Toch leek de 3,7 km lange bult van de begeerte tot voor een paar jaar veel van zijn glans te hebben verloren. Was de Poggio, of zijn afdaling, tot midden jaren negentig nog hét lanceerplatform voor de latere winnaar, dan lag de helling vanaf toen geplaveid met offensieve voornemens die zelden een verlengstuk kregen. Tussen 1997 en 2011 konden alleen Paolo Bettini (2003) en Filippo Pozzato (2006) een aanval succesvol afronden.

Sinds de vier zeges van Erik Zabel (1997, 1998, 2000 en 2001) deden weinig sprinters het immers nog in de broek voor de Poggio. Ze gingen meer bergop trainen, en hun ploegen stemden hun tactiek, geholpen door de introductie van de oortjes, af op een massaspurt. Dat leidde tot overwinningen van Mario Cipollini (2002), Oscar Freire (2004, 2007, 2010), Alessandro Petacchi (2005) en Mark Cavendish (2009).

Bovendien werden de klimtijden van de voormalige E-po-ggio steeds trager - de 5'41'' voor Laurent Jalabert in 1995 is bijna 50 seconden rapper dan de snelste tijden van de laatste jaren -, waardoor steeds meer renners/helpers in staat waren om het tempo bergop te volgen en het gat op eventuele vluchters te dichten.

Zelfs de toevoeging van een nieuwe klim in 2008 - Le Manie, op goed 90 km van de finish - leek de status van de Poggio als ultieme scherprechter niet te kunnen opschroeven. Mede omdat de aankomst verlegd werd van de Via Roma naar de Lungomare Italo Calvino, 6,2 km na de top van de Poggio, of zo'n 500 meter verder dan de streep op de Via Roma. Een groot verschil voor een of meerdere vluchters, zeker als de wind er, zoals meestal, op de kop blaast.

Een man zorgde echter voor de (kortstondige?) wedergeboorte van de Poggio: Fabian Cancellara. In 2012 reageerde hij op een uitval van Vincenzo Nibali en Simon Gerrans, op 1,3 km van de top, en trok hij bijna in zijn eentje door tot aan de finish - helaas voor hem met de snellere Gerrans in het wiel.

In 2013 plaatste de Zwitser net voor de top een demarrage die alleen Peter Sagan, Gerald Ciolek, Luca Paolini en Taylor Phinney konden beantwoorden, mede omdat het deelnemersveld gehalveerd was door de danteske weersomstandigheden. In de afdaling haalden ze de eerder ontsnapte Sylvain Chavanel en Ian Stannard bij, maar aan de streep botste Cancellara weer op een snellere collega: Ciolek.

Of de beroemde 'kleine heuvel' - letterlijk vertaald - zondag opnieuw beslissend zal zijn, is echter de vraag. Want naast de Pompeiana is ook Le Manie is geschrapt, na veel klachten over de (te) gevaarlijke afdaling. Tot vreugde van André Greipel, Arnaud Démare, John Degenkolb - die al maanden droomt van de Primavera -, Michael Matthews - de best klimmende sprinter in Parijs-Nice -, en vooral Mark Cavendish.

"Het parcours is nog makkelijker dan in 2009, de editie die ik won. De kans op een sprint is heel groot", aldus de Brit. Door de laattijdige parcourswijziging kon hij zich echter - net als zijn collega-sprinters - niet wekenlang specifiek voorbereiden op het klimwerk, waardoor hij niet de vorm en het (lage) gewicht heeft van 2009. Toch acht Cavendish zich allerminst kansloos in een spurt na 297 kilometer.

Komt die er niet, dan moeten zijn OPQS-ploegmaats Zdenek Stybar en Michal Kwiatkowski andere punchers als Fabian Cancellara, Philippe Gilbert, Simon Gerrans en Peter Sagan proberen te volgen op de Poggio. Die lieten weten er alles aan te zullen doen om de snelle mannen los te gooien, al kan de Slowaakse alleskunner het ook afmaken in de sprint.

De aanvallers zullen alleszins geholpen worden door de voorspelde rúgwind uit het zuidoosten en de regen(buien) die de wedstrijd ongetwijfeld een stuk harder en vooral de afdalingen gevaarlijker zullen maken. Factoren die de Poggio of zijn afzink richting de Lungomare Italo Calvino (misschien) opnieuw de rol van scherprechter kunnen bezorgen.

Kúnnen, want Milaan-Sanremo is geen normale koers. Eerder een afspraakje met een veel te mooie vrouw: het kan alle kanten op. Hoeveel scenario's je vooraf ook bedenkt: het draait heel vaak anders uit. Maar net dát is de charme van La Primavera.

De rol van de Poggio

Sinds de Poggio in 1960 werd geïntroduceerd, wonnen 54 renners in Sanremo. Een overzicht van de winnaars en waar ze de basis voor hun zege legden.

Voor de Poggio

1965 Den Hartog, 1967 Merckx, 1970 Dancelli, 1974 Gimondi, 1978 De Vlaeminck, 1982 Gomez, 1985 Kuiper, 1987 Mächler, 1990 Bugno, 1991 Chiappucci.

Aan de voet

1963 Groussard, 1964 Simpson, 1976 Merckx.

Tijdens de klim

1960 Privat, 1961 Poulidor, 1962 Daems, 1971 Merckx, 1977 Raas, 1981 De Wolf, 1983 Saronni, 1986 Kelly, 1988 Fignon, 1989 Fignon, 1993 Fondriest, 1994 Furlan, 1995 Jalabert, 2003 Bettini, 2006 Pozzato, 2012 Gerrans,

In de afdaling

1969 Merckx, 1972 Merckx, 1973 De Vlaeminck, 1984 Moser, 1992 Kelly.

In de straten van Sanremo

1996 Colombo, 1999 Tsjmil, 2008 Cancellara.

Sprint (met minstens vijf renners)

1966 Merckx (11), 1968 Altig (7), 1975 Merckx (6), 1979 De Vlaeminck (15), 1980 Gavazzi (30), 1988 Fignon (9),1997 Zabel (40), 1998 Zabel (18), 2000 Zabel (37), 2001 Zabel (60), 2002 Cipollini (44), 2004 Freire (62), 2005 Petacchi (39), 2007 Freire (46), 2009 Cavendish (34), 2010 Freire (25), 2011 Goss (7), 2013 Ciolek (7).

Toch leek de 3,7 km lange bult van de begeerte tot voor een paar jaar veel van zijn glans te hebben verloren. Was de Poggio, of zijn afdaling, tot midden jaren negentig nog hét lanceerplatform voor de latere winnaar, dan lag de helling vanaf toen geplaveid met offensieve voornemens die zelden een verlengstuk kregen. Tussen 1997 en 2011 konden alleen Paolo Bettini (2003) en Filippo Pozzato (2006) een aanval succesvol afronden.Sinds de vier zeges van Erik Zabel (1997, 1998, 2000 en 2001) deden weinig sprinters het immers nog in de broek voor de Poggio. Ze gingen meer bergop trainen, en hun ploegen stemden hun tactiek, geholpen door de introductie van de oortjes, af op een massaspurt. Dat leidde tot overwinningen van Mario Cipollini (2002), Oscar Freire (2004, 2007, 2010), Alessandro Petacchi (2005) en Mark Cavendish (2009).Bovendien werden de klimtijden van de voormalige E-po-ggio steeds trager - de 5'41'' voor Laurent Jalabert in 1995 is bijna 50 seconden rapper dan de snelste tijden van de laatste jaren -, waardoor steeds meer renners/helpers in staat waren om het tempo bergop te volgen en het gat op eventuele vluchters te dichten.Zelfs de toevoeging van een nieuwe klim in 2008 - Le Manie, op goed 90 km van de finish - leek de status van de Poggio als ultieme scherprechter niet te kunnen opschroeven. Mede omdat de aankomst verlegd werd van de Via Roma naar de Lungomare Italo Calvino, 6,2 km na de top van de Poggio, of zo'n 500 meter verder dan de streep op de Via Roma. Een groot verschil voor een of meerdere vluchters, zeker als de wind er, zoals meestal, op de kop blaast.Een man zorgde echter voor de (kortstondige?) wedergeboorte van de Poggio: Fabian Cancellara. In 2012 reageerde hij op een uitval van Vincenzo Nibali en Simon Gerrans, op 1,3 km van de top, en trok hij bijna in zijn eentje door tot aan de finish - helaas voor hem met de snellere Gerrans in het wiel.In 2013 plaatste de Zwitser net voor de top een demarrage die alleen Peter Sagan, Gerald Ciolek, Luca Paolini en Taylor Phinney konden beantwoorden, mede omdat het deelnemersveld gehalveerd was door de danteske weersomstandigheden. In de afdaling haalden ze de eerder ontsnapte Sylvain Chavanel en Ian Stannard bij, maar aan de streep botste Cancellara weer op een snellere collega: Ciolek.Of de beroemde 'kleine heuvel' - letterlijk vertaald - zondag opnieuw beslissend zal zijn, is echter de vraag. Want naast de Pompeiana is ook Le Manie is geschrapt, na veel klachten over de (te) gevaarlijke afdaling. Tot vreugde van André Greipel, Arnaud Démare, John Degenkolb - die al maanden droomt van de Primavera -, Michael Matthews - de best klimmende sprinter in Parijs-Nice -, en vooral Mark Cavendish."Het parcours is nog makkelijker dan in 2009, de editie die ik won. De kans op een sprint is heel groot", aldus de Brit. Door de laattijdige parcourswijziging kon hij zich echter - net als zijn collega-sprinters - niet wekenlang specifiek voorbereiden op het klimwerk, waardoor hij niet de vorm en het (lage) gewicht heeft van 2009. Toch acht Cavendish zich allerminst kansloos in een spurt na 297 kilometer.Komt die er niet, dan moeten zijn OPQS-ploegmaats Zdenek Stybar en Michal Kwiatkowski andere punchers als Fabian Cancellara, Philippe Gilbert, Simon Gerrans en Peter Sagan proberen te volgen op de Poggio. Die lieten weten er alles aan te zullen doen om de snelle mannen los te gooien, al kan de Slowaakse alleskunner het ook afmaken in de sprint.De aanvallers zullen alleszins geholpen worden door de voorspelde rúgwind uit het zuidoosten en de regen(buien) die de wedstrijd ongetwijfeld een stuk harder en vooral de afdalingen gevaarlijker zullen maken. Factoren die de Poggio of zijn afzink richting de Lungomare Italo Calvino (misschien) opnieuw de rol van scherprechter kunnen bezorgen.Kúnnen, want Milaan-Sanremo is geen normale koers. Eerder een afspraakje met een veel te mooie vrouw: het kan alle kanten op. Hoeveel scenario's je vooraf ook bedenkt: het draait heel vaak anders uit. Maar net dát is de charme van La Primavera.De rol van de PoggioSinds de Poggio in 1960 werd geïntroduceerd, wonnen 54 renners in Sanremo. Een overzicht van de winnaars en waar ze de basis voor hun zege legden.Voor de Poggio1965 Den Hartog, 1967 Merckx, 1970 Dancelli, 1974 Gimondi, 1978 De Vlaeminck, 1982 Gomez, 1985 Kuiper, 1987 Mächler, 1990 Bugno, 1991 Chiappucci.Aan de voet1963 Groussard, 1964 Simpson, 1976 Merckx.Tijdens de klim1960 Privat, 1961 Poulidor, 1962 Daems, 1971 Merckx, 1977 Raas, 1981 De Wolf, 1983 Saronni, 1986 Kelly, 1988 Fignon, 1989 Fignon, 1993 Fondriest, 1994 Furlan, 1995 Jalabert, 2003 Bettini, 2006 Pozzato, 2012 Gerrans, In de afdaling1969 Merckx, 1972 Merckx, 1973 De Vlaeminck, 1984 Moser, 1992 Kelly.In de straten van Sanremo1996 Colombo, 1999 Tsjmil, 2008 Cancellara.Sprint (met minstens vijf renners)1966 Merckx (11), 1968 Altig (7), 1975 Merckx (6), 1979 De Vlaeminck (15), 1980 Gavazzi (30), 1988 Fignon (9),1997 Zabel (40), 1998 Zabel (18), 2000 Zabel (37), 2001 Zabel (60), 2002 Cipollini (44), 2004 Freire (62), 2005 Petacchi (39), 2007 Freire (46), 2009 Cavendish (34), 2010 Freire (25), 2011 Goss (7), 2013 Ciolek (7).