'Ik begrijp het nog altijd niet', zat Gilbert zelf in het onzekere. 'Ineens lag ik op de grond. Ik reed vooraan, we gingen de eerste keer de plaatselijke ronde doen. Ik raakte niemand, maar ineens ging ik naar rechts, verloor ik mijn evenwicht en lag ik op de grond. Ik had geen controle meer, er was precies iets mis aan mijn fiets. Toen ik er een ronde later voorbijkwam, zag ik geen put of iets waar ik tegenaan ben gereden. Jammer genoeg nam ik veel renners mee in die val.'

Ondanks de steun van landgenoot Remco Evenepoel (die tegelijkertijd uit de koers zou verdwijnen) kon Gilbert de kloof op het peloton daarna niet meer dichten. 'Remco bleef bij mij. Ik ging eerst in shock door de koude en de valpartij. Ik had heel veel last. We hebben dan nog geprobeerd, en Remco reed ook superhard, we kwamen altijd dichter. Maar er was telkens een groep van gelosten, en zo bleef het peloton op dezelfde afstand. Het was dus beter om te stoppen dan te blijven rijden voor niets.'

Meteen na de opgave vloeiden er tranen bij één van de twee kopmannen van de Belgische ploeg. 'Normaal, denk ik. Ik heb zoveel gewerkt naar deze koers, en de benen waren goed. Dit is een ontgoocheling. Zo moeten stoppen, op zo'n manier, dat is niet gemakkelijk.'