Veel nostalgische verhalen zijn er dezer dagen opgerakeld over de Ronde van Vlaanderen, vergeelde herinneringen aan een glorieuze wielerwedstrijd die vandaag weer moest worden gereden. De geschiedenis van de Ronde van Vlaanderen leest als een roman. Met prachtige story's. En hoe dieper je in het verleden duikt, hoe sterker de nummers die werden opgevoerd, hoe onwaarschijnlijker de anekdotes.

Zoals die van de West-Vlaming Ritten Van Lerberghe die in 1919 de eerste Ronde van Vlaanderen na de Eerste Wereldoorlog won. Toen hij aan de start verscheen, bleek hij thuis zijn fiets vergeten te hebben. Waarna hij snel een fiets van zijn schoonbroer leende en brulde dat hij iedereen dood ging rijden.

Van Lerberghe ontsnapte op 120 kilometer van de meet en stopte in volle finale in een café om twee pinten te drinken. Toen hij op de wielerbaan van Gentbrugge arriveerde, maakte hij eerst nog een praatje met een toeschouwer, alvorens de laatste honderden meters af te leggen. En hij riep de mensen toe dat ze het best naar huis konden gaan. Omdat hij toch een halve dag voorop lag.

Een andere West-Vlaming, Paul Deman, was in 1913 de eerste winnaar van de Ronde van Vlaanderen, toen gereden over een afstand van 370 kilometer. De in Rekkem, pal bij de Franse grens, opgegroeide Deman sprak uitstekend Frans, wat niet goed moet aangekomen zijn bij de op-en-top Vlaamsgezinde organisator Karel Van Wijnendaele.

Deman zegevierde na een incidentrijke spurt. Met zes renners waren ze de piste van Mariakerke binnen gedoken. Twee van hen deden dat op zo'n enthousiaste manier dat ze de bocht misten en in de vijver werden geslingerd. In die chaos haalde Paul Deman het gemakkelijk.

De Eerste Wereldoorlog onderbrak vervolgens zijn carrière. Daarin stelde Deman zijn rennerskwaliteiten ten dienste van de vrede. Met de fiets smokkelde hij in een gouden tand geheime spionageberichten naar de geallieerden en werd bij zijn vijftiende overtocht, anderhalve maand voor de wapenstilstand, gesnapt. Deman werd veroordeeld tot de dood met de kogel, maar ontliep de executie omdat zijn kamp op de dag van de terechtstelling werd bevrijd.

Zo had iedere wedstrijd zijn eigen verhaal. Zoals dat van Marcel Buysse bijvoorbeeld die in 1914 won en aanvankelijk van zijn sportdirecteur startverbod kreeg omdat hij de bloemetjes had buitengezet. Uiteindelijk vertrok Buysse, die eigenlijk pater wilde worden, toch. Hij won en stuurde na zijn zege meteen een rouwtelegram naar zijn ploegleider.

Vlaamse jongens waren het die zich in de Ronde van Vlaanderen doorzetten, tot 1949 was de Zwitser Henri Sutter de enige buitenlander die, in 1923, dit wielermonument won. Maar toen kreeg de wedstrijd een steeds internationaler karakter en begon de Italiaan Fiorenzi Magni aan een drieluik. Het jaar nadat de meest echte flandrien, Briek Schotte, deze wedstrijd voor de tweede keer had gewonnen. Schotte reed Vlaanderens Mooiste liefst twintig keer. Naast twee overwinningen werd hij twee keer tweede en viermaal derde.

Schotte was een harde werker, geboetseerd in regen en wind. Geen renner die het woord afzien beter symboliseerde dan hij. Schotte en de Ronde van Vlaanderen hoorden bij elkaar. Opmerkelijk was het dat hij stierf op de dag dat de klassieker werd gereden. Het bericht van zijn dood bereikte de karavaan toen die in de nabijheid van zijn geboortedorp Kanegem kwam.

Dat was gisteren, 4 april, zestien jaar geleden.

Veel nostalgische verhalen zijn er dezer dagen opgerakeld over de Ronde van Vlaanderen, vergeelde herinneringen aan een glorieuze wielerwedstrijd die vandaag weer moest worden gereden. De geschiedenis van de Ronde van Vlaanderen leest als een roman. Met prachtige story's. En hoe dieper je in het verleden duikt, hoe sterker de nummers die werden opgevoerd, hoe onwaarschijnlijker de anekdotes.Zoals die van de West-Vlaming Ritten Van Lerberghe die in 1919 de eerste Ronde van Vlaanderen na de Eerste Wereldoorlog won. Toen hij aan de start verscheen, bleek hij thuis zijn fiets vergeten te hebben. Waarna hij snel een fiets van zijn schoonbroer leende en brulde dat hij iedereen dood ging rijden. Van Lerberghe ontsnapte op 120 kilometer van de meet en stopte in volle finale in een café om twee pinten te drinken. Toen hij op de wielerbaan van Gentbrugge arriveerde, maakte hij eerst nog een praatje met een toeschouwer, alvorens de laatste honderden meters af te leggen. En hij riep de mensen toe dat ze het best naar huis konden gaan. Omdat hij toch een halve dag voorop lag.Een andere West-Vlaming, Paul Deman, was in 1913 de eerste winnaar van de Ronde van Vlaanderen, toen gereden over een afstand van 370 kilometer. De in Rekkem, pal bij de Franse grens, opgegroeide Deman sprak uitstekend Frans, wat niet goed moet aangekomen zijn bij de op-en-top Vlaamsgezinde organisator Karel Van Wijnendaele. Deman zegevierde na een incidentrijke spurt. Met zes renners waren ze de piste van Mariakerke binnen gedoken. Twee van hen deden dat op zo'n enthousiaste manier dat ze de bocht misten en in de vijver werden geslingerd. In die chaos haalde Paul Deman het gemakkelijk. De Eerste Wereldoorlog onderbrak vervolgens zijn carrière. Daarin stelde Deman zijn rennerskwaliteiten ten dienste van de vrede. Met de fiets smokkelde hij in een gouden tand geheime spionageberichten naar de geallieerden en werd bij zijn vijftiende overtocht, anderhalve maand voor de wapenstilstand, gesnapt. Deman werd veroordeeld tot de dood met de kogel, maar ontliep de executie omdat zijn kamp op de dag van de terechtstelling werd bevrijd.Zo had iedere wedstrijd zijn eigen verhaal. Zoals dat van Marcel Buysse bijvoorbeeld die in 1914 won en aanvankelijk van zijn sportdirecteur startverbod kreeg omdat hij de bloemetjes had buitengezet. Uiteindelijk vertrok Buysse, die eigenlijk pater wilde worden, toch. Hij won en stuurde na zijn zege meteen een rouwtelegram naar zijn ploegleider.Vlaamse jongens waren het die zich in de Ronde van Vlaanderen doorzetten, tot 1949 was de Zwitser Henri Sutter de enige buitenlander die, in 1923, dit wielermonument won. Maar toen kreeg de wedstrijd een steeds internationaler karakter en begon de Italiaan Fiorenzi Magni aan een drieluik. Het jaar nadat de meest echte flandrien, Briek Schotte, deze wedstrijd voor de tweede keer had gewonnen. Schotte reed Vlaanderens Mooiste liefst twintig keer. Naast twee overwinningen werd hij twee keer tweede en viermaal derde. Schotte was een harde werker, geboetseerd in regen en wind. Geen renner die het woord afzien beter symboliseerde dan hij. Schotte en de Ronde van Vlaanderen hoorden bij elkaar. Opmerkelijk was het dat hij stierf op de dag dat de klassieker werd gereden. Het bericht van zijn dood bereikte de karavaan toen die in de nabijheid van zijn geboortedorp Kanegem kwam.Dat was gisteren, 4 april, zestien jaar geleden.