Remco Evenepoel had in 2018, in zijn tweede seizoen als junior (en pas zijn tweede als renner), op het nationale en internationale toneel al hoge ogen gegooid. Met vaak lange winnende solo's van tientallen kilometers en voorsprongen van meerdere minuten.
...

Remco Evenepoel had in 2018, in zijn tweede seizoen als junior (en pas zijn tweede als renner), op het nationale en internationale toneel al hoge ogen gegooid. Met vaak lange winnende solo's van tientallen kilometers en voorsprongen van meerdere minuten.Maar wat hij op 15 juli 2018 neerzette in het Tsjechische Brno, was misschien wel zijn strafste prestatie van dat jaar. Nadat de Schepdaalnaar eerder op de week Europees kampioen tijdrijden was geworden voor zijn landgenoot Ilan Van Wilder (een Belgische dubbelslag bij de junioren, zoals ook afgelopen woensdag in Trento met Alec Segaert en Cian Uijtdebroeks) veroverde hij ook de Europese wegtitel door zijn concurrenten tot figuranten te degraderen.Al na een viertal kilometer zette Evenepoel zich op de helling op de omloop in Brno op kop, met het idee om met een groep van vijf, zes renners weg te rijden. Alleen de Spanjaard Carlos Rodríguez (nu een veelbelovende prof bij Team INEOS) kon volgen.De Belg en de Spanjaard namen snel een halve minuut, maar omdat Rodríguez niet wilde meerijden, besliste Evenepoel in samenspraak met bondscoach Carlo Bomans hem achter te laten.De Vlaams-Brabander begon zo aan een solo van ruim 100 kilometer en finishte uiteindelijk na een koers van 118 kilometer met een gigantische voorsprong van... 9 minuten en 44 seconden op de Zwitser Alexandre Balmer en op Carlos Rodríguez. 'Zo'n grote voorsprong. Eerlijk gezegd snap ik niet hoe het mogelijk is, ik kan het zelf niet uitleggen', lachte de Europese juniorenkampioen na de aankomst.Toch is die voorsprong van 9 minuten en 44 seconden geen persoonlijk record. Twee maanden later, op 16 september 2018, reed Evenepoel in de Memorial Arthur Morlighem van Leuze-en-Hainaut, immers 10 minuten en 5 seconden eerder over de finishlijn dan Lucien Snoeks, na een solo van een kleine 50 kilometer. Met die nuance dat dat een kermiskoers was met amper 22 deelnemers, en dus veel minder sterk bezet dan het EK.Voor Evenepoel was die wedstrijd niet meer dan een training in aanloop naar het WK in Innsbruck, waar hij weer een dubbel neerzette: wereldkampioen in het tijdrijden én op de weg. In de wegrace met een voorsprong van 'slechts' 1 minuut en 25 seconden op Marius Mayrhofer. Maar wel nadat hij eerder in de wedstrijd gevallen was, vele minuten moest goedmaken, om uiteindelijk het hele peloton op te rollen en richting regenboogtrui te stormen. Een al even indrukwekkende prestatie als op het EK.In Trento deze week (donderdag en zondag) weer twee zulke nummers opvoeren, wordt echter veel minder vanzelfsprekend. Want de tegenstand is niet min: donderdag in de tijdrit toppers als wereldkampioen Filippo Ganna, titelverdediger Stefan Küng en de tijdritwinnaar in de jongste BeneluxTour Stefan Bisseger. En zondag in de wegrit een zeer sterke Franse ploeg, en vooral Italiaanse thuisploeg met de in bloedvorm verkerende Sonny Colbrelli.En niet te vergeten, ook dat andere grote supertalent: tweevoudig Tourwinnaar Tadej Pogacar. Na de Clásica San Sebastián in 2019 (die Evenepoel won en waar Pogacar opgaf), het WK van 2019 in Yorkskire (waar Evenepoel opgaf en Pogacar 18e werd) en de olympische wegrit van 2021 in Tokio (waar Evenepoel als 49e strandde en Pogacar brons veroverde), de vierde clash tussen de Belg en de Sloveen. Deze keer misschien een échte, aangezien Evenepoel, ondanks maagproblemen in de BeneluxTour, zijn topvorm te pakken heeft, en Pogacar na een rodatiekoers in Plouay stillaan ook weer richting piekconditie groeit, weliswaar met het WK als hoofddoel.Een ding is zeker: een solo van ruim 100 kilometer, met een voorsprong van tien minuten, zoals op de wegrit van het EK in Brno 2018, zal er deze keer niet inzitten. Wegens niet alleen de sterke tegenstand, maar ook een parcours dat niet in het voordeel is van de eenzame vluchter: in de laatste 100 kilometer weliswaar acht beklimmingen naar Povo, maar een zogenaamde 'loper' (3,6 km aan 'slechts' 4,7 procent) en op brede wegen, waar ploegen makkelijker kunnen achtervolgen en aansturen op een sprint op de Piazza Duomo in Trento.Zoals Italië, om Sonny Colbrelli naar de zege te lanceren.