Eric Vanderaerden hield van het ongewone. Toen hij in 1983 als neoprof de proloog won in de Ronde van Frankrijk had de fotograaf van het weekblad Sport '70, de bloednerveuze Brusselaar Aldo Tonnoir, die gouden rit naar de gele trui gemist. Hij vreesde voor een ontslag als hij dat aan zijn hoofdredacteur zou moeten opbiechten.
...

Eric Vanderaerden hield van het ongewone. Toen hij in 1983 als neoprof de proloog won in de Ronde van Frankrijk had de fotograaf van het weekblad Sport '70, de bloednerveuze Brusselaar Aldo Tonnoir, die gouden rit naar de gele trui gemist. Hij vreesde voor een ontslag als hij dat aan zijn hoofdredacteur zou moeten opbiechten. Het argument dat Vanderaerden niet bij de favorieten hoorde, zou dan zeker geen verontschuldiging zijn. Dus trok de fotograaf naar het hotel van Vanderaerden en vroeg hem of hij niet weer op de fiets wou kruipen en nog even op het parcours wou rijden. Daar maakte Eric, die net een douche had genomen, geen enkel punt van. Hij nam ruimschoots de tijd om tegen een hoge snelheid een klein deel van het traject af te leggen. Intussen schoot Tonnoir een batterij aan foto's. Op de redactie in Brussel was de hoofdredacteur zeer tevreden over de kwaliteit van de (haarscherpe) beelden. Hij verbaasde er zich vooral over hoe fris Vanderaerden oogde. Die lachte toen hem dat later werd verteld.De aanvankelijk timide Eric Vanderaerden had altijd iets van een rebel. Hij leefde op intuïtie en zo fietste hij ook. Zijn grootste wapen was dat hij het goeie moment aanvoelde. Hoewel hij vaak de indruk gaf onbekommerd door het leven te stappen, beklemtoonde hij bij herhaling dat de boog bij hem altijd gespannen stond. De stress bleek hij slechts op één manier van zich te kunnen afzetten: door 's avond in de hotels de meest bizarre stoten uit te halen. De verhalen over zijn grappen zijn legendarisch: in de hotels haalde hij even gemakkelijk een kamerdeur uit zijn hengels als dat hij vanaf de hoogste etage een fles naar beneden goot. Het was voor hem een noodzakelijke ontlading.Er was niets dat Eric Vanderaerden niet durfde. Dan reed hij bijvoorbeeld op het einde van het seizoen met de ploeg op kop en sloeg een verkeerde weg in, alle renners volgden blindelings. Of hij zocht de grenzen van het gevaar op. Door hard uit het peloton te demarreren en vanaf het moment dat hij genoeg voorsprong had zich om te draaien en als een spookrijder op dat peloton af te rijden. Eric Vanderaerden heeft de wielersport in België een hele tijd gemarkeerd. Al in zijn eerste jaar als prof liet hij zich niet wegdrummen. Vaak kreeg hij een kwak als hij vooraan reed, maar dan duwde hij gewoon terug. De Limburger werd hard opgevoed en leerde al vroeg om voor zichzelf op te komen. Op zijn palmares staan 140 overwinningen. Hij werd Belgisch kampioen, won de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix en veroverde de groene trui in de Tour. De zege in de Ronde van Vlaanderen van 1985 was het absolute hoogtepunt uit zijn carrière. Het regende en stormde, het was Siberisch koud, de renners reden in een echt apocalyptisch decor. Vanderaerden ontsnapte op twintig kilometer van het einde, met de driekleur om de lenden snelde hij naar de meet, beslijkt en verkleumd, als een soort ijsman op de fiets, bibberend en rillend. Na de aankomst kon hij nauwelijks iets zeggen, zijn kin beefde van de kou. Achteraf moesten ze hem een halfuur in een stomend bad stoppen om enigszins te bekomen.Eric Vanderaerden beleefde zijn beste periode onder de vleugels van Peter Post, de harde en autoritaire Nederlandse ploegleider. Die durfde renners al eens te vernederen, maar dat gleed van Vanderaerden af. Hij liet zich niets verbieden.Zo werd de ploeg in 1984 eens in het Gentse Holiday Inn-hotel afgezonderd voor de openingswedstrijd Gent-Gent. Het eten was niet te best, Vanderaerden wilde een bord frieten bijbestellen, maar dat mocht niet van Post. Vervolgens sloop hij met zijn gabber Eddy Planckaert om elf uur 's avonds uit het hotel om, ook voor een aantal klagende ploegmaats, frieten met hamburgers te gaan halen. Met zijn zessen aten ze die vervolgens stiekem op. De dag nadien won Planckaert en eindigden zes renners van de ploeg in de eerste tien.Eigenlijk vroeg Vanderaerden maar één zaak: dat ze hem zoveel mogelijk gerust lieten. Hoe meer ze dat deden, hoe beter hij presteerde. Maar hij was amper 27 jaar toen hij voelde dat het minder ging. Dat ging samen met zijn afscheid van Peter Post. Lang hingen er mystieke sluiers rond deze devaluatie maar Vanderaerden vond dat er geen reden was om geheimzinnig te doen. Hij had zes, zeven jaar op topniveau gereden. Vaak opgejaagd als een stuk wild. Naar bepaalde doelen toewerken, opbouwen, dat bestond alleen in theorie. Hij reed nog voor de ploeg van Jan Raas maar werd daar op staande voet ontslagen omdat hij in een hotel een tuinbarbecue aanstak en een paar bananen uit de ploegvoorraad roosterde. Het voorval kwetste hem tot in het diepste van zijn ziel. Vanderaerden maakte toen, in het najaar van 1993, het seizoen af als eenzaat in kermiskoersen, gesponsord door de lederzaak van zijn vrouw. Later reed hij nog een tijdje in Italiaanse loondienst om afscheid te nemen in de Palmans-ploeg.Toen Eric Vanderaerden in oktober 1996 een punt zette achter zijn carrière was dat voor hem een verademing. Hij was mentaal zo leeg dat hij het de maand nadien zelfs niet kon opbrengen om naar de Gentse zesdaagse te gaan kijken.