Tot vijf jaar geleden leek de Poggio - letterlijk vertaald 'kleine heuvel' - veel van zijn glans te hebben verloren. Was de 3,7 km lange bult, of zijn afdaling, vanaf zijn introductie in 1960 tot midden jaren negentig geregeld nog hét lanceerplatform voor de latere winnaar, dan lag de helling vanaf toen geplaveid met offensieve voornemens die zelden een verlengstuk kregen.
...

Tot vijf jaar geleden leek de Poggio - letterlijk vertaald 'kleine heuvel' - veel van zijn glans te hebben verloren. Was de 3,7 km lange bult, of zijn afdaling, vanaf zijn introductie in 1960 tot midden jaren negentig geregeld nog hét lanceerplatform voor de latere winnaar, dan lag de helling vanaf toen geplaveid met offensieve voornemens die zelden een verlengstuk kregen.Tussen 1997 en 2013 konden alleen Paolo Bettini (2003) en Filippo Pozzato (2006), Matt Goss (2011) Simon Gerrans (2012) en Gerald Ciolek (2013) een aanval van op de Poggio succesvol afronden. Door solo weg te glippen uit een selecte kopgroep (Pozzato) of de sprint te winnen van een selecte kopgroep (Bettini, Goss, Gerrans, Ciolek). De drie laatsten vooral profiterend van Fabian Cancellara, die op de beroemde helling zijn straalmotor had aangezet. Maar op de finish telkens op een snelle man botste.In negen andere edities sprintte echter een veel grotere groep om de overwinning op de Via Roma, of tweemaal op de Lungomare Italo Calvino (de aankomst tussen 2008 en 2013). Sinds de vier zeges van Erik Zabel (1997, 1998, 2000 en 2001) deden immers weinig sprinters het nog in de broek voor de Poggio. En dus stemden veel teams hun tactiek af op een groepssprint, leidend tot overwinningen van Oscar Freire (2004, 2007, 2010), Alessandro Petacchi (2005) en Mark Cavendish (2009). Na de Cancellara-putsch in 2011/12/13 volgde echter weer drie jaar waarin een groep van meer dan 25 renners op de Via Roma afstormde. Met achtereenvolgens Alexander Kristoff, John Degenkolb en Arnaud Démare als rapste mannen.Vanaf 2017 werd het vaste scenario echter opnieuw geschreven, met de Poggio in vette letters. Dankzij de punchers/meesterdalers die zich vanop de 'kleine heuvel' richting de zege katapulteerden. In 2017 trok Peter Sagan door, met Julian Alaphilippe en Michael Kwiatkowski, waarna laatstgenoemde zijn twee medevluchters in de sprint aftroefde. In 2018 glipte Vincenzo Nibali weg, om na een razendsnelle afzink nipt het achtervolgende peloton achter zich te houden. In 2019 lanceerde Alaphilippe zijn raket op de Poggio, met zes andere renners in zijn spoor. En in 2020 schoot Juju weer weg. Alleen Wout van Aert kon hem in de afdaling bijbenen, en hem kloppen in de sprint.Naar de reden waarom die aanvallen vanop de Poggio de jongste jaren wel standhielden, is het niet ver zoeken: in 2017, 2019 en 2020 klokten de snelsten op de top (respectievelijk Sagan, en twee keer Alaphilippe) telkens een tijd onder de zes minuten: 5'55'', 5'50'' en 5'55''. Alleen Nibali zat daar boven (6'13''), maar die dook na de top als een slechtvalk naar beneden. Ter vergelijking: het record staat nog altijd op naam van Maurizio Fondriest en Laurent Jalabert, uit 1995 (5'46''). De Poggio stond toen echter ook bekend als de e-Po-ggio...Tot 2002 lag de klimtijd telkens net onder of boven de zes minuten. Daar deden Alaphilippe, Sagan en Kwiatkowski de laatste jaren nog iets van af. En zelfs dan was de voorsprong op het achtervolgende peloton miniem: Alaphilippe en Van Aert hadden vorig jaar twee seconden over, Kwiatkowski, Sagan en Alaphilippe in 2017 vijf, en Nibali in 2018 zelfs nul.De kans is groot dat we zaterdag hetzelfde scenario krijgen, met wéér een aanval van Alaphilippe, of van de twee andere leden van de 'Grote Drie': Wout van Aert en Mathieu van der Poel. De Nederlander had vorig jaar al mee kunnen zijn met de Fransman en de Belg, maar aarzelde te lang en gokte op zijn sprint. Dat zal hij niet meer laten gebeuren. Mogelijk zal MvdP zelfs als eerste zijn vleugels uitslaan. Gedragen door voorspelde zijwind op de klim van de Poggio en de voorspelde stevige rugwind in de afdaling en richting de finishlijn op de Via Roma - vaak een cruciale factor in de slaagkansen van een aanval vanop de 'kleine heuvel' van Sanremo. Met deze keer allicht weer een grote winnaar.