1

De ranking van Simon Yates in het individuele WorldTourklassement. Hij sloot zo, sinds het invoeren van het FICP/UCI-klassement in 1984, als eerste Brit ooit het seizoen af als nummer één van de wereld. Door Yates' eindzege in de Vuelta en die van Chris Froome in de Giro en Geraint Thomas in de Tour (beiden voor PoulidorTom Dumoulin) werd Groot-Brittannië ook het eerste land dat met drie verschillende renners de drie grand tours in hetzelfde jaar won.
...

De ranking van Simon Yates in het individuele WorldTourklassement. Hij sloot zo, sinds het invoeren van het FICP/UCI-klassement in 1984, als eerste Brit ooit het seizoen af als nummer één van de wereld. Door Yates' eindzege in de Vuelta en die van Chris Froome in de Giro en Geraint Thomas in de Tour (beiden voor PoulidorTom Dumoulin) werd Groot-Brittannië ook het eerste land dat met drie verschillende renners de drie grand tours in hetzelfde jaar won.Dan waren de vlagjes achter de winnaars van de vijf monumenten en het WK veelkleuriger, met zes verschillende nationaliteiten: Milaan-Sanremo Vincenzo Nibali (Ita), Ronde van Vlaanderen Niki Terpstra (Ned), Parijs-Roubaix Peter Sagan (Slo), Luik-Bastenaken-Luik Bob Jungels (Lux), Ronde van Lombardije Thibaut Pinot (Fra), WK Alejandro Valverde (Esp). In totaal kwamen de winnaars van de 37 WorldTourraces uit 16 verschillende landen.Het podiumpercentage van Peter Sagan dit jaar, op 82 koersdagen 25 keer top drie. Straf, maar naar Saganiaanse normen een 'minder' seizoen, want het laagste percentage sinds 2014 (26,7%). Hij won ook 'slechts' 8 van zijn 82 wedstrijden of 9,76 %, de op één na laagste score in zijn profcarrière. Voor een deel te wijten aan de fysieke gevolgen van zijn zware val in het slot van de Tour, waarna de Slovaak geen enkele race meer op zijn palmares schreef. Voor een jaar met zeges in Gent Wevelgem, Parijs-Roubaix en drie ritten in de Tour zou niettemin 95 procent van zijn collega's een hand willen afstaan. Het aantal Belgische eindoverwinningen in 2.1-rittenkoersen: Tim Wellens (Ruta del Sol en Tour de Wallonie), Dimitri Claeys (Vierdaagse van Duinkerke), Greg Van Avermaet (Tour de Yorkshire), Jens Keukeleire (Belgium Tour), Ben Hermans (Ronde van Oostenrijk), Wout Van Aert (Ronde van Denemarken), Boris Vallée (Tour of Taihu Lake). Dat is één rittenwedstrijd minder dan in 2017 (9, inclusief WorldTour), toen het hoogste aantal Belgische zeges in kleine rondes sinds 1978 (10). Voor het eerst sinds 2013 moest ons land het wel stellen zonder eindoverwinning in een WorldTourrittenkoers. Het aantal overwinningen dat Alejandro Valverde behaalde in het seizoen waarin hij zijn 38e verjaardag vierde. Zeven daarvan op WorldTourniveau, plus - eindelijk - het WK. Ter vergelijking: alle Belgische renners sámen wonnen... acht WorldTourraces: Tiesj Benoot (Strade Bianche), Yves Lampaert (Dwars door Vlaanderen, Oliver Naesen (Bretagne Classic), Tim Wellens (rit Giro), Jelle Wallays (rit Vuelta), Thomas De Gendt (etappes Rondes van Catalonië en Romandië) en Jasper Stuyven (rit BinckBank Tour). Opvallend minder dan in 2017 (toen een record met 21 WT-zeges) en het laagste aantal sinds 2013 (7 stuks). Voor het zoveelste jaar op rij prijkt België niettemin bovenaan het landenklassement van de Worldranking, een optelsom van de acht renners die de laatste twaalf maanden de meeste punten scoorden in álle UCI-koersen (WorldTour/procontinentaal). Opvallend, want tot 2017 had ons land, sinds de invoering van het FICP/UCI-klassement in 1984, nog nooit het seizoen afgesloten als nummer één van de landenranking. Naaste achtervolger dit jaar: Frankrijk, dat het beste resultaat boekte sinds 1997 (toen ook 2e). Dankzij vooral de successen van Julian Alaphilippe (Waalse Pijl, San Sebastian), Thibaut Pinot (Milaan-Turijn, Ronde van Lombardije) en Romain Bardet (2e WK en Strade Bianche, 3e Luik-Bastenaken-Luik). Onze zuiderburen hebben plots weer (omgeschoolde) ééndagscoureurs, weliswaar vooral in het klimwerk. Zo veel Belgen eindigden in de top 50 van het WorldTourklassement: Van Avermaet 5e, Naesen 15e, Wellens 18e, Stuyven 19e, Benoot 33e, Gilbert 37e, Teuns 38e en Vanmarcke 45e. Dat is het hoogste aantal (als we ook de voormalige FICP/UCI-ranking in rekening nemen) sinds... 1990. Vier landgenoten in de top 25 is ook een evenaring van het aantal van 2014 en het hoogste cijfer sinds 1989. Conclusie: veel steengoede coureurs, die vooral in eendagswedstrijden/ ritten een pak ereplaatsen/punten sprokkelden, maar weinig scorende spitsen op het hoogste WorldTourniveau. De beste plaats in het eindklassement van een grote ronde voor een Belg, Greg Van Avermaet in de Tour. Aangezien Ben Hermans (45e) en Dylan Teuns (33e) in de Giro en in de Vuelta eerste landgenoten werden, eindigde voor het eerst sinds 2003 geen enkele Belg in de top 25 van een grand tour. Toen stond de teller qua aantal ritzeges ook op nul, afgelopen seizoen werd die afgang ons land bespaard door Tim Wellens (Giro) en Jelle Wallays (Vuelta). Zo veel topvijfplaatsen, waarvan liefst twaalf in WorldTourkoersen, behaalde Dylan Teuns afgelopen seizoen, zonder één zege. Met zijn derde plaats in de Ronde van Lombardije werd hij met Philippe Gilbert (derde in de Ronde van Vlaanderen) de enige Belg die een podiumstek veroverde in een klassiek monument, en de eerste landgenoot op het podium van de twee zwaarste klimklassiekers - Luik-Bastenaken-Luik en Il Lombardia - sinds Gilberts zege in La Doyenne in 2011. Teuns' evenbeeld (in het voorjaar): Jasper Stuyven met liefst zeven toptienplaatsen in eendagskoersen in de WorldTour - niemand deed beter. Frustraties om gemiste kansen die de Leuvenaar in de zomer deels wegreed met nog drie overwinningen (rit BinckBank Tour, GP de Wallonie en GP Jef Scherens). Op die dag in september (nota bene op dezelfde dag waarop hij in 2012 wereldkampioen werd) behaalde Philippe Gilbert zijn eerste seizoenszege, in de GP d'Isbergues - nooit moest hij in zijn profcarrière langer wachten. In het succesvolle voorjaar van Quick-Step was Phil vooral aangever, en daarna stond hij twee maanden langs de kant door zijn zware val in de Tour. Met die late triomf heeft Gilbert nu in 15 opeenvolgende profseizoenen, sinds zijn debuut in 2003, minstens één zege veroverd. Zo veel dagen wacht Greg Van Avermaet op een overwinning in een WorldTourkoers, sinds Parijs-Roubaix 2017. Hij won het voorbije seizoen een rit in de Ronde van Oman en het eindklassement van de Tour de Yorkshire, maar deed daarnaast zijn (in 2017 kwijtgeraakte) bijnaam Greg Van Regelmaet weer alle eer aan, met liefst tien topvijfplaatsen in WorldTourraces. Zo bekleedt de Oost-Vlaming wel de vijfde plaats in de WorldTour, waar hij voor de vijfde keer en voor de vierde maal op rij als beste landgenoot eindigde - het klassement waarin hij eind oktober 2017 trouwens helemaal bovenaan prijkte. Ook in de World Ranking (de resultaten van de jongste twaalf maanden over álle UCI-koersen) is Van Avermaet eerste Belg (zevende), twee plaatsjes hoger dan Tim Wellens, die met zeven bloementuilen voor het eerst nationaal zegekoning werd. Zo veel keer, op in totaal 90 racedagen, zette ontsnappingskoning Thomas De Gendt, een vlucht op (van minstens tien kilometer). Goed voor, naast twee ritsuccessen, drie bergtruien: in Parijs-Nice, de Ronde van Romandië en in de Vuelta (als eerste Belg in een grote ronde sinds Lucien Van Impe in de Tour van 1983). Zo veel jaar, plus 5 maanden en 8 dagen oud was Jasper Philipsen toen hij zijn eerste profzege boekte, in de vierde rit van de Ronde van Utah. Een veelbelovend debuut voor de jonge prof van Hagens Berman Axeon, het procontinentale team van Axel Merckx. Ook dat andere Belgische toptalent, Bjorg Lambrecht, pikte in zijn maidenseizoen bij de elite al meteen een overwinning mee, in de derde etappe van de Tour des Fjords, op een leeftijd van 21 jaar, 1 maand en 22 dagen. Jordi Meeus, een belofte van het continentale SEG Racing Team, was zelfs nog jonger (20 jaar, 2 maanden en 22 dagen) toen hij de Gooikse Pijl (1.1.) op zijn naam schreef. Zoveel jaar, plus 11 maanden en 17 dagen zal supertalent Remco Evenepoel oud zijn op 1 januari 2019, zijn eerste dag als prof bij Deceuninck-Quick-Step. De Vlaams-Brabander, afgelopen seizoen goed voor liefst 36 zeges bij de junioren (waaronder twee wereldtitels), wordt daarmee de jongste prof ooit bij een WorldTourploeg. Bijna drie maanden jonger dan Matej Mohoric die in 2014 op zijn 19 jaar, 2 maanden en 13 dagen begon bij Cannondale. De jongste Belgische WorldTourrenner tot nu toe was Guillaume van Keirsbulck, op 1 januari 2011 19 jaar, 10 maanden en 11 dagen oud toen hij zijn carrière startte bij Quick-Step.Zo veel van de 14 renners met wie Quick-Step het voorbije seizoen liefst 73 UCI-zeges behaalde, zijn jonger dan 25 jaar: Enric Mas (2 overwinningen, 23 jaar), Maximilian Schachmann (3, 24), Fabio Jakobsen (7, 22), José Alvaro Hodeg (5, 22) en Rémi Cavagna (1, 23 jaar). Kasper Asgreen (23 jaar) maakte daarnaast deel uit van het team dat goud pakte op het WK ploegentijdrijden. Allemaal renners die de vrucht zijn van intens scoutingswerk bij de jeugd en/of doorstroomden vanuit (de intussen opgedoekte) satellietteam Klein Constantia. Zoals ook al Julian Alaphilippe (dit seizoen goed voor 12 zeges, 26 jaar) in 2014 de overstap maakte vanuit Etixx-iHNed. Ook slimme transfers stuwden Quick-Step naar een ploegrecord van 71 overwinningen, waaronder die van Elia Viviani, internationaal zegekoning met 18 stuks, als eerste Italiaan sinds Alessandro Petacchi in 2005. Tot zolang blijft Egan Bernal bij Team Sky. Een ongezien vijfjarig contract, waarin het 21-jarige Colombiaanse wonderkind, 15e in de jongste Tour, naar verluidt de eerste twee seizoenen twee miljoen euro zal verdienen en de daaropvolgende drie jaar drie miljoen. Wel minder dan de vier miljoen euro per seizoen die Tourwinnaar Geraint Thomas met zijn nieuw contract bij Team Sky tot 2021 zal opstrijken. Al zo veel jaar op rij prijkt Wanty-Groupe Gobert bovenaan het teamklassement van de Procontinentale UCI-ploegen in de EuropeTour (de categorie onder de WorldTour). Voor de eerste keer realiseren zo twee Belgische teams een dubbelslag, want Quick-Step Floors was de beste in de WorldTour, als pas tweede Belgische ploeg ooit (na Omega Pharma-Lotto in 2011). Met bovendien een voorsprong van 3172 punten op het nummer twee, Team Sky. Alleen de Britse ploeg had in 2012 procentueel een grotere voorsprong op zijn dichtste achtervolger in het teamklassement van de WorldTour (28 % vs. 24 % voor Quick-Step dit seizoen). De voorsprong in punten waarmee Nederland bij de vrouwen het landenklassement van de World Ranking aanvoert, meer dan het dúbbele van het nummer twee Italië (8144 vs. 3798). Het podium in de individuele ranking is zelfs volledig oranje getint met Annemiek van Vleuten, Anna van der Breggen en Marianne Vos. België eindigde op de zevende plaats met... 1993 punten, waarvan Jolien D'hoore (11e individueel) er 968 voor haar rekening nam, en Lotte Kopecky 354.Het aantal overwinningen van Sport Vlaanderen-Baloise in 2018 (UCI-categorie 1.1/2.1, of hoger). Alleen Robbe Ghys was de snelste in een rit in de Ierse ronde Rás Tailteann, maar dat is een 2.2- wedstrijd met ook beloften aan de start. Zo deed het opleidingsteam van manager Christophe Sercu nog slechter dan in 2017, met toen één zege (een rit in de Tour des Fjords van Dries Van Gestel) en twee 1.2-overwinningen. Topsport Vlaanderen ziet steeds meer de beste Belgische beloften meteen doorstromen naar de WorldTour, waardoor het het met neoprofs van tweede garnituur moet stellen. In 2017 en allicht ook dit jaar kon het geen enkele renner afleveren bij een WorldTourteam. Het recordpercentage renners dat het einde haalde van de Giro/Tour/Vuelta - een trend die zich de laatste jaren al doorzette. In de jongste Vuelta bereikten zelfs 89,77 % van de deelnemers Madrid, in de Giro was dat 84,66 %, in de Tour 82,39 %. (Mogelijke) redenen: het kleinere peloton van 176 starters (met minder risico op valpartijen), en/of renners die steeds minder koersen. Gorka Izagirre, de leider qua aantal wedstrijddagen, telde er dit seizoen 'slechts' 92, het laagste aantal in de laatste vijftien jaar voor de koploper van dat klassement.