De feiten

Als de Tour op 24 juni start met een proloog in Saint-Jean De Monts is Bernard Thévenet favoriet voor de eindzege, Joop Zoetemelk een schaduwfavoriet en Raymond Poulidor een verre outsider. En Freddy Maertens de man die in de eerste dagen het meeste van zich doet spreken.

Maertens is dan 24, Belgisch kampioen en dat seizoen ook al winnaar van onder meer de Brabantse Pijl, de Amstel Gold Race en Gent-Wevelgem. Veruit de snelste van het peloton, dat in die eerste week naar België fietst en in Bornem, Leuven en Verviers aankomsten telt.

Maertens wint twee tijdritten (proloog en een langere) en ook twee massaspurten. Tot de Alpen is hij autoritair leider, maar dat hij in de rit met aankomst op Alpe D'Huez het geel verliest, verrast niemand.

In het geel staat daar Lucien Van Impe. Zijn ploeg heeft samen met het Spaanse KAS de etappe onder controle gehouden. Als Raymond Deslisle aanvalt aan de voet, schuiven Van Impe, Zoetemelk, Michel Pollentier en Thévenet mee. Die laatste twee moeten lossen. Van Impe en Zoetemelk klimmen onder hun beidjes netjes weg van de rest. Met de streep in zicht spring Zoetemelk weg en wint. Van Impe pakt het geel.

In de Pyreneeën probeert Peugeot, de ploeg van Thévenet, de koers opnieuw naar zijn hand te zetten. Het stuurt Deslisle opnieuw vooruit. Die zet de favorieten op minuten en pakt het geel over. Van Impe volgt na de eerste rit in dat gebergte op 2.41, zijn schaduw Zoetemelk op 2.47. Is de Tour op weg naar een verrassende winnaar?

Neen. In de 14e rit, naar Pla d'Adet met vier zware beklimmingen zet Van Impe orde op zaken. Met nog drie cols te gaan gaat Van Impe, op aansporen van Guimard en aanvankelijk nog wat aarzelend, vol in de aanval en in de achtervolging op ontsnapte renners.

Hij wint de rit en verplettert de tegenstand. Zoetemelk eindigt op meer dan 3 minuten, Thévenet op ruim 13, Deslisle nog meer. De Tour is beslist en net als in de eerste week kan Freddy Maertens weer uitblinken: hij wint nog eens vier ritten.

Making-of

In heel zijn carrière heeft Lucien Van Impe het belang van trainen aan den lijve ondervonden, schrijft hoofdredacteur Jacques Sys in een portret van de wielrenner als die 65 wordt. Hoe meer je kunt afzien, hoe beter je presteert. Het contrasteert een beetje met zijn imago. Altijd leek Van Impe vrij en blij door het peloton te fladderen. Maar achter dat onbezorgde imago ging veel gedrevenheid schuil.

Dat is niet altijd zo geweest. In het begin doet de zesvoudige bergkoning van de Tour er weinig voor. Zijn vader stippelt wel een trainingsschema uit, maar veel liever slaat Van Impe de eerste straat in om aan de meisjesschool te gaan staan. Daar komt zijn vader snel achter en dat zorgt geregeld voor pandoeringen.

Omdat het nauwelijks helpt, bedenkt de man een oplossing. Hij laat zijn zoon onderweg gele briefkaarten posten om hem zo te verplichten te trainen. Maar Van Impe is sluw. Hij geeft de postkaarten mee met andere renners. Tot hij op een gegeven moment een hele week goed traint en bij de amateurs met sprekend gemak een wedstrijd wint. Vanaf dat moment draait de Oost-Vlaming een knop om.

Alles, gewoon alles, heeft hij vanaf nu voor zijn vak over. Een familiefeest woont hij nooit bij, zelfs de communie van zijn kinderen laat hij aan zich voorbij gaan. Trainen groeit uit tot een obsessie.

Omdat zijn vader ervan overtuigd is dat in hem een klimmer schuilt, spurt hij constant de Muur van Geraardsbergen op. Tien, twintig keer na mekaar, tot het voor zijn ogen begint te schemeren. Elke dag opnieuw. Of hij trekt naar de Ardennen. Want klimmen moet je onderhouden, anders geraak je de souplesse meteen kwijt. Altijd heeft hij beweerd dat je als klimmer niet wordt geboren, dat je dat echt kunt leren.

Lucien Van Impe koerst in een ander tijdperk dan vandaag, waar begeleiding top is. Hij is nog maar vier dagen prof als hij in 1969 in de Ronde van Frankrijk debuteert. Twee dagen voor de start rijdt hij nog snel een wedstrijd in Valenciennes om toch eens bij de beroepsrenners te hebben meegereden... In de kopgroep rijdt hij in de laatste ronde lek.

Er is op dat moment trouwens geen enkele ploeg die hem echt wil, maar dankzij bemiddeling van Edgard Sorgeloos, de voormalige helper van Rik Van Looy, vindt hij onderdak bij het Franse Sonolor-Lejeune. Jean Stablinski, de sportdirecteur, heeft nog nooit van hem gehoord. Zijn nieuwe ploegmaats evenmin. Van Impe doet, om goodwill te kweken, een opmerkelijke geste: hij zegt dat hij niet in het prijzengeld wil delen, een poging om het hele team achter zich te krijgen...

Hij wordt in die Tour uiteindelijk twaalfde, op iets minder dan een uur en nadat hij in het begin van de Tour tien minuten verliest door een ontsnapping te missen. Die prestatie valt niemand op, omdat Eddy Merckx de Tour wint.

Die rittenwedstrijd - en vooral het bergklassement - past hem als gegoten, zal in de jaren zeventig blijken. Tussen de generaals Merckx en Bernard Hinault in laat hij zich elk jaar opmerken. Voor Van Impe moet elk seizoen alles wijken voor de Tour. Wat hem betreft, mag de wedstrijd veertig dagen duren. Hij weet zeker dat hij die periode zonder inzinking kan doorkomen.

En daarna

De Tour van 1976 blijft wel het hoogtepunt in de carrière van Van Impe, winnen is er niet meer bij. Achteraf blijkt dat zelfs die ene zege aan een zijden draadje hing. Van Impe rijdt in 1976 voor de Franse ploeg Gitane, waar Guimard zoals gezegd de plak zwaait. Een arrogante man, die zich de grootste strateeg sinds Napoleon waant.

Niet geheel onverwacht voor de buitenwereld botst het in de Tour tussen sportdirecteur en kopman. Aanleiding: een simpele bidon. Van Impe heeft de gewoonte om voor iedere bergrit zelf vloeiende voeding klaar te maken. Als hij in de Alpen op een gegeven moment zijn ploegmaat René Dillen vraagt om die bij Guimard te halen, weigert die tot twee keer toe die te geven. Van Impe moet zich - in het geel - zelf tot bij zijn sportdirecteur laten afzakken, maar die wijst hem erop dat zijn plaats voorin is. 'Tu es un con', bijt de klimmer Guimard toe. 's Avonds in het hotel wil Guimard dat Van Impe zich verontschuldigt. Die weigert.

Uiteindelijk geeft de sportdirecteur de hele ploeg het bevel om niet meer voor hem te rijden. Het kost Van Impe de overwinning in de etappe met aankomst op de Puy-de-Dôme. Omdat niemand voor hem mag werken, moet hij iedere aanval zelf beantwoorden. Uiteindelijk klopt Joop Zoetemelk hem. 's Avonds is de renner zo kwaad dat hij naar huis wil. Zijn vrouw Rita vertrekt meteen naar de Tour en overhaalt haar man om zich alsnog bij Guimard te excuseren.

De vreugde om de zege is er niet minder om. Weken aan een stuk komen mensen naar Mere afgezakt om er een heuse Vlaamse kermis mee te maken.

Met vertedering is Van Impe, die vorig jaar even moet worden opgenomen met hartklachten, heel zijn leven over de Tour blijven praten. Hij weet dat er voor hem niet meer inzat dan die ene overwinning. Vooral omdat hij altijd in een relatief zwakke ploeg reed en in de ploegentijdritten vaak minuten verloor.

Altijd heeft het hem verbaasd dat hij nooit een aanbieding kreeg van een topteam. Vandaar zijn strategie, het mikken op het bergklassement.

Als de Tour op 24 juni start met een proloog in Saint-Jean De Monts is Bernard Thévenet favoriet voor de eindzege, Joop Zoetemelk een schaduwfavoriet en Raymond Poulidor een verre outsider. En Freddy Maertens de man die in de eerste dagen het meeste van zich doet spreken. Maertens is dan 24, Belgisch kampioen en dat seizoen ook al winnaar van onder meer de Brabantse Pijl, de Amstel Gold Race en Gent-Wevelgem. Veruit de snelste van het peloton, dat in die eerste week naar België fietst en in Bornem, Leuven en Verviers aankomsten telt. Maertens wint twee tijdritten (proloog en een langere) en ook twee massaspurten. Tot de Alpen is hij autoritair leider, maar dat hij in de rit met aankomst op Alpe D'Huez het geel verliest, verrast niemand.In het geel staat daar Lucien Van Impe. Zijn ploeg heeft samen met het Spaanse KAS de etappe onder controle gehouden. Als Raymond Deslisle aanvalt aan de voet, schuiven Van Impe, Zoetemelk, Michel Pollentier en Thévenet mee. Die laatste twee moeten lossen. Van Impe en Zoetemelk klimmen onder hun beidjes netjes weg van de rest. Met de streep in zicht spring Zoetemelk weg en wint. Van Impe pakt het geel.In de Pyreneeën probeert Peugeot, de ploeg van Thévenet, de koers opnieuw naar zijn hand te zetten. Het stuurt Deslisle opnieuw vooruit. Die zet de favorieten op minuten en pakt het geel over. Van Impe volgt na de eerste rit in dat gebergte op 2.41, zijn schaduw Zoetemelk op 2.47. Is de Tour op weg naar een verrassende winnaar? Neen. In de 14e rit, naar Pla d'Adet met vier zware beklimmingen zet Van Impe orde op zaken. Met nog drie cols te gaan gaat Van Impe, op aansporen van Guimard en aanvankelijk nog wat aarzelend, vol in de aanval en in de achtervolging op ontsnapte renners. Hij wint de rit en verplettert de tegenstand. Zoetemelk eindigt op meer dan 3 minuten, Thévenet op ruim 13, Deslisle nog meer. De Tour is beslist en net als in de eerste week kan Freddy Maertens weer uitblinken: hij wint nog eens vier ritten.In heel zijn carrière heeft Lucien Van Impe het belang van trainen aan den lijve ondervonden, schrijft hoofdredacteur Jacques Sys in een portret van de wielrenner als die 65 wordt. Hoe meer je kunt afzien, hoe beter je presteert. Het contrasteert een beetje met zijn imago. Altijd leek Van Impe vrij en blij door het peloton te fladderen. Maar achter dat onbezorgde imago ging veel gedrevenheid schuil.Dat is niet altijd zo geweest. In het begin doet de zesvoudige bergkoning van de Tour er weinig voor. Zijn vader stippelt wel een trainingsschema uit, maar veel liever slaat Van Impe de eerste straat in om aan de meisjesschool te gaan staan. Daar komt zijn vader snel achter en dat zorgt geregeld voor pandoeringen.Omdat het nauwelijks helpt, bedenkt de man een oplossing. Hij laat zijn zoon onderweg gele briefkaarten posten om hem zo te verplichten te trainen. Maar Van Impe is sluw. Hij geeft de postkaarten mee met andere renners. Tot hij op een gegeven moment een hele week goed traint en bij de amateurs met sprekend gemak een wedstrijd wint. Vanaf dat moment draait de Oost-Vlaming een knop om.Alles, gewoon alles, heeft hij vanaf nu voor zijn vak over. Een familiefeest woont hij nooit bij, zelfs de communie van zijn kinderen laat hij aan zich voorbij gaan. Trainen groeit uit tot een obsessie. Omdat zijn vader ervan overtuigd is dat in hem een klimmer schuilt, spurt hij constant de Muur van Geraardsbergen op. Tien, twintig keer na mekaar, tot het voor zijn ogen begint te schemeren. Elke dag opnieuw. Of hij trekt naar de Ardennen. Want klimmen moet je onderhouden, anders geraak je de souplesse meteen kwijt. Altijd heeft hij beweerd dat je als klimmer niet wordt geboren, dat je dat echt kunt leren.Lucien Van Impe koerst in een ander tijdperk dan vandaag, waar begeleiding top is. Hij is nog maar vier dagen prof als hij in 1969 in de Ronde van Frankrijk debuteert. Twee dagen voor de start rijdt hij nog snel een wedstrijd in Valenciennes om toch eens bij de beroepsrenners te hebben meegereden... In de kopgroep rijdt hij in de laatste ronde lek. Er is op dat moment trouwens geen enkele ploeg die hem echt wil, maar dankzij bemiddeling van Edgard Sorgeloos, de voormalige helper van Rik Van Looy, vindt hij onderdak bij het Franse Sonolor-Lejeune. Jean Stablinski, de sportdirecteur, heeft nog nooit van hem gehoord. Zijn nieuwe ploegmaats evenmin. Van Impe doet, om goodwill te kweken, een opmerkelijke geste: hij zegt dat hij niet in het prijzengeld wil delen, een poging om het hele team achter zich te krijgen... Hij wordt in die Tour uiteindelijk twaalfde, op iets minder dan een uur en nadat hij in het begin van de Tour tien minuten verliest door een ontsnapping te missen. Die prestatie valt niemand op, omdat Eddy Merckx de Tour wint.Die rittenwedstrijd - en vooral het bergklassement - past hem als gegoten, zal in de jaren zeventig blijken. Tussen de generaals Merckx en Bernard Hinault in laat hij zich elk jaar opmerken. Voor Van Impe moet elk seizoen alles wijken voor de Tour. Wat hem betreft, mag de wedstrijd veertig dagen duren. Hij weet zeker dat hij die periode zonder inzinking kan doorkomen. De Tour van 1976 blijft wel het hoogtepunt in de carrière van Van Impe, winnen is er niet meer bij. Achteraf blijkt dat zelfs die ene zege aan een zijden draadje hing. Van Impe rijdt in 1976 voor de Franse ploeg Gitane, waar Guimard zoals gezegd de plak zwaait. Een arrogante man, die zich de grootste strateeg sinds Napoleon waant. Niet geheel onverwacht voor de buitenwereld botst het in de Tour tussen sportdirecteur en kopman. Aanleiding: een simpele bidon. Van Impe heeft de gewoonte om voor iedere bergrit zelf vloeiende voeding klaar te maken. Als hij in de Alpen op een gegeven moment zijn ploegmaat René Dillen vraagt om die bij Guimard te halen, weigert die tot twee keer toe die te geven. Van Impe moet zich - in het geel - zelf tot bij zijn sportdirecteur laten afzakken, maar die wijst hem erop dat zijn plaats voorin is. 'Tu es un con', bijt de klimmer Guimard toe. 's Avonds in het hotel wil Guimard dat Van Impe zich verontschuldigt. Die weigert. Uiteindelijk geeft de sportdirecteur de hele ploeg het bevel om niet meer voor hem te rijden. Het kost Van Impe de overwinning in de etappe met aankomst op de Puy-de-Dôme. Omdat niemand voor hem mag werken, moet hij iedere aanval zelf beantwoorden. Uiteindelijk klopt Joop Zoetemelk hem. 's Avonds is de renner zo kwaad dat hij naar huis wil. Zijn vrouw Rita vertrekt meteen naar de Tour en overhaalt haar man om zich alsnog bij Guimard te excuseren.De vreugde om de zege is er niet minder om. Weken aan een stuk komen mensen naar Mere afgezakt om er een heuse Vlaamse kermis mee te maken.Met vertedering is Van Impe, die vorig jaar even moet worden opgenomen met hartklachten, heel zijn leven over de Tour blijven praten. Hij weet dat er voor hem niet meer inzat dan die ene overwinning. Vooral omdat hij altijd in een relatief zwakke ploeg reed en in de ploegentijdritten vaak minuten verloor. Altijd heeft het hem verbaasd dat hij nooit een aanbieding kreeg van een topteam. Vandaar zijn strategie, het mikken op het bergklassement.