Woensdag 23 april 2014. In een zonnig Bastenaken verschijnt Philippe Gilbert als topfavoriet aan de start van de 79e Waalse Pijl. Drie dagen tevoren heeft hij zijn derde Amstel Gold Race gewonnen, de Superman van 2011 lijkt er na twee mindere voorjaarscampagnes weer helemaal te staan. Op de Muur van Hoei wordt echter al snel duidelijk dat hij de verwachtingen niet kan inlossen. De Waalse publiekslieveling strandt op de tiende plaats, op vijftien seconden van sprintwinnaar Alejandro Valverde. Voor de Spanjaard zijn eerste Ardennensucces sinds zijn terugkeer uit twee jaar schorsing, een sanctie die (met terugwerkende kracht) was ingegaan op 1 januari 2010 voor zijn betrokkenheid in de zaak- Fuentes uit 2006.
...

Woensdag 23 april 2014. In een zonnig Bastenaken verschijnt Philippe Gilbert als topfavoriet aan de start van de 79e Waalse Pijl. Drie dagen tevoren heeft hij zijn derde Amstel Gold Race gewonnen, de Superman van 2011 lijkt er na twee mindere voorjaarscampagnes weer helemaal te staan. Op de Muur van Hoei wordt echter al snel duidelijk dat hij de verwachtingen niet kan inlossen. De Waalse publiekslieveling strandt op de tiende plaats, op vijftien seconden van sprintwinnaar Alejandro Valverde. Voor de Spanjaard zijn eerste Ardennensucces sinds zijn terugkeer uit twee jaar schorsing, een sanctie die (met terugwerkende kracht) was ingegaan op 1 januari 2010 voor zijn betrokkenheid in de zaak- Fuentes uit 2006. Tijdens zijn dopingban had Valverde moeten toekijken hoe eerst Gilbert zich ontpopte tot de nieuwe koning van de korte helling en vervolgens ook Joaquim Rodríguez en Daniel Moreno, nota bene voormalige adjudanten, hun winnende pijl afschoten in Hoei. Zijn overwinning in de 79e Waalse Pijl is meer dan symbolisch. Ze vormt voor de Murciaan de eerste hoeksteen van zijn herstelde koninkrijk der Ardennen. Vanaf 2014 zal Valverde zich onklopbaar tonen in La Flecha en behaalt hij in 2015 en 2017 zijn derde en vierde succes in Luik. De Valverde 2.0, met negen overwinningen de voorlopige zegekoning van 2018, is zowaar almachtiger dan de versie 1.0. Aanvankelijk worden bij die opmerkelijke software-update nog vragen gesteld. De Nederlander Bauke Mollema durft zelfs openlijk stelling te nemen, in de Tourgids van dit magazine: 'Voor iemand als Alejandro Valverde, die jarenlang gelogen heeft en nooit bekend, zou er geen plek meer mogen zijn in het wielrennen.' Niet veel later, tijdens de spectaculaire waaierrit naar Saint-Amand-Montrond in de Tour 2013, stooft Mollema's Belkinploeg, in een verbond met de mannen van Patrick Lefevere, de Movistarrenner een peer van tien minuten. Vijf jaar na Mollema's uitspraak is Valverde nog steeds niet willen ingaan op zijn dopingverleden. Toch valt in de besloten wielergemeenschap nauwelijks nog een onvertogen woord over hem. Alsof de tijd alle zonden doet vergeten of in elk geval vergeven. Scepsis ruimde veld voor respect en bewondering. 'Dat rennertje van Movistar is precies zo slecht nog niet. Daar gaan we nog veel van horen in de toekomst', postte Thomas De Gendt met zijn gevatte ironie tijdens de voorbije Dwars door Vlaanderen, goed voor bijna duizend retweets en likes. Valverde, zo wordt geredeneerd, was een kind van zijn tijd en heeft zijn straf uitgezeten. Bovendien is hij, zoals Tom Boonen zijn leeftijdgenoot al herhaaldelijk bestempelde, 'het grootste talent van allemaal'. Of zoals de voorzitter van de wielerbond van de regio Murcia het ooit verwoordde: 'Alejandro was de beste geweest, welke sport hij ook zou beoefend hebben.' Valverde is negen wanneer hij met wielrennen begint. In een regelmatigheidscriterium van twintig koersen eindigt hij dat seizoen als tweede. Het jaar nadien, in 1990, wint hij het klassement. Van zijn elfde tot zijn dertiende zegeviert hij in alle wedstrijden waaraan hij deelneemt, en ook het jaar daarop wint hij alles, op twee koersen na, waarin hij tweede wordt. In Murcia en omstreken krijgt hij algauw de bijnaam El Imbatido (De Onverslagene). Wanneer Valverde begin 2012 terugkeert uit schorsing, leggen we teammanager Eusebio Unzué voor of en wanneer zijn kopman weer de oude zal zijn: 'In theorie zal hij wat geduld moeten oefenen na anderhalf jaar competitieonderbreking', stelt de zilvergrijze vos. 'Maar Alejandro heeft zo veel talent dat het weleens vlug zou kunnen gaan.' In zijn eerste wedstrijd, de Tour Down Under, wint Valverde op dag vijf meteen de koninginnenrit. Zes jaar later keert dezelfde vraag terug bij zijn comeback na een schuiver in de openingstijdrit van de Tour in Düsseldorf, waar hij zijn linkerknieschijf en -sprongbeen (in de enkel) breekt en er gevreesd wordt voor het einde van zijn carrière. Het antwoord blijkt hetzelfde. Valverde mag al juichen in de tweede rit van de Ronde van Valencia, op dag ... vijf van zijn comeback. 'Als de dokter hem opdroeg om vier uur revalidatieoefeningen te doen, deed hij er acht uur, zonder te klagen. Zo ging het elke dag', vertelde zijn vrouw Natalia aan de Spaanse journaliste Laura Meseguer. Dat de Murciaan weinig competitiekilometers nodig heeft om zijn niveau te halen, uitte zich al vroeg in zijn carrière. Op het WK 2005 in Madrid beet hij enkel voor Boonen in het zand, hoewel hij sinds zijn opgave in de Tour amper één (eendags)koersje in de benen had. Van alle prijswinnaars in het klassieke voorjaar is Valverde ook zowat de enige die de onontbeerlijk gewaande aanloopwedstrijden Parijs-Nice en Tirreno-Adriatico nu al jaren aan zich voorbij laat gaan. Met uitzondering van 2016, toen de Tirreno kaderde binnen zijn voorbereiding op zijn eerste Girodeelname, al pakte dat niet goed uit in Luik ( zie kader). Valverdes grootste verdienste is dat hij zijn uitzonderlijke genencombinatie maximaal weet te verzilveren. Met 117 UCI-profzeges op zijn palmares is de viervoudige WorldTourwinnaar weliswaar niet de succesvolste renner van het huidige peloton - André Greipel (149) en Mark Cavendish (146) doen beter - en zelfs niet van zijn tijdvak - ook de gestopte Alessandro Petacchi (153) en Tom Boonen (122) gaan hem nog vooraf - geen talentenpalet is zo rijk geschakeerd als het zijne. Het Spaanse wonderkind mag dan wel gezegend zijn met een stel snelle benen - dit voorjaar nog versloeg hij in de Ronde van Catalonië 93 renners in een vlakke sprint - in tegenstelling tot het genoemde viertal stond hij nooit te boek als rasspurter. Het maakt zijn zegetotaal in tijden van specialisatie des te opmerkelijker. Van het huidige peloton komt Vincenzo Nibali qua polyvalentie wellicht het dichtst in de buurt, maar de Siciliaan moet de kaap van de vijftig UCI-profzeges nog ronden, mede door zijn mindere spurt. Zelfs in het werk tegen de klok, aanvankelijk zijn grote manco, zette Valverde opvallende stappen vooruit, vooral in de kortere en middellange proeven tot dertig kilometer. Acht keer al was hij de beste in een tijdrit. In 2007 voor het eerst, in 2014 voorlopig voor het laatst, in het Spaans kampioenschap. Zijn aangescherpte tijdrijderscapaciteiten zouden hem helpen in zijn jacht op eindwinst in een grote ronde. Ook al omdat hij in de loop van zijn carrière steeds beter zijn temperament leerde te beheersen. In zijn eerste profseizoenen, bij het Kelme van de driftige Vicente Belda, manifesteerde hij zich in de grote ronden als een onstuimige rittenkaper die altijd wel een mindere dag kende. Onder leiding van de bezadigde Eusebio Unzué ontdekte hij de spaarknop en verschoof de focus naar het hogere doel. Het leidde tot eindwinst in de Vuelta van 2009, een editie waarin hij uitzonderlijk geen enkele rit won. De Ronde van Frankrijk zal Valverde, in zijn kindertijd supporter van Pedro Delgado en Miguel Indurain, normaal nooit winnen. Al lachte niemand hem weg toen hij jarenlang beweerde dat Tourwinst binnen zijn mars lag. Temeer omdat hij bij zijn eerste deelname, in 2005, zonder ooit een Alpencol van dichtbij te hebben gezien, in de eerste bergrit naar Courchevel met een magistrale sprint meteen Lance Armstrong vloerde. Kenners hadden ook weleens willen zien waar El Fenómeno vorig jaar zou zijn uitgekomen, op een parcours dat hem op het lijf geschreven was. Maar vooral 2006 was een gemiste kans. 'Zonder zijn val en sleutelbeenbreuk onderweg naar Valkenburg had hij gewonnen', beweert Óscar Pereiro, destijds zijn ploegmaat én de uiteindelijke Tourwinnaar na het schrappen van Floyd Landis. Pas toen hij er zelf al haast niet meer in geloofde, in 2015, mocht Valverde op zijn 35e alsnog het Tourpodium bestijgen, als derde. De vervulling van een kinderdroom die in een obsessie was ontaard. Nooit reageerde Valverde zo geëmotioneerd als na de voorlaatste rit met aankomst op l'Alpe d'Huez, toen de buit binnen was en hij zijn tranen niet meer kon bedwingen. Die podiumplaats in de Tour beschouwt Valverde zelf als een sleutelverklaring voor zijn huidige prestaties. 'Alejandro heeft nu niets meer te bewijzen en koerst zonder enige druk', bevestigde zijn trainer Mikel Zabala aan Procycling. 'Het fietsen is een spel geworden voor hem.' Vanuit die mindset herontdekt Valverde de onstuimigheid van in zijn eerste profjaren, zoals in de Ronde van Murcia vorig jaar, waar hij een verrassingsaanval van zeventig kilometer met succes afrondde. Helaas voor de wielerliefhebber pleegt El Imbatido in Luik-Bastenaken-Luik en de Waalse Pijl steevast te hervallen in zelfbeheersing en berekend koersen, een reflex die Manolo López, zijn vroegere trainer bij de nieuwelingen en junioren, toeschrijft aan het gemak waarmee Valverde won bij de jeugd. 'Hij hoefde nooit aan te vallen, zijn sprint volstond.' In Ans en zeker in Hoei krijgt de kopman van Movistar bovendien aankomsten geserveerd waar hij met de precisie van een Zwitsers uurwerk zijn inspanning kan timen. 'Bij zijn overwinning in Luik trapte hij zeker niet de beste waarden van vorig seizoen', aldus Zabala, 'maar hij zat wel op exact het juiste moment op de juiste positie om de race te kunnen winnen.' Al van in de jeugdrangen koppelt Valverde een groot explosief vermogen aan klimmerscapaciteiten. Als tiener trok Alejandro na school een paar keer per week naar de fitness om er aan een hoog ritme met lichte halters aan de slag te gaan. Een gewoonte waar ook in zijn huidige schema's nog plaats voor is, tegenwoordig in zijn eigen fitnessruimte in zijn villa die zijn twee jaar oudere broer en architect José Antonio aan de noordrand van Murcia ontwierp. Om zijn dodelijke punch bergop te trainen hoeft Bala Verde (groene kogel) geen grote ommetjes te maken. De Cresta del Gallo is een Ardennenhelling aan zijn achterdeur. 'Er zijn er, zoals Dylan Teuns, die me kunnen volgen wanneer ik aanzet. Maar de moeilijkheid is om die versnelling een paar honderd meter vol te houden. Als ik op de Muur van Hoei op tweehonderd meter van de finish goed geplaatst zit en op kop kan komen, ben ik moeilijk te kloppen. Ik probeer ervoor te zorgen dat niemand aanzet, calculeer mijn afstand en plaats dan mijn versnelling', aldus de Ardennenkoning in Vélo Magazine. Volgende week woensdag viert Valverde zijn 38e verjaardag. Slechts vijftien van de bijna duizend profs in het huidige peloton zijn nog ouder. Er is ooit geopperd dat Valverde, zoon van een vrachtwagenchauffeur, geen andere keuze heeft dan te blijven koersen, gezien de fikse alimentatievergoeding die hij zijn eerste vrouw Angela, het buurmeisje uit het dorp van zijn jeugd, moet uitkeren. Maar dat valt moeilijk te geloven van iemand die ruim tien jaar geleden al een loon van 1,6 miljoen euro opstreek en daarmee toen de bestbetaalde renner ter wereld was. Mocht het Alejandro al te doen zijn om het geld, dan eerder om zijn dure sportwagenpark, zijn grote hobby, verder te kunnen uitbreiden. Angst voor het beruchte zwarte gat hoeft Valverde ook al niet te hebben. Hij weet nu al dat hij zich na zijn rennersloopbaan nog meer wil gaan bekommeren om de wielerschool die hij in zijn regio oprichtte en het daaraan verbonden Valverde Team met nieuwelingen en junioren onder begeleiding van zijn oudste broer Juan Francisco. Zo helpt hij meebouwen aan een Spaans wielrennen dat dankzij de prestaties van onder anderen Óscar Freire, Juan Antonio Flecha én Valverde zelf - de eerste en voorlopig enige Spaanse winnaar in Luik - niet langer exclusief op etappekoersen georiënteerd is. De onverzadigbare Valverde ligt nog tot eind volgend jaar onder contract, maar verklaarde onlangs dat hij er ook graag Tokio 2020 nog wil bijnemen, wat zijn vijfde Spelen zouden zijn. 'Men vraagt mij weleens naar het geheim van mijn lange carrière. Het is de passie voor mijn vak. Trainen is voor mij genieten en zal ik ook na mijn carrière verder blijven doen.'