogte. Zijn ploegmaats behandelde hij als zijn lijfeigenen. Soms hield hij halt om een hapje te eten en vroeg zijn knechten dan om hem terug te brengen in het peloton. Zo kwam het in de Tour van 1925 tot een oplaaiende woordenwisseling met zijn Belgische teamgenoot Lucien Buysse die dat soort bevelen beu was. Beiden grepen op een gegeven moment een mes en met man en macht moesten de kemphanen uit mekaar gedreven worden. De dag nadien demarreerde Buysse samen met zijn Italiaanse temgenoot Ottavio Bottechia toen Pélissier een lekke band kreeg. De Fransman gaf later in de etappe op.

Henri Pélissier kon zijn woedeaanvallen niet controleren. Dat zou pas na het einde van zijn carrière goed blijken. In plaats van te genieten van zijn indrukwekkend palmares bleef hij in de omgang onhandelbaar. De stoppen sloegen constant door. In 1932 pleegde zijn vrouw Léonie zelfmoord, ze was in een depressie geraakt na een opeenvolging van hoogoplopende ruzies met haar echtgenoot. Léonie nam een pistool en schoot zichzelf dood.

Maar dat veranderde Henri Pélissier niet. Integendeel zelfs. Hij werd na de dood van zijn vrouw nog driftiger, nog onleefbaarder. Ook toen hij ging samenleven met zijn nieuwe vriendin, de twintig jaar jongere Camille. Die betrapte hem op de ochtend van 1 mei 1935 in een ruzie met haar zus. Ze zag dat Henri een mes, dat op tafel lag, greep en naar het gezicht van haar zus uithaalde. Camille rende naar de woonkamer, pakte de revolver waarmee Pélissiers vrouw zelfmoord had gepleegd en schoot hem dood. Henri Pélissier was 46 jaar.

Camille werd aangehouden, maar het kostte haar advocaat absoluut geen moeite om verzachtende omstandigheden te pleiten. Ze kreeg een gevangenisstraf van een jaar. Met uitstel. Dit trauma sleepte ze heel haar leven met zich mee. Net zoals haar zus, die aan de steekpartij littekens in haar gezicht overhield.

Hij was één van de beste renners van zijn generatie, de sterkste Franse coureur uit de naoorlogse periode. Maar ook een van de meest kolerieke. Henri Pélissier werd prof in 1911 en won meteen de Ronde van Lombardije, met veertien minuten voorsprong. Het jaar daarop zegevierde hij in Milaan-Sanremo. Pélissier, die in ieder koers twintig eieren at, had een voorliefde voor Italiaanse koersen. Maar het hoogtepunt van zijn carrière kende hij na de Eerste Wereldoorlog toen hij, in 1923, de Ronde van Frankrijk won.Maar de rebelse en eigenzinnige Henri Pélissier, wiens broers Francis en Charles ook koersten, lag constant met iedereen overhoop. Hij leek er plezier in te scheppen met iedereen ruzie te maken, zijn driftbuien waren legendarisch. Rond hem hing constant een spanningsveld. Zo was er een langdurige vete met Tourbaas Henri Desgrange. Pélissier vond dat renners in de Ronde van Frankrijk in onmenselijke omstandigheden moesten rijden, waarop die dan repliceerde dat Henri niet wist wat lijden was. Een mening waarop Desgrange, ook niet bang van een scherpe uitlating, later diende terug te komen.Constant deed Henri Pélissier uit de hoogte. Zijn ploegmaats behandelde hij als zijn lijfeigenen. Soms hield hij halt om een hapje te eten en vroeg zijn knechten dan om hem terug te brengen in het peloton. Zo kwam het in de Tour van 1925 tot een oplaaiende woordenwisseling met zijn Belgische teamgenoot Lucien Buysse die dat soort bevelen beu was. Beiden grepen op een gegeven moment een mes en met man en macht moesten de kemphanen uit mekaar gedreven worden. De dag nadien demarreerde Buysse samen met zijn Italiaanse temgenoot Ottavio Bottechia toen Pélissier een lekke band kreeg. De Fransman gaf later in de etappe op.Henri Pélissier kon zijn woedeaanvallen niet controleren. Dat zou pas na het einde van zijn carrière goed blijken. In plaats van te genieten van zijn indrukwekkend palmares bleef hij in de omgang onhandelbaar. De stoppen sloegen constant door. In 1932 pleegde zijn vrouw Léonie zelfmoord, ze was in een depressie geraakt na een opeenvolging van hoogoplopende ruzies met haar echtgenoot. Léonie nam een pistool en schoot zichzelf dood.Maar dat veranderde Henri Pélissier niet. Integendeel zelfs. Hij werd na de dood van zijn vrouw nog driftiger, nog onleefbaarder. Ook toen hij ging samenleven met zijn nieuwe vriendin, de twintig jaar jongere Camille. Die betrapte hem op de ochtend van 1 mei 1935 in een ruzie met haar zus. Ze zag dat Henri een mes, dat op tafel lag, greep en naar het gezicht van haar zus uithaalde. Camille rende naar de woonkamer, pakte de revolver waarmee Pélissiers vrouw zelfmoord had gepleegd en schoot hem dood. Henri Pélissier was 46 jaar.Camille werd aangehouden, maar het kostte haar advocaat absoluut geen moeite om verzachtende omstandigheden te pleiten. Ze kreeg een gevangenisstraf van een jaar. Met uitstel. Dit trauma sleepte ze heel haar leven met zich mee. Net zoals haar zus, die aan de steekpartij littekens in haar gezicht overhield.