Het gaat inmiddels om de vijfde editie, maar nog steeds voelen de meeste Walen weinig of niets voor het oer-Vlaamse veldrijden. Van de circa 3000 betalende toeschouwers die de vorige keren naar Namen kwamen afgezakt, waren vier op de vijf Vlaming. Ook zondag zal de voertaal op de Citadel weer Nederlands zijn. De kijkcijfers bevestigen de communautaire verhoudingen. Namen moest het vorig jaar op de RTBf stellen met een marktaandeel van 6,1 procent (circa 64.000 kijkers): slechts een tiende van het gemiddelde aandeel van een veldrit op de VRT.

Toerisme

Het belet niet dat de organisatoren heel positief spreken over hun Waalse troetelkind. De leefbaarheid van de veldrit in Namen hangt gelukkig niet af van de populariteit van de sport in Wallonië. "De organisatie staat of valt ook niet met de ticketverkoop", verklaart Christophe Impens, directeur bij Golazo Sports. "We hebben belangrijker inkomstenbronnen. Om te beginnen is er de financiële steun van de stad, de provincie en het Waalse gewest. Namen is een van de weinige crossen in België die ook toerisme met zich meebrengen. Er zijn heel veel Vlamingen die al van de zaterdag komen en er een weekend van maken. De horeca vaart er wel bij en dat is precies wat de lokale overheden verlangen."

Ook worden er ieder jaar meer vippakketten verkocht. Zondag verwacht men 800 vips op de Citadel: een vergelijkbaar aantal met dat van de meeste veldritten in Vlaanderen. Ten slotte kan Golazo terugvallen op een ruime sponsorvloot. "Het gaat stuk voor stuk om bedrijven die actief zijn in heel het land", zegt Impens. "Namen is de enige veldrit buiten de kampioenschappen die de RTBf rechtstreeks op het scherm brengt. Onze sponsors vinden die zichtbaarheid belangrijk. Ook krijgen ze zondag een unieke gelegenheid om eens hun Waalse klanten, medewerkers en zakenrelaties op Waals grondgebied uit te nodigen."

Citymarketing

De organisatie op de Citadel, waar een kostenplaatje van 290.000 euro aan vasthangt, is een van de zeventien veldritten in de portefeuille van Golazo. "Qua rendement is Namen een goeie middenmoter", vertelt Impens. "De wedstrijd is winstgevend en wordt hoegenaamd niet in vraag gesteld. Integendeel, volgend jaar beginnen we met een tweede veldrit in Wallonië."

Golazo gaat daarvoor in zee met Marc Duquesnoy, organisator van de cross in Dottenijs, de enige andere veldrit in Wallonië. "We hebben voor deze wedstrijd een nieuwe locatie op het oog, niet langer in Henegouwen", zegt Impens. "We willen hem onderbrengen in een regelmatigheidscriterium of in de Soudal Classics en hebben een even episch decor in gedachten als dat op de Citadel van Namen."

Dat laatste is de sleutel tot succes volgens Impens. "Het citymarketingmodel van de cross in Namen is de toekomst", stelt hij. "Met Golazo zijn we voor de UCI een voorstel aan het uitwerken voor een reorganisatie van de wereldbeker. Buiten Vlaanderen moet je de cross naar het volk brengen in plaats van te hopen dat er volk naar de cross komt. Daarom moet de wereldbeker naar de steden trekken, waar sport, cultuur en toerisme elkaar vinden. Je moet mensen ertoe aanzetten een citytrip van een weekend te maken, waarbij de cross dan het hoogtepunt van hun zondag vormt."

(BVC)

Het gaat inmiddels om de vijfde editie, maar nog steeds voelen de meeste Walen weinig of niets voor het oer-Vlaamse veldrijden. Van de circa 3000 betalende toeschouwers die de vorige keren naar Namen kwamen afgezakt, waren vier op de vijf Vlaming. Ook zondag zal de voertaal op de Citadel weer Nederlands zijn. De kijkcijfers bevestigen de communautaire verhoudingen. Namen moest het vorig jaar op de RTBf stellen met een marktaandeel van 6,1 procent (circa 64.000 kijkers): slechts een tiende van het gemiddelde aandeel van een veldrit op de VRT.ToerismeHet belet niet dat de organisatoren heel positief spreken over hun Waalse troetelkind. De leefbaarheid van de veldrit in Namen hangt gelukkig niet af van de populariteit van de sport in Wallonië. "De organisatie staat of valt ook niet met de ticketverkoop", verklaart Christophe Impens, directeur bij Golazo Sports. "We hebben belangrijker inkomstenbronnen. Om te beginnen is er de financiële steun van de stad, de provincie en het Waalse gewest. Namen is een van de weinige crossen in België die ook toerisme met zich meebrengen. Er zijn heel veel Vlamingen die al van de zaterdag komen en er een weekend van maken. De horeca vaart er wel bij en dat is precies wat de lokale overheden verlangen."Ook worden er ieder jaar meer vippakketten verkocht. Zondag verwacht men 800 vips op de Citadel: een vergelijkbaar aantal met dat van de meeste veldritten in Vlaanderen. Ten slotte kan Golazo terugvallen op een ruime sponsorvloot. "Het gaat stuk voor stuk om bedrijven die actief zijn in heel het land", zegt Impens. "Namen is de enige veldrit buiten de kampioenschappen die de RTBf rechtstreeks op het scherm brengt. Onze sponsors vinden die zichtbaarheid belangrijk. Ook krijgen ze zondag een unieke gelegenheid om eens hun Waalse klanten, medewerkers en zakenrelaties op Waals grondgebied uit te nodigen." CitymarketingDe organisatie op de Citadel, waar een kostenplaatje van 290.000 euro aan vasthangt, is een van de zeventien veldritten in de portefeuille van Golazo. "Qua rendement is Namen een goeie middenmoter", vertelt Impens. "De wedstrijd is winstgevend en wordt hoegenaamd niet in vraag gesteld. Integendeel, volgend jaar beginnen we met een tweede veldrit in Wallonië." Golazo gaat daarvoor in zee met Marc Duquesnoy, organisator van de cross in Dottenijs, de enige andere veldrit in Wallonië. "We hebben voor deze wedstrijd een nieuwe locatie op het oog, niet langer in Henegouwen", zegt Impens. "We willen hem onderbrengen in een regelmatigheidscriterium of in de Soudal Classics en hebben een even episch decor in gedachten als dat op de Citadel van Namen."Dat laatste is de sleutel tot succes volgens Impens. "Het citymarketingmodel van de cross in Namen is de toekomst", stelt hij. "Met Golazo zijn we voor de UCI een voorstel aan het uitwerken voor een reorganisatie van de wereldbeker. Buiten Vlaanderen moet je de cross naar het volk brengen in plaats van te hopen dat er volk naar de cross komt. Daarom moet de wereldbeker naar de steden trekken, waar sport, cultuur en toerisme elkaar vinden. Je moet mensen ertoe aanzetten een citytrip van een weekend te maken, waarbij de cross dan het hoogtepunt van hun zondag vormt."(BVC)