De Tourmalet blijft een van de meest mythische cols in de Tour. Een decor van vele veldslagen, onherroepelijk verbonden met de eerste Tourzege van Eddy Merckx die daar, in 1969, een memorabele aanval opzette en in een etappe tussen Luchon en Mourenx voor een van de meest epische nummers uit de Tour-historie zorgde: in een ondraaglijke hitte won hij met bijna acht minuten voorsprong. Aan de Tourmalet zijn ook tal van prehistorische verhalen verbonden. Zoals die van de Fransman Eugène Christophe die in 1913 tijdens de beklimming zijn vork brak. Omdat hulp door anderen was verboden, vond hij na een voettocht van 15 kilometer een smederij en laste in zijn eentje de delen van de vork aan elkaar om dan verder te fietsen.

Geen col in de Tour is vaker beklommen dan de Tourmalet, maar de top ligt de afgelopen jaren ver van de streep. Ook dit jaar vielen er nog 41 kilometer te rijden naar de aankomstplaats in Cauterets. Het is dan ook zelden een toprenner die als eerste over de Tourmalet snelt. Dat was ook nu zo, met de Pool Rafal Majka, de beste uit een groep ontsnapte renners en de latere ritwinnaar.

Houterig

Na de uppercut die Christopher Froome in de eerste Pyreneeënrit uitdeelde, was het voor de concurrentie wellicht goed om even te herademen. De Brit sloeg zijn tegenstanders zo hard tegen het canvas dat dit de dag nadien nog nazinderde. Niemand die het de drager van de gele trui moeilijk maakte. Iedereen lijkt zich bij zijn heerschappij te hebben neergelegd. En vreest dat Froome in de etappe van donderdag, naar Plateau de Beille, opnieuw zal toeslaan. Op die col won in het verleden vaak een renner die later het geel naar Parijs bracht.

Chris Froome is zeker niet de meest gracieuze klimmer. Integendeel zelfs. In een top-10 van de lelijkste klimmers die Sport/Wielermagazine voor de start van de Tour publiceerde, staat Christopher Froome op de 7de plaats. Zijn hoofd zit constant vastgeplakt aan zijn linkerschouder en in zijn houterige stijl verandert hij voortdurend van houding. Maar zoals met alles wat Froome doet, zit daar een reden achter: hij laat zo de spiergroepen rusten. Altijd in dezelfde houding fietsen noemt hij dom. Als je het Froome hoort vertellen, is het net alsof hij het evangelie predikt.

De Tourmalet blijft een van de meest mythische cols in de Tour. Een decor van vele veldslagen, onherroepelijk verbonden met de eerste Tourzege van Eddy Merckx die daar, in 1969, een memorabele aanval opzette en in een etappe tussen Luchon en Mourenx voor een van de meest epische nummers uit de Tour-historie zorgde: in een ondraaglijke hitte won hij met bijna acht minuten voorsprong. Aan de Tourmalet zijn ook tal van prehistorische verhalen verbonden. Zoals die van de Fransman Eugène Christophe die in 1913 tijdens de beklimming zijn vork brak. Omdat hulp door anderen was verboden, vond hij na een voettocht van 15 kilometer een smederij en laste in zijn eentje de delen van de vork aan elkaar om dan verder te fietsen.Geen col in de Tour is vaker beklommen dan de Tourmalet, maar de top ligt de afgelopen jaren ver van de streep. Ook dit jaar vielen er nog 41 kilometer te rijden naar de aankomstplaats in Cauterets. Het is dan ook zelden een toprenner die als eerste over de Tourmalet snelt. Dat was ook nu zo, met de Pool Rafal Majka, de beste uit een groep ontsnapte renners en de latere ritwinnaar.Na de uppercut die Christopher Froome in de eerste Pyreneeënrit uitdeelde, was het voor de concurrentie wellicht goed om even te herademen. De Brit sloeg zijn tegenstanders zo hard tegen het canvas dat dit de dag nadien nog nazinderde. Niemand die het de drager van de gele trui moeilijk maakte. Iedereen lijkt zich bij zijn heerschappij te hebben neergelegd. En vreest dat Froome in de etappe van donderdag, naar Plateau de Beille, opnieuw zal toeslaan. Op die col won in het verleden vaak een renner die later het geel naar Parijs bracht. Chris Froome is zeker niet de meest gracieuze klimmer. Integendeel zelfs. In een top-10 van de lelijkste klimmers die Sport/Wielermagazine voor de start van de Tour publiceerde, staat Christopher Froome op de 7de plaats. Zijn hoofd zit constant vastgeplakt aan zijn linkerschouder en in zijn houterige stijl verandert hij voortdurend van houding. Maar zoals met alles wat Froome doet, zit daar een reden achter: hij laat zo de spiergroepen rusten. Altijd in dezelfde houding fietsen noemt hij dom. Als je het Froome hoort vertellen, is het net alsof hij het evangelie predikt.