Dertig jaar is het geleden dat er nog eens een Fransman de Tour won. Dat was in 1985 met Bernard Hinault. Toen Thibaut Pinot vorig jaar de witte trui pakte en als derde finishte, viel het hele land in zwijm. Pinot, een goeie klimmer maar zeer matige tijdrijder, werd een potentiële winnaar genoemd.

Hebben ze daar rekening mee gehouden bij het in mekaar steken van het parcours? Zes aankomsten bergop en slechts één (korte) tijdrit, het was in het voordeel van Pinot. Een gebrek aan chauvinisme kan je de Fransen niet aanwrijven.

Maar Thibaut Pinot, nog winnaar van een bergrit in de Ronde van Zwitserland, valt in deze Tour onherroepelijk door de mand. Hij staat na de Slag in de Pyreneeën op de 24ste plaats, op bijna 35 minuten van Christopher Froome. Maar vragen worden er over deze bruuske schommelingen niet gesteld. Het is oordelen met twee maten en twee gewichten.

Heksenjacht

Want anders ligt het allemaal bij Christopher Froome. De Brit wordt langs het parcours uitgefloten. Hij is voor velen ongeloofwaardig, een skelet die zo'n bovenmenselijke inspanningen levert, dat kan niet. Het lijkt erop dat er tegen hem een heksenjacht wordt gevoerd.

Natuurlijk moet je naïef zijn om te denken dat de wielersport van alle uitwassen is gezuiverd. En welke grote vooruitgang er ook werd geboekt in de strijd tegen de doping, de achterstand is daarmee niet weggeveegd. Nog altijd heet het dat het erom gaat middelen te vinden die het gebruik van doping maskeren.

Maar je kan renners nooit veroordelen zonder harde bewijzen. Chris Froome is, net zoals zijn verbazend rijdende ploegmaats, ook de exponent van de manier waarop de Sky-ploeg zich in tal van aspecten heeft gespecialiseerd. Voeding, training, verzorging, ze hebben er zich allemaal op een wetenschappelijke manier in verdiept. Dat renners bijvoorbeeld na een etappe in een camper op grote hoogte vertoeven om te herstellen, was in het peloton ongezien. Ploegleiders slapen trouwens in die camper, zodat iedere renner - die verplicht in een hotel moeten overnachten - elk zijn eigen kamer heeft. Dat komt de nachtrust ten goede. Het zijn elementen die bijdragen tot het succes. Maar amper worden belicht.

Dertig jaar is het geleden dat er nog eens een Fransman de Tour won. Dat was in 1985 met Bernard Hinault. Toen Thibaut Pinot vorig jaar de witte trui pakte en als derde finishte, viel het hele land in zwijm. Pinot, een goeie klimmer maar zeer matige tijdrijder, werd een potentiële winnaar genoemd.Hebben ze daar rekening mee gehouden bij het in mekaar steken van het parcours? Zes aankomsten bergop en slechts één (korte) tijdrit, het was in het voordeel van Pinot. Een gebrek aan chauvinisme kan je de Fransen niet aanwrijven.Maar Thibaut Pinot, nog winnaar van een bergrit in de Ronde van Zwitserland, valt in deze Tour onherroepelijk door de mand. Hij staat na de Slag in de Pyreneeën op de 24ste plaats, op bijna 35 minuten van Christopher Froome. Maar vragen worden er over deze bruuske schommelingen niet gesteld. Het is oordelen met twee maten en twee gewichten.Want anders ligt het allemaal bij Christopher Froome. De Brit wordt langs het parcours uitgefloten. Hij is voor velen ongeloofwaardig, een skelet die zo'n bovenmenselijke inspanningen levert, dat kan niet. Het lijkt erop dat er tegen hem een heksenjacht wordt gevoerd.Natuurlijk moet je naïef zijn om te denken dat de wielersport van alle uitwassen is gezuiverd. En welke grote vooruitgang er ook werd geboekt in de strijd tegen de doping, de achterstand is daarmee niet weggeveegd. Nog altijd heet het dat het erom gaat middelen te vinden die het gebruik van doping maskeren.Maar je kan renners nooit veroordelen zonder harde bewijzen. Chris Froome is, net zoals zijn verbazend rijdende ploegmaats, ook de exponent van de manier waarop de Sky-ploeg zich in tal van aspecten heeft gespecialiseerd. Voeding, training, verzorging, ze hebben er zich allemaal op een wetenschappelijke manier in verdiept. Dat renners bijvoorbeeld na een etappe in een camper op grote hoogte vertoeven om te herstellen, was in het peloton ongezien. Ploegleiders slapen trouwens in die camper, zodat iedere renner - die verplicht in een hotel moeten overnachten - elk zijn eigen kamer heeft. Dat komt de nachtrust ten goede. Het zijn elementen die bijdragen tot het succes. Maar amper worden belicht.