De feiten

Achteraf, zo zal Giovanni Tredici, het hoofd van de medische dienst van de Giro een jaar later zeggen aan een verslaggever van Sport/Voetbalmagazine, klinkt zijn opmerking ongelukkig, maar op dat moment was de man ervan overtuigd: het moeilijkste ligt achter de rug.

Het is de derde rit van de Giro, en de afdaling van de Passo del Bocco loopt over smalle wegen, afgezoomd door muurtjes. Gevaarlijk. Maar wat volgt, is minder lastig en overzichtelijker. In de auto van de artsen vermindert de spanning. Net voor die gedachte is een groepje renners de auto voorbijgereden. Onder hen Wouter Weylandt, de spurter van Leopard Trek uit Gent.

Wat er juist gebeurt, ziet de dokter niet. Het pedaal van Weylandt raakt een muurtje en de renner gaat tegen de grond. Achttien seconden later zijn de artsen al ter plaatse, maar hun hulp kan niet baten. Weylandt heeft ondanks zijn helm een schedelbreuk en is op slag dood.

Making-of

Danny In't Ven is de buschauffeur van Leopard Trek en ex-wielrenner. Een paar weken na het ongeval mijmert hij in Sport/Voetbalmagazine over Wouter.

Over hun eerste ploegstage in het Zwitserse Crans-Montana, waar hij hem leerde skiën en met zijn BlackBerry een filmpje maakte van zijn afdaling. Over hun telefoongesprek een week voor de Giro toen Wouter zo blij was met het nieuws dat ook Danny meeging naar Italië. Over die keren dat alle renners, en vooral Wouter, in de eerste dagen van de Giro meezongen met Sex on Fire van Kings of Leon, als oppeppertje voor de start. Over de ochtend voor de val, toen hij zich - zoals gewoonlijk - weer haastig moest klaarmaken en nerveus was omdat hij nog moest plassen en het toilet bezet was.

Maar vooral: over waarom zo'n vrolijke jongen moest sterven? Waarom hij net dáár viel, op die ongevaarlijke plaats? Waarom Wouter, die al zo veel pech gehad had en in het najaar vader moest worden?

Pas op de stage in Crans-Montana, in december, hadden ze elkaar echt leren kennen. Ze waren op dat moment de enige Nederlandstaligen in de ploeg en dan trek je automatisch veel met elkaar op. Danny herkende zichzelf een beetje in Wouter: een sympathieke, goedlachse speelvogel, al heeft hij dat beeld moeten bijstellen. Naast de fiets is Wouter heel ontspannen, maar als er getraind moest worden, blijkt hij bijzonder gedreven.

Wouter beklemtoonde dat ook: dat hij - in tegenstelling tot vroeger - zijn trainingsschema nu tot in de puntjes afwerkte. In een interview zei hij zelfs dat hij een nerd geworden was, mede onder invloed van Fabian Cancellara, met wie hij goed overeenkwam en vaak nog wat extra trainingskilometers afmaalde.

GETTY
© GETTY

In't Ven, in juni 2011: 'Wouter voelde zich meteen opgenomen in de groep en was zelfs verbaasd over de sfeer, veel losser dan bij Quick-Step. De blijdschap en de ambitie dropen van zijn gezicht. Vooral Parijs-Roubaix was een droom. Daar zou hij eindelijk bewijzen dat hij meer was dan een sprinter.'

'Jammer genoeg werd hij in het voorjaar geplaagd door ziektes en ging hij in de massasprint van de Scheldeprijs zwaar tegen de grond. 's Avonds heb ik hem - toen bleek dat hij alleen schaafwonden had - eens goed vastgepakt: 'Je mag je gelukkig prijzen dat je hier weer heelhuids staat.' Dat besefte hij zelf ook goed.'

'Achteraf gezien had hij toen beter een arm of een been gebroken, dan was hij nooit gestart in de Giro. Die val in Schoten heeft zijn zelfvertrouwen in de sprint een ferme deuk gegeven. Dat bleek al in de eerste massasprint in de Giro, de dag voor zijn fatale val. Wouter zei na de finish dat hij in de slotkilometer geremd had toen hij met zijn boezemvriend Tyler Farrar om een goede positie vocht. Uit schrik... De durfal die in ieder gaatje dook, leek verdwenen. Hij stuurde zelfs een sms'je naar zijn manager Jef Van Den Bosch. ik moet toch iets anders gaan doen dan sprinten...'

'De dag erna kwam zijn sprintersinstinct toch weer naar boven. Op de teammeeting vertelde de ploegleiding dat Davide Viganò als rappe man uitgespeeld zou worden, aangezien de finale, met de beklimming van de Passo del Bocco, allicht te zwaar zou zijn voor Wouter. Dat motiveerde hem: 'Ik zal laten zien dat ik die klim wél kan overleven.' Gedreven door de druk die hij zichzelf opgelegd had na een tegenvallend voorjaar. Zijn ambitie, de eerste luitenant van Fabian Cancellara worden, had hij niet kunnen waarmaken en dat wilde hij per se rechtzetten met ritwinst in de Ronde van Italië.'

'Was Wouter die dag maar iets minder gemotiveerd geweest ... Hij had op de Passo del Bocco moeten lossen en zat in de afdaling in een groepje met onder meer ploegmaat Tom Stamsnijder. Die raadde hem aan te wachten - de drie RadioShackrenners in hun gezelschap zouden het gaatje op het peloton wel dichtrijden - maar Wouter besloot om het toch alleen te proberen.'

'Elke kans op een massasprint wou hij grijpen, ook omdat hij wist dat Mark Cavendish en Tyler Farrar gelost waren. Zonder hen had hij misschien wel een kans. Alleen heeft hij die nooit gekregen. Een seconde omkijken is hem fataal geworden.'

En daarna?

Heel veel emoties. Bij iedereen. De familie die naar Italië reist, bij de volgers in de karavaan, de collega's. De dag erna start de vierde rit met een minuut stilte, de geneutraliseerde etappe duurt meer dan zes uur. Bij aankomst rijden de ploegmaats van Weylandt op de eerste rij, samen met Tyler Farrar. Gelovige Italianen overstelpen de ploeg met kruisjes, Mariabeeldjes en witte lelies.

Rugnummer 108 duikt overal op. 's Avonds geven de ploegmaats het signaal dat ze willen stoppen, op eentje na. Brice Feillu, die Wouter amper kende, wil doorgaan en hem eren door nog te proberen een rit te winnen. De anderen kunnen dat niet meer opbrengen.

Ploegdokter Jens Hinden, die soldaat was in Kosovo en ervaring heeft in het opvangen van mensen met trauma's houdt 's avonds twee praatsessies. Een met het personeel en een met de renners. In een cirkel mag iedereen zijn verhaal over Wouter en de dag vertellen. De ene kan er goed over spreken, anderen blijven zonder woorden. Met hen houdt Hinden achteraf individuele sessies. De dag erna gaat de hele groep nog een uurtje fietsen en dan vertrekt de ploeg.

De verslagenheid in België is zeer groot. Nog maanden, nog jaren. Eind 2011 wordt zijn dochtertje geboren. Ter nagedachtenis van de wielrenner wordt een zwart polsbandje uitgebracht, net als een wielershirt: 108-sempre con noi. Dat nummer wordt in de Giro nooit meer gedragen.

null, GETTY
null © GETTY

Aan de Scheldeboorden - het favoriete trainingsparcours van veel Gentse wielerliefhebbers - verrijst een muurtje. Niet alleen ter nagedachtenis van Weylandt, maar ook van Dimitri De Fauw en Frederiek Nolf. Renners die hier, net als Iljo Keisse, vaak kwamen trainen, op weg naar de Vlaamse Ardennen, en in 2009 overleden.

Op de bovenbuis van al de fietsen van Keisse plakt sinds 2011 altijd een stickertje, met de Italiaanse kleuren en nummer 108. Omdat Weylandt in de atletiek zijn sportcarrière begon, krijgt ook het atletiekstadion van Gentbrugge zijn naam.

Achteraf, zo zal Giovanni Tredici, het hoofd van de medische dienst van de Giro een jaar later zeggen aan een verslaggever van Sport/Voetbalmagazine, klinkt zijn opmerking ongelukkig, maar op dat moment was de man ervan overtuigd: het moeilijkste ligt achter de rug. Het is de derde rit van de Giro, en de afdaling van de Passo del Bocco loopt over smalle wegen, afgezoomd door muurtjes. Gevaarlijk. Maar wat volgt, is minder lastig en overzichtelijker. In de auto van de artsen vermindert de spanning. Net voor die gedachte is een groepje renners de auto voorbijgereden. Onder hen Wouter Weylandt, de spurter van Leopard Trek uit Gent. Wat er juist gebeurt, ziet de dokter niet. Het pedaal van Weylandt raakt een muurtje en de renner gaat tegen de grond. Achttien seconden later zijn de artsen al ter plaatse, maar hun hulp kan niet baten. Weylandt heeft ondanks zijn helm een schedelbreuk en is op slag dood.Danny In't Ven is de buschauffeur van Leopard Trek en ex-wielrenner. Een paar weken na het ongeval mijmert hij in Sport/Voetbalmagazine over Wouter. Over hun eerste ploegstage in het Zwitserse Crans-Montana, waar hij hem leerde skiën en met zijn BlackBerry een filmpje maakte van zijn afdaling. Over hun telefoongesprek een week voor de Giro toen Wouter zo blij was met het nieuws dat ook Danny meeging naar Italië. Over die keren dat alle renners, en vooral Wouter, in de eerste dagen van de Giro meezongen met Sex on Fire van Kings of Leon, als oppeppertje voor de start. Over de ochtend voor de val, toen hij zich - zoals gewoonlijk - weer haastig moest klaarmaken en nerveus was omdat hij nog moest plassen en het toilet bezet was. Maar vooral: over waarom zo'n vrolijke jongen moest sterven? Waarom hij net dáár viel, op die ongevaarlijke plaats? Waarom Wouter, die al zo veel pech gehad had en in het najaar vader moest worden?Pas op de stage in Crans-Montana, in december, hadden ze elkaar echt leren kennen. Ze waren op dat moment de enige Nederlandstaligen in de ploeg en dan trek je automatisch veel met elkaar op. Danny herkende zichzelf een beetje in Wouter: een sympathieke, goedlachse speelvogel, al heeft hij dat beeld moeten bijstellen. Naast de fiets is Wouter heel ontspannen, maar als er getraind moest worden, blijkt hij bijzonder gedreven. Wouter beklemtoonde dat ook: dat hij - in tegenstelling tot vroeger - zijn trainingsschema nu tot in de puntjes afwerkte. In een interview zei hij zelfs dat hij een nerd geworden was, mede onder invloed van Fabian Cancellara, met wie hij goed overeenkwam en vaak nog wat extra trainingskilometers afmaalde.In't Ven, in juni 2011: 'Wouter voelde zich meteen opgenomen in de groep en was zelfs verbaasd over de sfeer, veel losser dan bij Quick-Step. De blijdschap en de ambitie dropen van zijn gezicht. Vooral Parijs-Roubaix was een droom. Daar zou hij eindelijk bewijzen dat hij meer was dan een sprinter.''Jammer genoeg werd hij in het voorjaar geplaagd door ziektes en ging hij in de massasprint van de Scheldeprijs zwaar tegen de grond. 's Avonds heb ik hem - toen bleek dat hij alleen schaafwonden had - eens goed vastgepakt: 'Je mag je gelukkig prijzen dat je hier weer heelhuids staat.' Dat besefte hij zelf ook goed.''Achteraf gezien had hij toen beter een arm of een been gebroken, dan was hij nooit gestart in de Giro. Die val in Schoten heeft zijn zelfvertrouwen in de sprint een ferme deuk gegeven. Dat bleek al in de eerste massasprint in de Giro, de dag voor zijn fatale val. Wouter zei na de finish dat hij in de slotkilometer geremd had toen hij met zijn boezemvriend Tyler Farrar om een goede positie vocht. Uit schrik... De durfal die in ieder gaatje dook, leek verdwenen. Hij stuurde zelfs een sms'je naar zijn manager Jef Van Den Bosch. ik moet toch iets anders gaan doen dan sprinten...''De dag erna kwam zijn sprintersinstinct toch weer naar boven. Op de teammeeting vertelde de ploegleiding dat Davide Viganò als rappe man uitgespeeld zou worden, aangezien de finale, met de beklimming van de Passo del Bocco, allicht te zwaar zou zijn voor Wouter. Dat motiveerde hem: 'Ik zal laten zien dat ik die klim wél kan overleven.' Gedreven door de druk die hij zichzelf opgelegd had na een tegenvallend voorjaar. Zijn ambitie, de eerste luitenant van Fabian Cancellara worden, had hij niet kunnen waarmaken en dat wilde hij per se rechtzetten met ritwinst in de Ronde van Italië.''Was Wouter die dag maar iets minder gemotiveerd geweest ... Hij had op de Passo del Bocco moeten lossen en zat in de afdaling in een groepje met onder meer ploegmaat Tom Stamsnijder. Die raadde hem aan te wachten - de drie RadioShackrenners in hun gezelschap zouden het gaatje op het peloton wel dichtrijden - maar Wouter besloot om het toch alleen te proberen.''Elke kans op een massasprint wou hij grijpen, ook omdat hij wist dat Mark Cavendish en Tyler Farrar gelost waren. Zonder hen had hij misschien wel een kans. Alleen heeft hij die nooit gekregen. Een seconde omkijken is hem fataal geworden.'Heel veel emoties. Bij iedereen. De familie die naar Italië reist, bij de volgers in de karavaan, de collega's. De dag erna start de vierde rit met een minuut stilte, de geneutraliseerde etappe duurt meer dan zes uur. Bij aankomst rijden de ploegmaats van Weylandt op de eerste rij, samen met Tyler Farrar. Gelovige Italianen overstelpen de ploeg met kruisjes, Mariabeeldjes en witte lelies.Rugnummer 108 duikt overal op. 's Avonds geven de ploegmaats het signaal dat ze willen stoppen, op eentje na. Brice Feillu, die Wouter amper kende, wil doorgaan en hem eren door nog te proberen een rit te winnen. De anderen kunnen dat niet meer opbrengen. Ploegdokter Jens Hinden, die soldaat was in Kosovo en ervaring heeft in het opvangen van mensen met trauma's houdt 's avonds twee praatsessies. Een met het personeel en een met de renners. In een cirkel mag iedereen zijn verhaal over Wouter en de dag vertellen. De ene kan er goed over spreken, anderen blijven zonder woorden. Met hen houdt Hinden achteraf individuele sessies. De dag erna gaat de hele groep nog een uurtje fietsen en dan vertrekt de ploeg.De verslagenheid in België is zeer groot. Nog maanden, nog jaren. Eind 2011 wordt zijn dochtertje geboren. Ter nagedachtenis van de wielrenner wordt een zwart polsbandje uitgebracht, net als een wielershirt: 108-sempre con noi. Dat nummer wordt in de Giro nooit meer gedragen. Aan de Scheldeboorden - het favoriete trainingsparcours van veel Gentse wielerliefhebbers - verrijst een muurtje. Niet alleen ter nagedachtenis van Weylandt, maar ook van Dimitri De Fauw en Frederiek Nolf. Renners die hier, net als Iljo Keisse, vaak kwamen trainen, op weg naar de Vlaamse Ardennen, en in 2009 overleden. Op de bovenbuis van al de fietsen van Keisse plakt sinds 2011 altijd een stickertje, met de Italiaanse kleuren en nummer 108. Omdat Weylandt in de atletiek zijn sportcarrière begon, krijgt ook het atletiekstadion van Gentbrugge zijn naam.