Een Italiaanse titanenstrijd op Franse wegen. Slechts negen keer staat de naam van een Italiaan op de erelijst van de Tour en toch zorgden twee van hen voor een van de meest heroïsche duels uit de historie: Gino Bartali en Fausto Coppi. Twee kampioenen, twee antipoden. Met elk twee Touroverwinningen op hun palmares.

Gino Bartali was een extreem vroom man, de vriend van de paus, de brave kerkganger. Toen hij ooit een etappe won met aankomst in Lourdes legde hij zijn overwinningsboeket neer in de grot van de Heilige Bernadette.

En toen hij op zijn 86ste stierf, werd hij begraven in de linnen pij van een monnik. Bartali was onsterfelijk populair in Italië. Toen hij ooit eens een te enthousiaste supporter een kaakslag toediende, pronkte die triomfantelijk met zijn gezwollen gezicht. Hij bestempelde dat als een souvenir van Bartali.

Heel anders was Fausto Coppi die zich telkens weer afzette tegen de beklemmende moraal van de kerk. Hij had een buitenechtelijke relatie met de geheimzinnige Witte Dame. Dat botste met de zeden van het katholieke Italië, maar van Coppi werd het getolereerd. Hij had echt het stigma van de kampioen en wilde steeds in schoonheid winnen. Op zijn gezicht werd het lijden van pijn als het ware tot kunst verheven.

Gino Bartali en Fausto Coppi leefden in een andere wereld. Dat zorgde voor explosieve kampen. En een van de absolute hoogtepunten uit de geschiedenis van de Tour was toen Coppi eens op Alpe d'Huez de hijgende Bartali tot meeloper degradeerde. In zijn aanval zat zoveel venijn dat Félix Levintan, een van de twee Tourdirecteurs, in zijn commentaarstuik sprak van een renner die met een dierlijke blik in de ogen op zoek was gegaan naar een prooi.

Een Italiaanse titanenstrijd op Franse wegen. Slechts negen keer staat de naam van een Italiaan op de erelijst van de Tour en toch zorgden twee van hen voor een van de meest heroïsche duels uit de historie: Gino Bartali en Fausto Coppi. Twee kampioenen, twee antipoden. Met elk twee Touroverwinningen op hun palmares. Gino Bartali was een extreem vroom man, de vriend van de paus, de brave kerkganger. Toen hij ooit een etappe won met aankomst in Lourdes legde hij zijn overwinningsboeket neer in de grot van de Heilige Bernadette. En toen hij op zijn 86ste stierf, werd hij begraven in de linnen pij van een monnik. Bartali was onsterfelijk populair in Italië. Toen hij ooit eens een te enthousiaste supporter een kaakslag toediende, pronkte die triomfantelijk met zijn gezwollen gezicht. Hij bestempelde dat als een souvenir van Bartali. Heel anders was Fausto Coppi die zich telkens weer afzette tegen de beklemmende moraal van de kerk. Hij had een buitenechtelijke relatie met de geheimzinnige Witte Dame. Dat botste met de zeden van het katholieke Italië, maar van Coppi werd het getolereerd. Hij had echt het stigma van de kampioen en wilde steeds in schoonheid winnen. Op zijn gezicht werd het lijden van pijn als het ware tot kunst verheven. Gino Bartali en Fausto Coppi leefden in een andere wereld. Dat zorgde voor explosieve kampen. En een van de absolute hoogtepunten uit de geschiedenis van de Tour was toen Coppi eens op Alpe d'Huez de hijgende Bartali tot meeloper degradeerde. In zijn aanval zat zoveel venijn dat Félix Levintan, een van de twee Tourdirecteurs, in zijn commentaarstuik sprak van een renner die met een dierlijke blik in de ogen op zoek was gegaan naar een prooi.