Er mag dit jaar zowat alles veranderd zijn wat er te veranderen valt, maar de Tour ziet er nog net hetzelfde uit als toen die werd voorgesteld eind oktober 2019. Nice is nog steeds het podium voor Le Grand Départ, al zal die dit jaar zonder (veel) publiek zijn. Het is al de tweede keer dat de Zuid-Franse stad de start van de Tour mag verzorgen nadat Bernard Hinault de proloog won in 1981.

En in een uitzonderlijk jaar hoort ook een uitzonderlijke start, want na een al heuvelachtige eerste rit trekt het peloton al op de tweede dag door de Hautes-Alpes, in totaal goed voor bijna 4000 hoogtemeters en twee beklimmingen boven de 1500 meter. In het openingsweekend is dat al geleden van 1979, met na de proloog in Fleurance toen meteen drie ritten door de Pyreneeën.

Een gedurfd format volgens parcoursbouwer Thierry Gouvenou, want op dag vier volgt al een eerste aankomst bergop in Orcières-Merlette (1825 meter) en op dag zes ook op de Mont Aigoual (1560 meter), bekend van het beroemde wielerboek De Renner, van Tim Krabbé. Die drie etappes moeten het klassement al voor een deel decanteren, net als enkele mogelijke waaierritten.

Mini-boucle

Deze editie van La Grande Boucle is veeleer een mini-boucle in het zuiden van Frankrijk. Na de start in Nice gaat het in wijzerzin tot Poitiers, de finishplaats van de elfde rit, zo'n 350 kilometer ten zuidoosten van Parijs. Dat is het meeste noordelijke punt op het parcours voor het peloton oostwaarts door het Centraal Massief en de Alpen trekt en dan op vrijdag een vlakke rit in de Franche-Comté afwerkt.

Een zeer compact parcours dus, met minder bezochte regio's, minder lange verplaatsingen tussen de etappes en met voor het eerst in de Tourgeschiedenis slechts één rit langer dan 200 kilometer: de twaalfde etappe naar Sarran, de kortste langste rit ooit in een Tour. Ter vergelijking: in de vier voorbije edities lag het gemiddelde van plus-200 kilometeretappes op 6,5. Al is dat nieuwe 'korte rittennormaal' wel al langer ingezet, overgenomen van de Vuelta.

Genoeg bergen

Maar ook een mini-boucle kan voor genoeg animatie zorgen, want deze Tour doet vijf bergketens aan met de Alpen (13 cols), het Centraal Massief (7 cols), de Pyreneeën (5 cols in ritten 8 en 9), de Jura (3 cols) en de Vogezen (1 col). In totaal zullen de renners 29 cols moeten overleven in 8 bergritten waarvan vier eindigen bergop.

Een kolfje naar de hand van berggeiten als Egan Bernal en Primoz Roglic, want ook dit jaar zijn er weer weinig tijdritkilometers. Net zoals in 2019 telt deze Tour ook maar één tijdrit. Mar vergis je niet, het is een tijdrit waar nog heel wat door kan veranderen, want het voert ons op de voorlaatste rit recht naar La Planche des Belles Filles met in totaal 36 tijdritkilometers. Vorig won onze landgenoot Dylan Teuns nog op de berg. Lukt dat dit jaar ook, een Belg die deze etappe wint? Het zou zomaar kunnen met man in vorm Wout van Aert.

Traditioneel eindigt de Tour in Parijs op de Champs-Élysées. Op 20 september kennen we de opvolger van de Colombiaan Egan Bernal.

Iedere ochtend kan u op Sportmagazine.be terecht voor enkele weetjes over de etappe van de dag.

Tour de France 2020, Belga Image
Tour de France 2020 © Belga Image
Er mag dit jaar zowat alles veranderd zijn wat er te veranderen valt, maar de Tour ziet er nog net hetzelfde uit als toen die werd voorgesteld eind oktober 2019. Nice is nog steeds het podium voor Le Grand Départ, al zal die dit jaar zonder (veel) publiek zijn. Het is al de tweede keer dat de Zuid-Franse stad de start van de Tour mag verzorgen nadat Bernard Hinault de proloog won in 1981. En in een uitzonderlijk jaar hoort ook een uitzonderlijke start, want na een al heuvelachtige eerste rit trekt het peloton al op de tweede dag door de Hautes-Alpes, in totaal goed voor bijna 4000 hoogtemeters en twee beklimmingen boven de 1500 meter. In het openingsweekend is dat al geleden van 1979, met na de proloog in Fleurance toen meteen drie ritten door de Pyreneeën.Een gedurfd format volgens parcoursbouwer Thierry Gouvenou, want op dag vier volgt al een eerste aankomst bergop in Orcières-Merlette (1825 meter) en op dag zes ook op de Mont Aigoual (1560 meter), bekend van het beroemde wielerboek De Renner, van Tim Krabbé. Die drie etappes moeten het klassement al voor een deel decanteren, net als enkele mogelijke waaierritten.Deze editie van La Grande Boucle is veeleer een mini-boucle in het zuiden van Frankrijk. Na de start in Nice gaat het in wijzerzin tot Poitiers, de finishplaats van de elfde rit, zo'n 350 kilometer ten zuidoosten van Parijs. Dat is het meeste noordelijke punt op het parcours voor het peloton oostwaarts door het Centraal Massief en de Alpen trekt en dan op vrijdag een vlakke rit in de Franche-Comté afwerkt.Een zeer compact parcours dus, met minder bezochte regio's, minder lange verplaatsingen tussen de etappes en met voor het eerst in de Tourgeschiedenis slechts één rit langer dan 200 kilometer: de twaalfde etappe naar Sarran, de kortste langste rit ooit in een Tour. Ter vergelijking: in de vier voorbije edities lag het gemiddelde van plus-200 kilometeretappes op 6,5. Al is dat nieuwe 'korte rittennormaal' wel al langer ingezet, overgenomen van de Vuelta.Maar ook een mini-boucle kan voor genoeg animatie zorgen, want deze Tour doet vijf bergketens aan met de Alpen (13 cols), het Centraal Massief (7 cols), de Pyreneeën (5 cols in ritten 8 en 9), de Jura (3 cols) en de Vogezen (1 col). In totaal zullen de renners 29 cols moeten overleven in 8 bergritten waarvan vier eindigen bergop. Een kolfje naar de hand van berggeiten als Egan Bernal en Primoz Roglic, want ook dit jaar zijn er weer weinig tijdritkilometers. Net zoals in 2019 telt deze Tour ook maar één tijdrit. Mar vergis je niet, het is een tijdrit waar nog heel wat door kan veranderen, want het voert ons op de voorlaatste rit recht naar La Planche des Belles Filles met in totaal 36 tijdritkilometers. Vorig won onze landgenoot Dylan Teuns nog op de berg. Lukt dat dit jaar ook, een Belg die deze etappe wint? Het zou zomaar kunnen met man in vorm Wout van Aert.Traditioneel eindigt de Tour in Parijs op de Champs-Élysées. Op 20 september kennen we de opvolger van de Colombiaan Egan Bernal.