Chris Froome was al goed, maar dit jaar grijpt de wielrenner van Team Sky zelfs pelotonsprintjes in de Tour de France aan om zijn overmacht te tonen. Schaatser Sven Kramer is ook zo'n type, ook al wordt het verschil met zijn concurrentie kleiner. Erg lang is de lijst niet van met kop en schouders boven de rest uitstekende winnaars. Natuurlijk, ook Usain Bolt staat erop.

Het wordt steeds duidelijker dat in alle traditionele sporten de onderlinge verschillen aan de top in de loop der jaren kleiner zijn geworden. De Amerikaanse erfelijkheidsbioloog Stephen Jay Gould ontdekte dit fenomeen als eerste. Volgens hem worden niet alleen de onderlinge verschillen aan de top kleiner en kleiner, ook worden uitschieters aan de bovenkant zeldzamer en de concurrentie zal steeds sneller de uitschieters inhalen. Om een goed beeld te krijgen van de huidige prestatiemetingscrisis zou iedere serieuze sportverslaggever kennis moeten nemen van de hypothese van Gould.

Gooi alle bloedmonsters weg na de huldiging in Parijs

Froome, Bolt en Kramer zijn zulke uitschieters en ze zijn schaars. In het huidige dopingtijdperk zijn uitschieters evenwel onmiddellijk verdacht. De op populisme drijvende pers springt er bovenop en baart, zoals Froome het formuleert, zijn eigen gekken. Zelfs de serieuze Nederlandse media doen mee aan de stemmingmakerij. Gelukkig dringt het volk zich massaal tegen de dranghekken voor een glimp van de geelgetooide Froome.

Barbertje

Ondertussen loopt de Franse pers voorop in haar afgunst, beschimpen en verdachtmaken. Barbertje Froome zal hangen, ook al doen de laboratoria er acht jaar over om hem te betrappen. Na zijn huldiging komend weekend zal de speurtocht doorgaan. Ook al heeft hij de krans, zelfs een picogrammetje verboden spul zal hem de kop kosten. Kan het gekker? Eigenlijk niet.

Het lijkt me tijd te stoppen met twee dingen: 1. Het geleuter over het 'nieuwe wielrennen'. 2. Het straffen van spelregelzondaars ná de prijsuitreiking. Er is niks nieuws aan de mentaliteit van topsporters, ook niet aan die van de Tourrenners onder de Franse zon.

Topsporters zijn nauwelijks gericht op het maximaal naleven van spelregels, voor hen geldt: niet gepakt is niet gezondigd. En spelregels zijn er voor het spel; ze gelden tijdens de wedstrijd of het toernooi, niet daarbuiten. Voor de meeste spelregelovertredingen word je buiten de arena niet gestraft. Met een picogram clenbuterol in je bloed ga je niet de bak in. Maar als je niet gepakt wordt in de wedstrijd is toch de kous af?

Roddelmedia

Naar spelregelovertredingen speuren na de huldigingen en de volksliederen is volstrekt onlogisch. Waarom Contador huldigen en hem tegelijkertijd verdenken van valsspel? Huldig hem dan als hij van alle verdenkingen is ontdaan!

De conclusie is even simpel als duidelijk: stop met alle controles na de prijsuitreiking: alle bloedmonsters kunnen na de huldiging de prullemand in. Regels, ook dopingregels, die niet voor de prijsuitreiking kunnen worden gecontroleerd, weg ermee! Alleen die regels, inclusief dopingregels, die tijdens de wedstrijd kunnen worden gecheckt, zijn geschikt als spelregel.

Zolang de wetenschap niet in staat is om binnen de speeltijd van de wedstrijd de analyse van een middel te voltooien, dan hoort dat middel niet thuis op de lijst van verboden middelen, hoe graag velen dat middel ook zouden willen verbieden.

Grote verschillen met de concurrentie zijn schaars en zullen steeds schaarser worden. Maar ze blijven gelukkig voorkomen. Ik mag hopen dat alleen de roddelmedia die uitzonderlijke talenten blijven beschimpen en verdacht maken. Froome, Bold en Kramer zijn mijn helden.

Gerard Sierksma is hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Groningen, gespecialiseerd in sportstatistiek. Dit opiniestuk verscheen eerder in de Nederlandse krant Trouw.