Eigenlijk had het EK vorig jaar al in Noord-Italië verreden moeten worden, maar door de coronacrisis moest de Europese wielerbond UEC op het laatste moment schakelen. Uiteindelijk vonden ze met Plouay een nieuwe bestemming, terwijl Trento de wedstrijden voor 2021 toegewezen kreeg.

Op het programma staan net als in 2020 dertien wedstrijden. Zowel bij de mannen als de vrouwen strijden de junioren, de U23 en de eliterenners om de medailles in het tijdrijden en de wegrit.

Hoewel het EK al sinds 1995 georganiseerd wordt bij de U23, is het bij de profs pas aan zijn zesde editie toe. Na Peter Sagan in 2016 en Alexander Kristoff een jaar later, was er de voorbije drie seizoenen, met Matteo Trentin, Elia Viviani en Giacomo Nizzolo, telkens een Italiaan aan het feest in de wegrit. In eigen land zullen de Azzurri van bondscoach Davide Cassani erop gebrand zijn om het klavertje vier vol te maken. Cassani rekent daarvoor in de eerste plaats op titelverdediger Nizzolo.

Bij België, dat dan weer een drie op vijf scoorde in het tijdrijden bij de mannelijke profs met twee keer Victor Campenaerts (2017 en 2018) en Remco Evenepoel (2019), werd Evenepoel vooraf aangeduid als de kopman. Het paradepaardje van Deceuninck - Quick-Step had zijn zinnen gezet op de weg- én de tijdrit, maar na zijn opgave in de Benelux Tour was het afwachten of hij die ambitie nog mocht koesteren. Stefan Küng, vorig jaar Europees kampioen tijdrijden, was tot nu toe de enige man die die dubbelslag realiseerde, in 2014 bij de U23.

Eigenlijk had het EK vorig jaar al in Noord-Italië verreden moeten worden, maar door de coronacrisis moest de Europese wielerbond UEC op het laatste moment schakelen. Uiteindelijk vonden ze met Plouay een nieuwe bestemming, terwijl Trento de wedstrijden voor 2021 toegewezen kreeg. Op het programma staan net als in 2020 dertien wedstrijden. Zowel bij de mannen als de vrouwen strijden de junioren, de U23 en de eliterenners om de medailles in het tijdrijden en de wegrit.Hoewel het EK al sinds 1995 georganiseerd wordt bij de U23, is het bij de profs pas aan zijn zesde editie toe. Na Peter Sagan in 2016 en Alexander Kristoff een jaar later, was er de voorbije drie seizoenen, met Matteo Trentin, Elia Viviani en Giacomo Nizzolo, telkens een Italiaan aan het feest in de wegrit. In eigen land zullen de Azzurri van bondscoach Davide Cassani erop gebrand zijn om het klavertje vier vol te maken. Cassani rekent daarvoor in de eerste plaats op titelverdediger Nizzolo. Bij België, dat dan weer een drie op vijf scoorde in het tijdrijden bij de mannelijke profs met twee keer Victor Campenaerts (2017 en 2018) en Remco Evenepoel (2019), werd Evenepoel vooraf aangeduid als de kopman. Het paradepaardje van Deceuninck - Quick-Step had zijn zinnen gezet op de weg- én de tijdrit, maar na zijn opgave in de Benelux Tour was het afwachten of hij die ambitie nog mocht koesteren. Stefan Küng, vorig jaar Europees kampioen tijdrijden, was tot nu toe de enige man die die dubbelslag realiseerde, in 2014 bij de U23.