De Hel van het Noorden, de Helleklassieker, La Reine des Classiques. Parijs-Roubaix heeft meerdere bijnamen. De minst bekende is echter 'La Pascale', omdat de koers van bij de tweede editie tot de Tweede Wereldoorlog telkens op 'dimanche pascale', paaszondag, werd georganiseerd. En dus eens op 27 maart werd gereden, zoals in 1921, of op 23 april, zoals in 1905.

Dat bracht de Belgische coureurs met name vanaf 1920 geluk, toen Noord-Frankrijk na de Eerste Wereldoorlog er bijna letterlijk uitzag als de Hel, vandaar ook de bijnaam. Van dat jaar tot 1947 won er slechts zes keer géén Belg. En de enige keer dat Parijs-Roubaix niet op Pasen viel, in 1945, ging de zege naar de Fransman Paul Maye.

De eerste landgenoot die in Roubaix niet triomfeerde op de katholieke feestdag, was Rik Van Steenbergen, in 1948. Ook omdat na de Tweede Wereldoorlog komaf werd gemaakt met de traditie om de kasseiklassieker op Pasen te laten vallen. Zo vond de Ronde van Vlaanderen voor het eerst op paaszondag plaats in 1953, toen de Nederlander Wim van Est won.

Vervloekt

Niet toevallig een buitenlander (zie kader), zoals ook in Parijs-Roubaix. Want na de tweede zege van Rik Van Steenbergen in 1952 leken de kasseien in Noord-Frankrijk vervloekt op de dag dat Jezus verrees.

In de weinige keren dat de Helleklassieker nadien op Pasen gereden werd, ging immers de zege telkens naar een buitenlander: Jean Forestier in 1955, Jan Raas in 1982, Gilbert Duclos-Lassalle in 1993, Andrea Tafi in 1999, Servais Knaven in 2001 en Magnus Bäckstedt in 2004, toen tot groot verdriet van Johan Museeuw en Peter Van Petegem, allebei geveld door pech.

Pasen 2004: Peter Van Petegem en Johan Museeuw komen samen over de finishin Parijs-Roubaix, geveld door veel materiaalpech moesten ze de zege aan Magnus Bäckstedt laten., belga
Pasen 2004: Peter Van Petegem en Johan Museeuw komen samen over de finishin Parijs-Roubaix, geveld door veel materiaalpech moesten ze de zege aan Magnus Bäckstedt laten. © belga

Pas in 2009 werd de vloek plots een zege(n), want toen won Tom Boonen op Pasen, net als drie jaar later, in 2012. Het was de laatste keer dat Parijs-Roubaix op paaszondag georganiseerd werd, tot komende zondag. Zijn de kasseien van de Hel opnieuw gezegend voor de Belgen? Of slaat de vloek van voor 2009 toch weer toe?

Een kleine 'opsteker': de laatste maal dat Parijs-Roubaix plaatsvond op 17 april, zoals zondag, dateert van 1977, toen Roger De Vlaeminck zijn vierde Helleklassieker op zijn erelijst schreef.

Opmerkelijk: in de Ronde van Vlaanderen bracht Pasen de Belgische renners in het verleden evenmin geluk. Sinds 2000 scoren onze landgenoten nul op zes: Kasper Asgreen won in 2021, Niki Terpstra in 2018, Alexander Kristoff in 2015, Fabian Cancellara tweemaal in 2013 en 2010 en Alessandro Ballan in 2007.

En in de zeven paasedities in de twintigste eeuw ging er ook slechts drie keer op zeven de zege naar een Belgische renner: Eric Vanderaerden in de legendarische editie van 1985, Eddy Planckaert in 1988 en Peter Van Petegem in 1999. In totaal dus amper drie op dertien vaderlandse paastriomfen in de Ronde van Vlaanderen.

De Hel van het Noorden, de Helleklassieker, La Reine des Classiques. Parijs-Roubaix heeft meerdere bijnamen. De minst bekende is echter 'La Pascale', omdat de koers van bij de tweede editie tot de Tweede Wereldoorlog telkens op 'dimanche pascale', paaszondag, werd georganiseerd. En dus eens op 27 maart werd gereden, zoals in 1921, of op 23 april, zoals in 1905.Dat bracht de Belgische coureurs met name vanaf 1920 geluk, toen Noord-Frankrijk na de Eerste Wereldoorlog er bijna letterlijk uitzag als de Hel, vandaar ook de bijnaam. Van dat jaar tot 1947 won er slechts zes keer géén Belg. En de enige keer dat Parijs-Roubaix niet op Pasen viel, in 1945, ging de zege naar de Fransman Paul Maye. De eerste landgenoot die in Roubaix niet triomfeerde op de katholieke feestdag, was Rik Van Steenbergen, in 1948. Ook omdat na de Tweede Wereldoorlog komaf werd gemaakt met de traditie om de kasseiklassieker op Pasen te laten vallen. Zo vond de Ronde van Vlaanderen voor het eerst op paaszondag plaats in 1953, toen de Nederlander Wim van Est won. Niet toevallig een buitenlander (zie kader), zoals ook in Parijs-Roubaix. Want na de tweede zege van Rik Van Steenbergen in 1952 leken de kasseien in Noord-Frankrijk vervloekt op de dag dat Jezus verrees. In de weinige keren dat de Helleklassieker nadien op Pasen gereden werd, ging immers de zege telkens naar een buitenlander: Jean Forestier in 1955, Jan Raas in 1982, Gilbert Duclos-Lassalle in 1993, Andrea Tafi in 1999, Servais Knaven in 2001 en Magnus Bäckstedt in 2004, toen tot groot verdriet van Johan Museeuw en Peter Van Petegem, allebei geveld door pech.Pas in 2009 werd de vloek plots een zege(n), want toen won Tom Boonen op Pasen, net als drie jaar later, in 2012. Het was de laatste keer dat Parijs-Roubaix op paaszondag georganiseerd werd, tot komende zondag. Zijn de kasseien van de Hel opnieuw gezegend voor de Belgen? Of slaat de vloek van voor 2009 toch weer toe?Een kleine 'opsteker': de laatste maal dat Parijs-Roubaix plaatsvond op 17 april, zoals zondag, dateert van 1977, toen Roger De Vlaeminck zijn vierde Helleklassieker op zijn erelijst schreef.