Marcel Kittel bracht woensdag zijn aantal op dertien ritoverwinningen in de Ronde van Frankrijk, één meer dan Erik Zabel. Maar na de uitsluiting van Peter Sagan blijft Zabel wel de recordhouder van het aantal groene truien: hij won er zes. Een vreemde renner, die Erik Zabel. Interviews gaf hij bijvoorbeeld niet graag. Toch konden we hem een enkele keer voor een gesprek strikken, in januari 2005, via bemiddeling van zijn sportdirecteur Walter Godefroot, op het Spaanse eiland Mallorca waar de ploeg van T-Mobile zich op het seizoen voorbereidde.
...

Marcel Kittel bracht woensdag zijn aantal op dertien ritoverwinningen in de Ronde van Frankrijk, één meer dan Erik Zabel. Maar na de uitsluiting van Peter Sagan blijft Zabel wel de recordhouder van het aantal groene truien: hij won er zes. Een vreemde renner, die Erik Zabel. Interviews gaf hij bijvoorbeeld niet graag. Toch konden we hem een enkele keer voor een gesprek strikken, in januari 2005, via bemiddeling van zijn sportdirecteur Walter Godefroot, op het Spaanse eiland Mallorca waar de ploeg van T-Mobile zich op het seizoen voorbereidde.Het werd een onverwacht intens interview dat ons altijd bijbleef. Ongeïnteresseerd stapte Zabel aanvankelijk de lobby van het hotel binnen. Klaar voor een verplicht nummer. Buiten ruiste de zee, enkele rijke Duitse toeristen bekwamen van de stress van de voorbije feestdagen. Zabel had er geen aandacht voor. Maar al gauw maakte de koele gereserveerdheid plaats voor gloed en passie. Daarvoor volstond één vraag: wat hij, Erik Zabel, zo leuk vond aan trainen? Hij stak een heel betoog af hoe iedere training van hem aan andere mens maakte. In het leven, zei hij, moet je veel compromissen sluiten en problemen oplossen, je moet altijd een strijd aangaan met jezelf en de fiets helpt je om die strijd te winnen. Het leuke, vervolgde hij, is voor hem om net zo hard te trainen tot je alles vergeet, tot het hoofd zo vrij is dat je aan niets meer moet denken. Je voelt je plots, sprak hij, een andere mens omdat je heel alleen door de natuur rijdt, omdat je als het ware één bent met de natuur. Het is alsof je ziel wordt gereinigd.Plots wordt hij gebeld door zijn vrouw, maar dat telefoontje doet Zabel snel en gedecideerd af: "Ik ben nu bezig, ik bel je straks terug." Hij gaat door over zijn liefde voor de trainingen. Net zo hard trainen tot je kapot zit en aan niets meer kan denken, dat is voor mij de opperste vorm van geluk, roept hij. Een vreemde vorm van geluk, het zijn masochistische trekjes, werpen we op. Maar Zabel ervaart dat niet zo. Je moet het doen om het te weten, doceert hij. Je gaat op een dusdanige manier tot op de bodem dat je als het ware uit je lichaam treedt. Op een bepaald moment kom je dan in een soort trance.En zo ging Zabel maar door, twee uur aan een stuk. Dat hij zijn zelfvertrouwen ontleent aan hetgeen hij voor zijn lichaam doet en dat hij daarom ook met nederlagen kan leven, omdat hij zichzelf niets te verwijten heeft. Tenzij die ene keer in Milaan-Sanremo, toen hij een overhaast zegegebaar maakte en Oscar Freire zo een vijfde zege in de Primavera verhinderde. Toen, zei Zabel, ben ik beginnen lachen. Omdat lachen de beste remedie is tegen miserie.Of Zabel iets verteld had, wilde Walter Godefroot later weten. Maar hij kende het antwoord al. Zabel was voor het avondeten namelijk niet komen opdagen. En dat bleek niet zijn gewoonte te zijn.