De mini-mini-versie van Parijs-Roubaix, de opener van het wielerseizoen in Wallonië, kende een vroege vlucht met zes renners bij wie drie landgenoten: Kasper Saver, Jente Boons en Sander Lemmens. Verder waren ook Sam Welsford, Samuel Leroux en Nickolas Zukowsky van de partij. Het peloton gunde hen nooit echt veel voorsprong, maximaal vier minuten, ze wilden de kasseistroken immers met niet te veel achterstand aanvatten.

Massale valpartij

Op 93 km van het eind werd het peloton opgeschrikt door een massale valpartij, waarbij ook Florian Vermeersch tegen de grond lag. Hij zette z'n tocht door, net zoals alle anderen die ten val kwamen. Rune Herregodts en Stijn Daemen gingen niet veel later in de tegenaanval, maar zonder succes. Ze maakten de aansluiting niet.

Uiteindelijk werden de laatste vluchters opgeraapt op 44 km en en zou het peloton enkele kilometers verder volledig uit elkaar spatten na een aanval van eerst Stan Dewulf, waarna Oliver Naesen bergop leidde en het kaf van het koren scheidde op de Côte de la Roquette. Hij kreeg heel wat renners met zich mee: onder meer Campenaerts, voorts Trentin, verder nog Florian Vermeersch, Stan Dewulf, Dries De Bondt, Dries Van Gestel, Tim Merlier, winnaar van vorig jaar, een groep van 19.

Lekke band voor Naesen

Vooraan viel Naesen terug na een lekke band en keerde hij niet meer terug in de kopgroep waar Campenaerts nog eens aan de boom schudde. Finaal reden ze met acht richting de finish: Trentin en Hofstetter als buitenlanders, voorts zes Belgen: Vliegen, De Bondt, Dewulf, Van Lerberghe, Campenaerts en Van Gestel.

Met 30 seconden doken ze de laatste 5 km in, het peloton zou wellicht te laat komen. Aanvallen bleven uit op de laatste kasseistrook, de koplopers keken naar elkaar, plots kwam het peloton snel dichter en het was uiteindelijk De Bondt die als eerste een aanval lanceerde op 1 km. Campenaerts counterde waarna Dewulf even probeerde, maar zonder succes. Er werd gesprint en het was Trentin die zich de snelste toonde.

De mini-mini-versie van Parijs-Roubaix, de opener van het wielerseizoen in Wallonië, kende een vroege vlucht met zes renners bij wie drie landgenoten: Kasper Saver, Jente Boons en Sander Lemmens. Verder waren ook Sam Welsford, Samuel Leroux en Nickolas Zukowsky van de partij. Het peloton gunde hen nooit echt veel voorsprong, maximaal vier minuten, ze wilden de kasseistroken immers met niet te veel achterstand aanvatten. Op 93 km van het eind werd het peloton opgeschrikt door een massale valpartij, waarbij ook Florian Vermeersch tegen de grond lag. Hij zette z'n tocht door, net zoals alle anderen die ten val kwamen. Rune Herregodts en Stijn Daemen gingen niet veel later in de tegenaanval, maar zonder succes. Ze maakten de aansluiting niet. Uiteindelijk werden de laatste vluchters opgeraapt op 44 km en en zou het peloton enkele kilometers verder volledig uit elkaar spatten na een aanval van eerst Stan Dewulf, waarna Oliver Naesen bergop leidde en het kaf van het koren scheidde op de Côte de la Roquette. Hij kreeg heel wat renners met zich mee: onder meer Campenaerts, voorts Trentin, verder nog Florian Vermeersch, Stan Dewulf, Dries De Bondt, Dries Van Gestel, Tim Merlier, winnaar van vorig jaar, een groep van 19. Vooraan viel Naesen terug na een lekke band en keerde hij niet meer terug in de kopgroep waar Campenaerts nog eens aan de boom schudde. Finaal reden ze met acht richting de finish: Trentin en Hofstetter als buitenlanders, voorts zes Belgen: Vliegen, De Bondt, Dewulf, Van Lerberghe, Campenaerts en Van Gestel. Met 30 seconden doken ze de laatste 5 km in, het peloton zou wellicht te laat komen. Aanvallen bleven uit op de laatste kasseistrook, de koplopers keken naar elkaar, plots kwam het peloton snel dichter en het was uiteindelijk De Bondt die als eerste een aanval lanceerde op 1 km. Campenaerts counterde waarna Dewulf even probeerde, maar zonder succes. Er werd gesprint en het was Trentin die zich de snelste toonde.