Dit stuk verscheen op 10 maart 2021 op Sportmagazine.be.
...

'Wat me opvalt aan de sprint van Wout van Aert: hoe stil die zijn fiets houdt. Hoe hij al zijn kracht, al zijn energie gebruikt in een voorwaartse beweging.' Aldus sprak Karsten Kroon, de ex-renner/co-commentator op Eurosport, na de indrukwekkende zege van de Kempenaar in Lido di Camaiore. Een sprint waarin Van Aert, volgens de cijfers van Velon CC, over 13 seconden gemiddeld 1215 watt trapte en een piek haalde van 1445 watt, goed voor een gemiddelde snelheid van 71,5 kilometer per uur en een maximale speed van 72,6 kilometer per uur.Het sluit aan bij wat de Jumbo-Vismarenner zelf na de finish vertelde: dat hij na zijn eerste aanzet, waarin hij meteen een kloofje sloeg, zijn snelheid had kunnen aanhouden tot de finish. Waardoor Caleb Ewan, nochtans een specialist in 'uit het wiel komen', tekortschoot.Hoe slaagt Van Aert daarin, om zo'n constante snelheid te halen, én zo stil zijn fiets te houden, zoals Karsten Kroon opviel?Het begint bij zijn aanzet, en zijn capaciteiten als veldrijder (en dus ook geldend voor ene Mathieu van der Poel). Veldrijders hebben de gave om na een bocht snel op te trekken, goed balancerend over de modder en in het zand, spelend met hun lichaamszwaartepunt. Ze zetten daarbij de juiste hoeveelheid kracht over op hun pedalen, zonder dat hun achterwiel begint te slippen. Zoals een motorcrosser ook niet alle pk's van zijn motor moet aanwenden om door de modder of het zand te klieven.Het gaat om de juiste krachtoverzetting, met de juiste cadans en de juiste versnelling. Een kunst die van Aert als crosser perfect beheerst. Mede door zijn heel stevige rompspieren (die hij het hele jaar door onderhoudt met corestabilityoefeningen) kan hij heel stabiel op zijn fiets zitten. En ook bij maximale inspanningen en sprints op de weg met zijn stevig gespierde heupbuigers de juiste power op zijn pedalen plaatsen. Zonder krachtverlies én van bij de eerste meter, waardoor hij meteen een gat kan slaan.Explosiviteit waar Van Aert tijdens zijn jongste hoogtestage op Tenerife, ondanks zijn goed 58.000 overbrugde hoogtemeters, ook op is blijven trainen, met intensieve, korte intervallen. Wat vorig jaar al opviel bij zijn zeges in Milaan-Sanremo en in de Tour: tijdens zijn sprint houdt Van Aert zijn bovenlichaam heel compact, ellebogen slechts licht zijdelings gespreid. Terwijl je achter hem vaak een festival van krampachtig sprintende renners, zwiepende wielen en uitstekende ellebogen ziet. Ook Mathieu van der Poel beweegt zo veel meer met zijn bovenlichaam.'Die sprinthouding van Wout levert ongetwijfeld een aerodynamisch voordeel op', bevestigt professor Bert Blocken van de Technische Universiteit Eindhoven en de KU Leuven, bij wie de renners van Jumbo-Visma hun windtunneltesten laten uitvoeren.'Wout sprint zoals een tijdrijder: hij maakt zich qua horizontaal frontaal vlak met zijn armen en schouders compact, maar wel in een positie waarin hij maximale kracht kan ontwikkelen. Zo houdt hij de horizontale slipstream achter hem smal en ondervindt hij minder luchtweerstand. Het verschil tussen de overdruk vooraan en de zuigende onderdruk achter hem is zo immers beperkt.''Het voordeel ook van de sprintpositie van Caleb Ewan, die een heel lage vérticale slipstream heeft. Ewan kan zo over zijn stuur leunen omdat hij klein is (1m65), voor Wout is dat veel moeilijker met zijn 1m87.''Hij creëert met zijn compacte sprinthouding wel een voordeel ten opzichte van renners die van links naar rechts slingeren. Die verbreden zo het zog achter hen, maken zo hun slipstream breder, waardoor ze automatisch meer zuigkracht creëren en de luchtweerstand vergroten.'Nog een extra hulpmiddel, sinds dit jaar: de nieuwe Cervélofiets waarmee Wout van Aert rijdt bij Jumbo-Visma. Qua aerodynamica en krachtoverbrenging naar de pedalen nog beter dan zijn Bianchi van vorig jaar. Een van de factoren van zijn nipte sprintnederlaag in de Ronde van Vlaanderen, tegen Mathieu van der Poel en zijn Canyon.Ook wat dat betreft is de Kempenaar nu dus beter dan ooit gewapend.