Twee, misschien zelfs drie keer had Eugène Christophe de Ronde van Frankrijk kunnen winnen. Telkens werd hij op een cruciaal moment ver achteruitgeslagen door pech. De Fransman was nochtans een zeer methodische renner, die tijdens iedere rit in de Tour een klein leren tasje om zijn nek had hangen voor het geval hij pech zou krijgen. Daarin staken onder meer een fietsketting en een paar geldmuntjes.

In 1913 brak Eugène Christophe drie dagen voor de aankomst zijn vork toen hij op de flanken van de Tourmalet door een onoplettende chauffeur werd aangereden en ten val kwam. Hij moest, als het ware geïsoleerd van de buitenwereld, te voet op zoek naar een smid. Die vond hij veertien kilometer verder, in het kleine dorpje Sainte-Marie-de-Campan. Daar moest hij, terwijl de smid toekeek, eigenhandig zijn fiets herstellen. Hulp van buitenaf was niet toegestaan. Op een gegeven moment stond Christophe met een vork in de ene hand en een zware hamer in de andere. Hij verloor drie uur en alle kansen op Tourwinst. In Sainte-Marie-de-Campan werd later een pleintje naar Christophe vernoemd en er staat ook een bronzen standbeeld van de ongelukkige Fransman, waarbij hij een vork in de lucht steekt.

Eerste gele trui

Nog tragischer was zijn tegenslag in 1919. Het was de eerste Tour na de Eerste Wereldoorlog, het peloton scheurde door een verminkt landschap, de renners droegen bijna allemaal dezelfde grijze truien. Het was ook om voor wat kleur te zorgen dat organisator Henri Desgrange voor de leider van het klassement de gele trui invoerde. Christophe was toen de eerste renner die het geel mocht dragen. De Parijzenaar beantwoordde fluitend alle aanvallen. Zelfs toen hij eens in een café op het toilet zat en er gedemarreerd werd, haalde hij in een mum van tijd iedereen in. Tot hij op een kasseistrook, de enige van de dag, ten val kwam en weer zijn vork brak. Hij moest, in het geel, ruim een uur naar een fietsfabriek in Valenciennes stappen en verloor zo weer de Tour. Christophe werd in Parijs als een held onthaald, de Fransen hadden zoveel medelijden met hem dat ze een landelijke inzamelingsactie hielden. Daardoor verdiende Christophe uiteindelijk nog meer geld dan de winnaar, de Belg Firmin Lambot.

De fiets van de pastoor

In 1922 ten slotte verloor Eugène Christophe voor de laatste keer de kans om de Tour te winnen. Hij was toen al 37 jaar en stond, dromend van het geel, fraai derde toen hij in de afdaling van de Galibier nog maar eens zijn voorvork brak. Hij vervolgde de etappe op de loodzware fiets van de plaatselijke pastoor en arriveerde op grote afstand. Weer gaat de eindzege naar Firmin Lambot.

Eugène Christophe kon als weinig anderen zijn lichaam pijnigen. Zo won hij bijvoorbeeld in 1910 Milaan-Sanremo, waarin 63 renners van start waren gegaan en in zwaar winterweer slechts vier de aankomst bereikten. Hij zat op een gegeven moment hevig onderkoeld langs de kant van de weg tot hij door een voorbijganger naar een herberg werd gebracht. Na 25 minuten aan de open haard vervolgde de Fransman zijn rit. Hij won met een uur voorsprong op de tweede, nadat hij op een gegeven moment dacht verloren te zijn gereden. Maar Eugène moest die zege wel bekopen met een maand herstel in het ziekenhuis.

Eugène Christophe, die vroeg zijn vrouw en een jonge zoon verloor, stierf op 84-jarige leeftijd. Hij werd begraven met de gele trui.

(jacques sys)

Twee, misschien zelfs drie keer had Eugène Christophe de Ronde van Frankrijk kunnen winnen. Telkens werd hij op een cruciaal moment ver achteruitgeslagen door pech. De Fransman was nochtans een zeer methodische renner, die tijdens iedere rit in de Tour een klein leren tasje om zijn nek had hangen voor het geval hij pech zou krijgen. Daarin staken onder meer een fietsketting en een paar geldmuntjes.In 1913 brak Eugène Christophe drie dagen voor de aankomst zijn vork toen hij op de flanken van de Tourmalet door een onoplettende chauffeur werd aangereden en ten val kwam. Hij moest, als het ware geïsoleerd van de buitenwereld, te voet op zoek naar een smid. Die vond hij veertien kilometer verder, in het kleine dorpje Sainte-Marie-de-Campan. Daar moest hij, terwijl de smid toekeek, eigenhandig zijn fiets herstellen. Hulp van buitenaf was niet toegestaan. Op een gegeven moment stond Christophe met een vork in de ene hand en een zware hamer in de andere. Hij verloor drie uur en alle kansen op Tourwinst. In Sainte-Marie-de-Campan werd later een pleintje naar Christophe vernoemd en er staat ook een bronzen standbeeld van de ongelukkige Fransman, waarbij hij een vork in de lucht steekt.Nog tragischer was zijn tegenslag in 1919. Het was de eerste Tour na de Eerste Wereldoorlog, het peloton scheurde door een verminkt landschap, de renners droegen bijna allemaal dezelfde grijze truien. Het was ook om voor wat kleur te zorgen dat organisator Henri Desgrange voor de leider van het klassement de gele trui invoerde. Christophe was toen de eerste renner die het geel mocht dragen. De Parijzenaar beantwoordde fluitend alle aanvallen. Zelfs toen hij eens in een café op het toilet zat en er gedemarreerd werd, haalde hij in een mum van tijd iedereen in. Tot hij op een kasseistrook, de enige van de dag, ten val kwam en weer zijn vork brak. Hij moest, in het geel, ruim een uur naar een fietsfabriek in Valenciennes stappen en verloor zo weer de Tour. Christophe werd in Parijs als een held onthaald, de Fransen hadden zoveel medelijden met hem dat ze een landelijke inzamelingsactie hielden. Daardoor verdiende Christophe uiteindelijk nog meer geld dan de winnaar, de Belg Firmin Lambot.In 1922 ten slotte verloor Eugène Christophe voor de laatste keer de kans om de Tour te winnen. Hij was toen al 37 jaar en stond, dromend van het geel, fraai derde toen hij in de afdaling van de Galibier nog maar eens zijn voorvork brak. Hij vervolgde de etappe op de loodzware fiets van de plaatselijke pastoor en arriveerde op grote afstand. Weer gaat de eindzege naar Firmin Lambot.Eugène Christophe kon als weinig anderen zijn lichaam pijnigen. Zo won hij bijvoorbeeld in 1910 Milaan-Sanremo, waarin 63 renners van start waren gegaan en in zwaar winterweer slechts vier de aankomst bereikten. Hij zat op een gegeven moment hevig onderkoeld langs de kant van de weg tot hij door een voorbijganger naar een herberg werd gebracht. Na 25 minuten aan de open haard vervolgde de Fransman zijn rit. Hij won met een uur voorsprong op de tweede, nadat hij op een gegeven moment dacht verloren te zijn gereden. Maar Eugène moest die zege wel bekopen met een maand herstel in het ziekenhuis.Eugène Christophe, die vroeg zijn vrouw en een jonge zoon verloor, stierf op 84-jarige leeftijd. Hij werd begraven met de gele trui. (jacques sys)