Het was een verhaal dat hem onsterfelijk maakte: tijdens zijn eerste Ronde van Frankrijk, in 1954, reed Federico Bahamontes als eerste de Tourmalet over, stapte van zijn fiets en at een ijsje tot de eerste achtervolgers eraan kwamen. Of dit verhaal nu uit zijn context is getrokken of niet, het typeerde de Spanjaard: hij was een speelvogel die zich amuseerde in de bergen. Aanvallen, voorsprong nemen, als eerste de top overschrijden en vervolgens wachten, het volstond voor hem.

Dat had ook te maken met zijn daalangst. Federico reed veel liever met een groep renners naar beneden dan alleen. Hij won in de Ronde van Frankrijk zes keer de bergprijs. Dat leek voor hem te volstaan. Heel zijn seizoen was immers op het klimmen afgestemd. Klassiekers stonden niet op zijn programma. Veel liever gebruikte hij die tijd om te trainen in het gebergte.

De adelaar van Toledo

Bahamontes kwam uit een arme boerenfamilie. Zijn ouders voerden een strijd om te overleven. Eerst was er de burgeroorlog, daarna de dictatuur van generaal Franco. Als jonge gast verkocht Federico groenten op de markt en durfde wel eens iets te stelen. Nadat hij zwaar ziek was geweest, kreeg hij een fiets. Uren en uren reed hij ermee rond in de bergen. Na een tijdje wist hij dat de fiets hem zou helpen om een beter leven op te bouwen.

Federico imponeerde zo in de bergen dat Tourdirecteur Jacques Goddet voor hem de bijnaam 'de adelaar van Toledo' bedacht. Bahamontes, die in feite Martin heette naar de naam van zijn moeder, was een begenadigd en temperamentvol klimmer die in bergritten wel meer opmerkelijke nummers zou opvoeren. Hij gleed met een regelmatige pedaaltred naar boven, ongeacht het stijgingspercentage. Daarbij kwam hij nooit uit het zadel en hield de handen nonchalant boven op het stuur. Maar lang, te lang bleek Bahamontes tevreden met wat vuurwerk in de Tour, zeker omdat dit hem ook nog eens rijkelijk contracten opleverde voor criteriums.

Enige eindoverwinning

Het keerpunt kwam toen Fausto Coppi, op dat moment directeur van zijn eigen ploeg, hem in 1959 voorhield dat hij eindelijk eens voor eindwinst moest gaan. Bahamontes was op dat moment 31 jaar. Hij tekende voor de ploeg van Coppi, maar de Ronde van Frankrijk werd met landenploegen gereden. Coppi keek toe hoe Bahamontes profiteerde van een vroege vlucht in een etappe door de Pyreneeën en, vooral ook door onenigheid in de Franse ploeg, standhield.

Federico Bahamontes in het geel in de Tour van 1963, toen hij uiteindelijk tweede werd., PRESSE SPORTS
Federico Bahamontes in het geel in de Tour van 1963, toen hij uiteindelijk tweede werd. © PRESSE SPORTS

Toen Bahamontes, de eerste Spanjaard die de Tour won, thuiskwam zag het zwart van het volk. Vanaf die dag zat hij voor altijd in het hart van zijn landgenoten. Het zou voor hem de enige eindoverwinning in een grote ronde zijn. Hij werd in de Tour nog een keer tweede en derde (in 1963 en 1964) en hij zou nooit de Ronde van Spanje winnen. Het belette hem niet uit te groeien tot een legende.

Vorige week zaterdag, op 9 juli, werd Federico Bahamontes 94 jaar.

Het was een verhaal dat hem onsterfelijk maakte: tijdens zijn eerste Ronde van Frankrijk, in 1954, reed Federico Bahamontes als eerste de Tourmalet over, stapte van zijn fiets en at een ijsje tot de eerste achtervolgers eraan kwamen. Of dit verhaal nu uit zijn context is getrokken of niet, het typeerde de Spanjaard: hij was een speelvogel die zich amuseerde in de bergen. Aanvallen, voorsprong nemen, als eerste de top overschrijden en vervolgens wachten, het volstond voor hem. Dat had ook te maken met zijn daalangst. Federico reed veel liever met een groep renners naar beneden dan alleen. Hij won in de Ronde van Frankrijk zes keer de bergprijs. Dat leek voor hem te volstaan. Heel zijn seizoen was immers op het klimmen afgestemd. Klassiekers stonden niet op zijn programma. Veel liever gebruikte hij die tijd om te trainen in het gebergte.Bahamontes kwam uit een arme boerenfamilie. Zijn ouders voerden een strijd om te overleven. Eerst was er de burgeroorlog, daarna de dictatuur van generaal Franco. Als jonge gast verkocht Federico groenten op de markt en durfde wel eens iets te stelen. Nadat hij zwaar ziek was geweest, kreeg hij een fiets. Uren en uren reed hij ermee rond in de bergen. Na een tijdje wist hij dat de fiets hem zou helpen om een beter leven op te bouwen.Federico imponeerde zo in de bergen dat Tourdirecteur Jacques Goddet voor hem de bijnaam 'de adelaar van Toledo' bedacht. Bahamontes, die in feite Martin heette naar de naam van zijn moeder, was een begenadigd en temperamentvol klimmer die in bergritten wel meer opmerkelijke nummers zou opvoeren. Hij gleed met een regelmatige pedaaltred naar boven, ongeacht het stijgingspercentage. Daarbij kwam hij nooit uit het zadel en hield de handen nonchalant boven op het stuur. Maar lang, te lang bleek Bahamontes tevreden met wat vuurwerk in de Tour, zeker omdat dit hem ook nog eens rijkelijk contracten opleverde voor criteriums.Het keerpunt kwam toen Fausto Coppi, op dat moment directeur van zijn eigen ploeg, hem in 1959 voorhield dat hij eindelijk eens voor eindwinst moest gaan. Bahamontes was op dat moment 31 jaar. Hij tekende voor de ploeg van Coppi, maar de Ronde van Frankrijk werd met landenploegen gereden. Coppi keek toe hoe Bahamontes profiteerde van een vroege vlucht in een etappe door de Pyreneeën en, vooral ook door onenigheid in de Franse ploeg, standhield.Toen Bahamontes, de eerste Spanjaard die de Tour won, thuiskwam zag het zwart van het volk. Vanaf die dag zat hij voor altijd in het hart van zijn landgenoten. Het zou voor hem de enige eindoverwinning in een grote ronde zijn. Hij werd in de Tour nog een keer tweede en derde (in 1963 en 1964) en hij zou nooit de Ronde van Spanje winnen. Het belette hem niet uit te groeien tot een legende.Vorige week zaterdag, op 9 juli, werd Federico Bahamontes 94 jaar.