Twee weken had hij het roze gedragen, tot Tom Dumoulin die in de 19e etappe kwijtraakte. Maar dat hij het leidersshirt op de laatste dag die weer zou heroveren, daar leek weinig twijfel over te bestaan.
...

Twee weken had hij het roze gedragen, tot Tom Dumoulin die in de 19e etappe kwijtraakte. Maar dat hij het leidersshirt op de laatste dag die weer zou heroveren, daar leek weinig twijfel over te bestaan. Als vierde, met 53 seconden achterstand op leider Nairo Quintana, zou hij die kloof zonder probleem uitwissen in de 29 kilometer lange chronorace naar Milaan. Om zo ook over Vincenzo Nibali en Thibaut Pinot te springen.En dat deed hij dan ook, de Nederlander had uiteindelijk 1 minuut en 24 seconden voorsprong op de Colombiaan. Relatief beperkt in vergelijking met de schade die Quintana opliep in de eerste tijdrit (2,9 vs 4,3 seconden per kilometer), maar ruim voldoende om met 31 seconden voorsprong zijn eerste grote ronde te winnen, als eerste Hollander sinds Joop Zoetemelk in de Tour van 1980.Met zijn tijdrit maakte Dumoulin ook een nooit geziene sprong in het klassement van een grote ronde: nooit voordien, niet in de Giro, niet in de Tour of Vuelta, klom een renner op de laatste dag op van plaats vier naar één. Drie renners jumpten twee plaatsjes vooruit: José Pesarrodona in de Vuelta van 1976 (na een tijdrit van 32 kilometer verloor Hennie Kuiper toen de leiderstrui), Jan Janssen in de Tour van 1968 (na een tijdrit van 55,2 kilometer waarin Herman Vanspringel het geel in extremis kwijtraakte) en Jean Robic in de Tour van 1947 (na een rit in lijn van 257 kilometer naar Parijs, waarin hij le maillot jaune afsnoepte van Pierre Brambilla).De vlinder van Maastricht vloog dus nog een plaatsje verder. Het maakt zijn prestatie nog gedenkwaardiger, al was het - gezien zijn tijdrijderscapaciteiten en het feit dat de top vier voor de laatste tijdrit zo dicht op elkaar geplakt zaten - ook de logica zelve.