Ooit was er een tijd dat er twintig zesdaagsen per seizoen werden gereden. Sommige liepen zelfs parallel. De meest aparte was de zesdaagse van Keulen. Die liep van het oude in het nieuwe jaar en eindigde doorgaans op de eerste zondag van januari. Op oudejaarsavond werd de koers om twaalf uur even geneutraliseerd en knalden op het middenplein de champagneflessen. Waarna de renners weer in het zadel kropen.

Ook Eddy Merckx nam, in 1969, aan deze wedstrijd deel. Niet aan de zijde van zijn boezemvriend Patrick Sercu, met wie hij in totaal 27 zesdaagsen reed, waarvan hij er vijftien won en elf keer tweede eindigde. De flamboyante organisator Peter Kanters had een stunt bedacht: hij koppelde Merckx aan het plaatselijke idool Rudi Altig, naast een uitstekend wegrenner ook een goeie pistier. Altig was ongelooflijk populair en kon het publiek op een meesterlijke manier bespelen. Zelfs als hij een slechte dag kende, werd hij nog stormachtig aangemoedigd.

Patrick Sercu reed, zoals zo vaak, met de Nederlander Peter Post, een charismatisch figuur die niet altijd rekening hield met de geplogenheden en soms furieus tekeer kon gaan. Post-Sercu waren als ploeg ongenaakbaar. Op een bepaalde avond ging Post in een ploegkoers zo hard door dat Altig-Merckx, ofschoon Sercu niet voluit ging, op drie ronden werden gekegeld. Daar kon Merckx niet mee lachen. Hij voelde zich vernederd en sprak zijn ongenoegen ook uit. Het moet de enige keer in zijn carrière zijn geweest dat Merckx, die als wegrenner altijd bescheiden bleef onder zijn eigen verpletterend overwicht, moeite had met de suprematie van een tegenstander.

En de uitslag van deze zesdaagse? Post-Sercu wonnen, Altig-Merckx eindigden als derde. Op twee ronden. Maar onopvallend waren ze niet gebleven: ze totaliseerden de meeste punten. En de zesdaagse van Keulen? Die werd in 1998 voor het laatst gereden.

Ooit was er een tijd dat er twintig zesdaagsen per seizoen werden gereden. Sommige liepen zelfs parallel. De meest aparte was de zesdaagse van Keulen. Die liep van het oude in het nieuwe jaar en eindigde doorgaans op de eerste zondag van januari. Op oudejaarsavond werd de koers om twaalf uur even geneutraliseerd en knalden op het middenplein de champagneflessen. Waarna de renners weer in het zadel kropen.Ook Eddy Merckx nam, in 1969, aan deze wedstrijd deel. Niet aan de zijde van zijn boezemvriend Patrick Sercu, met wie hij in totaal 27 zesdaagsen reed, waarvan hij er vijftien won en elf keer tweede eindigde. De flamboyante organisator Peter Kanters had een stunt bedacht: hij koppelde Merckx aan het plaatselijke idool Rudi Altig, naast een uitstekend wegrenner ook een goeie pistier. Altig was ongelooflijk populair en kon het publiek op een meesterlijke manier bespelen. Zelfs als hij een slechte dag kende, werd hij nog stormachtig aangemoedigd.Patrick Sercu reed, zoals zo vaak, met de Nederlander Peter Post, een charismatisch figuur die niet altijd rekening hield met de geplogenheden en soms furieus tekeer kon gaan. Post-Sercu waren als ploeg ongenaakbaar. Op een bepaalde avond ging Post in een ploegkoers zo hard door dat Altig-Merckx, ofschoon Sercu niet voluit ging, op drie ronden werden gekegeld. Daar kon Merckx niet mee lachen. Hij voelde zich vernederd en sprak zijn ongenoegen ook uit. Het moet de enige keer in zijn carrière zijn geweest dat Merckx, die als wegrenner altijd bescheiden bleef onder zijn eigen verpletterend overwicht, moeite had met de suprematie van een tegenstander.En de uitslag van deze zesdaagse? Post-Sercu wonnen, Altig-Merckx eindigden als derde. Op twee ronden. Maar onopvallend waren ze niet gebleven: ze totaliseerden de meeste punten. En de zesdaagse van Keulen? Die werd in 1998 voor het laatst gereden.