In de Ronde van Frankrijk 1956 én in die van 1963 droeg Gilbert Desmet een aantal dagen de gele trui, maar de Tour winnen, dat lukte nooit. In 1962 werd hij wel eens vierde in het eindklassement, na winnaar Jacques Anquetil, Jef Planckaert en Raymond Poulidor.

'Ik reed met tal van toppers samen: Anquetil, Gaul, Bahamontes, Poulidor...', vertelt Desmet in de Krant van West-Vlaanderen. 'Anquetil had de meest gesloten persoonlijkheid. Ooit kwam hij eens tot bij mij en zei hij: 'Als ik de Tour en de Dauphiné win, is het goed geweest. De klassiekers bij jullie interesseren me niet echt.''

'Poulidor was anders. Ja, natuurlijk weet ik dat zijn kleinzoon (Mathieu van der Poel, nvdr) nu een wereldtopper is. Het is voor mij speciaal om de kleinzoon van één van mijn concurrenten op tv bezig te zien. Mathieu heeft uiterlijk bepaalde trekken van Poulidor overgenomen. Zijn neus bijvoorbeeld. Maar zijn manier van koersen is helemaal anders. Mathieu durft aan te vallen en koerst. Poulidor was berekend. Als hij moest rijden, deed hij het niet. Zo heeft hij heel wat wedstrijden verloren. Dat heb ik zelf ervaren.'

De Tour van 1963

'In 1963 stelden journalisten me voortdurend de vraag: denk je dat je de Tour kan winnen? Als geletruidrager werd je nooit met rust gelaten, maar ik kon daar vlot mee om. Als de aankomst om vier uur was, lag ik een uur later in mijn bed te slapen, tot ik gemasseerd moest worden. Dat was mijn karakter: rustig. Als ronderenner een gigantisch voordeel.'

'De voorbije zestig jaar ben ik door mensen vaak aangesproken als de renner die de gele trui heeft gedragen. Telkens als de Tour begint, word ik erover aangesproken. Die tien dagen in het geel, daar praten de mensen het meest over. Veel meer dan over mijn zeges in Parijs-Tours en de Waalse Pijl.'

Lees het volledige gesprek met Gilbert Desmet in de Krant van West-Vlaanderen.

In de Ronde van Frankrijk 1956 én in die van 1963 droeg Gilbert Desmet een aantal dagen de gele trui, maar de Tour winnen, dat lukte nooit. In 1962 werd hij wel eens vierde in het eindklassement, na winnaar Jacques Anquetil, Jef Planckaert en Raymond Poulidor. 'Ik reed met tal van toppers samen: Anquetil, Gaul, Bahamontes, Poulidor...', vertelt Desmet in de Krant van West-Vlaanderen. 'Anquetil had de meest gesloten persoonlijkheid. Ooit kwam hij eens tot bij mij en zei hij: 'Als ik de Tour en de Dauphiné win, is het goed geweest. De klassiekers bij jullie interesseren me niet echt.'''Poulidor was anders. Ja, natuurlijk weet ik dat zijn kleinzoon (Mathieu van der Poel, nvdr) nu een wereldtopper is. Het is voor mij speciaal om de kleinzoon van één van mijn concurrenten op tv bezig te zien. Mathieu heeft uiterlijk bepaalde trekken van Poulidor overgenomen. Zijn neus bijvoorbeeld. Maar zijn manier van koersen is helemaal anders. Mathieu durft aan te vallen en koerst. Poulidor was berekend. Als hij moest rijden, deed hij het niet. Zo heeft hij heel wat wedstrijden verloren. Dat heb ik zelf ervaren.''In 1963 stelden journalisten me voortdurend de vraag: denk je dat je de Tour kan winnen? Als geletruidrager werd je nooit met rust gelaten, maar ik kon daar vlot mee om. Als de aankomst om vier uur was, lag ik een uur later in mijn bed te slapen, tot ik gemasseerd moest worden. Dat was mijn karakter: rustig. Als ronderenner een gigantisch voordeel.''De voorbije zestig jaar ben ik door mensen vaak aangesproken als de renner die de gele trui heeft gedragen. Telkens als de Tour begint, word ik erover aangesproken. Die tien dagen in het geel, daar praten de mensen het meest over. Veel meer dan over mijn zeges in Parijs-Tours en de Waalse Pijl.'Lees het volledige gesprek met Gilbert Desmet in de Krant van West-Vlaanderen.