Dit verhaal van Harm Ottenbros is een hoofdstuk uit het boek 'Het WK wielrennen - 100 sterke verhalen over de regenboogtrui' van Patrick Cornillie.
...

Het gebeurt tijdens De Fiets van Pavlov, een talkshow op de VRT, uitgezonden in aanloop naar het WK van 2002 op het Circuit Zolder. Te gast bij presentator Mark Uytterhoeven zijn Harm Ottenbros en Julien Stevens. Drieëndertig jaar eerder spurtten beide wielrenners op datzelfde racecircuit zij aan zij voor de wereldtitel. Het verschil was nipt. Zo nipt dat de tweede toen net zo goed de regenboogtrui verdiende, vindt wereldkampioen Ottenbros. En dus knipt hij, voor de tv-camera's, zijn enige echte WK-trui middendoor en overhandigt de helft aan een verbouwereerde Stevens... Wie de beelden ziet, stelt zich de vraag: wat voor een mafkees is dat? Zijn regenboogtrui in stukken knippen. De originele nog wel! Daar willen verzamelaars diep voor in de beugel tasten, daarvoor lopen medewerkers van wielermusea zich de benen van het lijf. En nu maakt de verrassende wereldkampioen van 1969 dat authentieke stukje wielererfgoed zomaar kapot. Is die Ottenbros gek? Feit is in elk geval dat de Nederlander aan zijn regenboogtrui niet veel plezier heeft beleefd. Zogeheten kenners noemen zijn zege 'gewoon mazzel', een gelukje. Zijn hele wielercarrière lang wordt hem nagedragen dat hij een onterechte wereldkampioen is. En zelf wilde hij alleen maar 'lekker fietsen', zeker geen vedette worden. Laat een zaak duidelijk zijn: Harm Ottenbros (Alkmaar, 27 juni 1943) is in 1969 helemaal niet de prutser voor wie hij (achteraf) wordt versleten. Weliswaar geen topper, maar een simpele kermiscoureur? Neen, dat nu ook weer niet. Anders pik je in de Ronde van België geen ritzege noch de puntentrui mee, finish je niet als zevende in Gent-Wevelgem en rijd je evenmin de Vuelta en de Tour uit. De legendarische Tour van Merckx nog wel. Daarin is Ottenbros trouwens twee keer mee in een beslissende vlucht en - als relatief snelle spurter - dicht bij etappewinst. In Bordeaux komt hij echter te vroeg op kop en wordt hij alsnog geklopt door Barry Hoban. De voorlaatste dag, op de piste van Montargis, is het dan weer Herman Vanspringel die hem te slim af is. Jammer. Want stel dat hij wel een of beide van die Touretappes had gewonnen, dan zouden de media hem daarna in Zolder ongetwijfeld ietsje serieuzer hebben genomen. Op zondag 10 augustus 1969 staat Harm Ottenbros echter als een nobody aan de start van het WK en wordt met hem absoluut geen rekening gehouden. Het is de hele dag drukkend heet en door het vlakke profiel van het parcours wordt Zolder 1969 een van de saaiste wereldkampioenschappen ooit. Halfweg de wedstrijd rijdt een kopgroep van zestien voorop waarin zeven landen zijn vertegenwoordigd. Wie wil nog achtervolgen? Zeker niet Rik Van Looy. Eddy Merckx dan? Neen. De 'oude' en de 'jonge' gunnen elkaar de zege niet. De toeschouwers kunnen zo'n koersverloop niet smaken. Als blijkt dat ook de thuisrenners voorin - Walter Godefroot en Roger De Vlaeminck - elkaar de duivel aandoen, laten ze hun ergernis duidelijk horen. Van de koude oorlog in het Belgische kamp profiteren twee outsiders: Julien Stevens en de voor velen totaal onbekende Nederlander Harm Ottenbros. Toeval of niet, in het dagelijkse leven is eerstgenoemde teamgenoot van Merckx bij Faema, Ottenbros rijdt voor Willem II-Gazelle, de ploeg van... Van Looy. Met nog 30 kilometer voor de boeg gaat het tweetal ervandoor. Tot hun beider verrassing blijven ze voorin. De eindspurt wordt een thriller. Wie zal wie de kop opdringen? Het duo heeft zoveel voorsprong dat er tijd is voor een heuse surplace. Uiteindelijk gaat Stevens als eerste aan. Hij lijkt het te zullen halen, maar Ottenbros komt beetje bij beetje naast hem. Een ultieme jump beslist. De Nederlander wint, het verschil bedraagt niet eens 20 centimeter. Het had een Belgisch feestje moeten worden, daar in Zolder, maar het draait uit op een afknapper - een Belgenmop zowaar. Harm Ottenbros wint er een wedstrijd die hij kennelijk niet had mogen winnen. De wielerwereld noemt het een blamage voor de erelijst. Vreemd alweer, want wat is er nu tegen iemand die de hele dag voorin heeft gestreden en het ook nog eens afmaakt? Julien Stevens zal het in voornoemd tv-programma overigens toegeven: 'Harm heeft die titel absoluut niet gestolen.' Ottenbros zelf kijkt er op eenzelfde manier op terug. 'Ik was die dag toevallig wel de sterkste. Of dacht je dat ik de 92 overige renners heb omgekocht? Reken maar dat ze allemaal even graag wereldkampioen wilden worden.' Ottenbros wereldkampioen: de kranten hebben het over een misplaatste winnaar. En de ouwe Jacques Anquetil zegt onomwonden wat iedereen in het peloton denkt: 'Persoonlijk heb ik niets tegen die jongen, maar het is toch te gek om los te lopen dat zo iemand als Ottenbros een jaar lang in de regenboogtrui mag rijden?' De Nederlander vindt het al snel niet meer leuk om dat shirt aan te trekken. 'Het verhaal was simpel: ik was als wereldkampioen te klein. Letterlijk en figuurlijk. Het is allemaal achterafgepraat natuurlijk, maar ik snap nu ook wel dat ik toen een klotewinnaar was.' Harm Ottenbros, in 1969 26 jaar jong, staat er onwennig bij, op het hoogste trapje van het WK-podium. Hoe ga je om met zo'n onverwachte regenboogtrui? Plots ben je wereldkampioen, sta je in het middelpunt van de belangstelling, ben je een beroemdheid. En dat laatste wil de Nederlander helemaal niet zijn. Maar er is geen weg terug. Met de heldenverering in zijn woonplaats Hoogerheide heeft hij moeite. Daarna komen er lucratieve contracten voor zesdaagsen, maar die blijken een vergiftigd geschenk. Als onervaren baanrenner wordt hij openlijk te kakken gezet door Peter Post, het opperhoofd van het circuit. Zijn tegenstrijdige gevoelens zal Ottenbros later kernachtig omschrijven: 'Ik was er helemaal niet klaar voor. Er komt iets op je af wat je niet aankan.' De collega-coureurs en wielerbonzen, journalisten en supporters moeten niets hebben van een kleine kampioen. Her en der fluit het publiek hem uit. Op de koop toe doet Ottenbros in die dagen een aantal uitspraken die nogal verkeerd uitpakken. Zoals deze, die bij veel tenoren in het verkeerde keelgat schiet: 'Niet ik heb het wielrennen in Zolder belachelijk gemaakt, maar wel de vedetten zelf.' Of nog: 'Ik denk dat ik van de winnaars van na de oorlog de enige wereldkampioen ben die 'naturel' is.' Met dergelijke opmerkingen maakt Ottenbros zich in het peloton natuurlijk niet populair. Meegaan in een ontsnapping wordt hem niet meer gegund. Sommige coureurs gaan hem te pas en te onpas kleineren. Niet alleen daardoor draait het daaropvolgende wegseizoen voor Ottenbros uit op een miskleun. In de Ronde van Andalusië dondert hij in een ravijn. Na een val fietst hij in de Ronde van Vlaanderen de hele finale met een gebroken pols. Hij sluit 1970 af met een bescheiden zege: een ritje in de Ronde van Luxemburg. Weinig voor een wereldkampioen. Veel te weinig. 'Alles zat tegen. Ik raakte geblesseerd en tegelijk reed het hele peloton tegen me. Ik moest maar even laten zien dat ik een waardige kampioen was. Nee, ik was niet rouwig toen ik die trui moest inleveren. Kon ik tenminste weer anoniem mijn rondjes rijden. Maar het oude gevoel is helaas nooit helemaal teruggekeerd.' Uitgerekend tijdens het jaar in de regenboogtrui beleeft Harm Ottenbros dus het absolute dieptepunt in zijn wielerloopbaan. Bovendien krijgt hij te kampen met een raadselachtige darmkwaal. In 1971 komt hij niet verder dan twee zeges in kermiskoersjes. Aangezien de resultaten tegenvallen, laten ook de Nederlandse wielerfans hem als een baksteen vallen. Bij Gazelle krijgt hij geen nieuw contract meer. De jaren erna raakt Ottenbros verzeild in bescheiden ploegjes: Wybert-Lakerol en Kela Tapijt. Even wordt beterschap verwacht als hij voor Frisol gaat fietsen, de ploeg van kopman Hennie Kuiper en zijn lijfknecht José De Cauwer. Maar ook dan wint hij slechts wat kermiskoersen. De rek is eruit, Harm Ottenbros heeft er schoon genoeg van. De ellende is begonnen de dag dat hij wereldkampioen werd, zeven jaar later stopt hij zwaar gedesillusioneerd met wielrennen. Coureurs hangen hun fiets dan spreekwoordelijk aan de wilgen. Ottenbros doet het anders. Samen met Gerrie Knetemann fietst hij naar de vijf kilometer lange Zeelandbrug, die Noord-Beveland met Schouwen-Duiveland verbindt. Hij houdt halverwege halt en werpt zijn fiets de Oosterschelde in. De symbolische daad wordt in beeld gebracht in het VPRO-programma Het Gat van Nederland. Op de stang van de tweewieler van Knetemann laat Ottenbros zich naar huis brengen, weg van de wielrennerij. Geen enkele renner is klaar voor het echte leven, zo luidt het, en Ottenbros zal dat alleen maar beamen. De tijd die volgt, is niet zo fraai. De Nederlander laat zijn haren en baard groeien, koopt een motor en zwerft van hot naar her. Hij experimenteert even met drugs, woont in een kraakpand en ziet zijn huwelijk spaak lopen. Harm Ottenbros is 'zoekende', zeg maar. Twee jaar lang. 'Ik had eindelijk de tijd om mezelf te ontdekken. Op de fiets was het daar niet van gekomen.' Hij wordt kunstenaar. En opvoeder bij mensen met een verstandelijke beperking. De persoonlijke band die hij met hen opbouwt, is heel authentiek en eerlijk; precies dat is wat hij hoopte te vinden. 'Ik wou altijd al iets doen in de zorg. Eindelijk ben ik mens geworden, daarvoor was ik wielrenner.' De ongewenste wereldkampioen van Zolder is 'ter bestemming' en trekt zich terug in de anonimiteit. Hij houdt van zijn werk en van zijn tweede leven, speelt elf jaar in de badmintoncompetitie en wil helemaal niets meer met wielrennen te maken hebben. Tot hij op een keer Jan Janssen ontmoet. 'Je kunt altijd negatief blijven denken over de koers, zei die, maar je hebt er ook veel aan te danken. Hij had gelijk. Nu verfoei ik Zolder niet meer. Ik ben trots op die titel. Hij staat in de boeken en die dag was ik ook gewoon de beste. Die dag was ik de wereldkampioen.' Weliswaar wil Harm Ottenbros nog een klus klaren. Pas dan zal hij helemaal in het reine zijn met zichzelf. Hij heeft nog altijd te doen met Julien Stevens, de renner die hij in het WK luttele centimeters achter zich liet. In 2002 wordt de titelstrijd opnieuw in Zolder betwist. Tijdens een tv-uitzending voorafgaand aan dat WK ontmoet hij zijn vroegere medevluchter. De regenboogtrui van toen heeft hij bij zich. En een schaar...