2

In Dübendorf reed Mathieu van der Poel pas voor de tweede keer dit seizoen al van in de eerste ronde weg van de concurrentie. Op het NK in Rucphen liet hij na drie minuten iedereen spartelen in de achtergrond, zondag had hij zo'n zes à zeven minuten nodig om iedereen definitief overboord te kieperen.

Opvallend: alleen nog in Koksijde liet MVDP zijn tegenstanders dit seizoen al in het openingskwartier ter plaatse. Bij 21 van zijn 24 zeges vertrok hij pas later, waarvan vijf keer in de laatste ronde.

Een groot contrast met vorig seizoen, toen de Nederlander bij 13 van zijn toen 32 zeges al in het eerste kwartier adieu zei, en 32 keer al weg was vóór de slotronde.

9

In zoveel minuten, plus 20 seconden legde Van der Poel de tweede ronde af, liefst 19 seconden rapper dan de tweede snelste (Tom Pidcock, met 9'39''), de grootste kloof die de Nederlander sloeg in één ronde.

Zijn snelste ronde legde hij af meteen na de start, in 9'06'', waarmee hij Aerts, als tweede, toen al op 12 seconden zette.

Het zou Van der Poel zijn 28e kampioenentrui ooit opleveren in de drie verschillende wielerdisciplines (waarvan 22 keer goud in het veld). 28 titels op 51 kampioenschappen (NK, EK, WK), of liefst 55%.

© BELGA

1

Zoveel minuten, plus 20 seconden bedroeg Van der Poels voorsprong aan de finish in Dübendorf. Dat is de grootste voorsprong waarmee hij in zijn profcarrière een klassementscross of kampioenschap won. Alleen in de 'losse' cross in Niel dit seizoen deed MVDP daar nog één seconde bovenop, toen hij Laurens Sweeck als tweede op 1'21'' zette.

Op een WK is dat weliswaar geen record. Wout van Aert kwam in Valkenburg 2018 zelfs 2'13'' eerder dan Michael Vanthourenhout over de eindstreep.

2

Zoveel minuten, plus vier seconden na Mathieu van der Poel kwam Wout van Aert als vierde over de eindstreep in Dübendorf, teruggeslagen door onder meer een lekke band.

© BELGA

In slechts twee van zijn 180 crossen bij de profs arriveerde de Kempenaar met een grotere achterstand op de winnaar: in zijn allereerste veldrit bij de elite, in december 2012 in Leuven, eindigde hij op 3'15'' van Niels Albert.

En in de Wereldbeker van Iowa, in september 2017, finishte Van Aert door een offday en een lekke band net na de materiaalzone op 2'32'' van Mathieu van der Poel.

Van Aert eindigde zo ook voor het eerst sinds zijn eerste WK veldrijden, in 2012 als junior in Koksijde, niet op het podium, een reeks van negen wereldkampioenschappen met een medaille waar in Zwitserland een einde aan kwam.

2

De Brit Tom Pidcock werd de zoveelste renner afkomstig buiten het Europese vasteland die een WK-medaille bij de profs behaalde (zilver). In 2007 veroverde de Amerikaan Jonathan Page al eens zilver in Hooglede.

© BELGA

Bij de dames beloften zorgde de Hongaarse Blanka Kata Vas voor een primeur door als eerste van haar land een medaille op een WK veldrijden op zak te steken.

3

Voor de tweede keer op rij eindigen zo weinig buitenlanders/niet-Belgen in de top tien van het WK elite bij de heren (Van der Poel eerste, Pidcock tweede, Van Kessel zevende). Dat is een all time low, zoals ook nog in 2012 in Koksijde, toen zelfs zeven Belgen de eerste zeven plaatsen bezetten.

Slechts drie verschillende nationaliteiten eindigden ook in de top tien van het WK elite bij de heren. Dat is ook een evenaring van het laagterecord van 2019 in Bogense.

Een contrast met het WK voor junioren, waar de top tien bestond uit renners van zeven verschillende landen, hoewel er drie Belgen de drie podiumplaatsen voor hun rekening namen (Thibau Nys, Lennert Belmans en Emiel Verstrynghe).

Voor de eerste keer een volledig tricolore podium bij de jeugdcategorieën sinds het WK in Hoogerheide 2014 (toen met Thijs Aerts, Yannick Peeters en Yannick Schuermans).

© BELGA

Bij de dames elite zorgden Ceylin del Carmen Alvarado, Annemarie Worst en Lucinda Brand voor een primeur door als eerste het volledige podium te bezetten met drie rensters uit hetzelfde land.

3

Zoveel renners hebben sinds de eerste editie van het EK veldrijden in 2003 de zogenaamde grand slam bij de junioren gerealiseerd: nationaal kampioen, Europees kampioen, wereldkampioen én eindwinnaar van de Wereldbeker in hetzelfde seizoen.

Mathieu van der Poel deed het - uiteraard - in 2011/12 en 2012/13, Jens Dekker in 2015/16 en nu ook Thibau Nys, na zijn eerste wereldtitel in Dübendorf. Exact 23 jaar en 1 dag na de eerste regenboogtrui voor vader Sven, die op 1 februari 1997 het WK voor beloften won in München.

© BELGA

Hij en Sven Nys werden zo het derde vader/zoonduo die elk (minstens) één wereldtitel in het veld op hun palmares hebben staan.

Roger De Clercq werd in 1969 wereldkampioen bij de amateurs, Mario De Clercq veroverde in 1998, 1999 en 2002 drie regenboogtruien bij de profs.

En Adrie van der Poel behaalde in 1996 de wereldtitel bij de profs, gevolgd door drie gouden medailles bij de elite door zoon Mathieu (2015, 2019 en 2020).

7

Zoveelste werd Niels Vandeputte bij de beloften. Het slechtste resultaat voor een Belgisch belofte sinds de eerste editie van het WK voor U23-renners in 1996, toen Ben Berden 13e en Gianni David 15e werd.

© BELGA

20

Zoveel jaar bedroeg het leeftijdsverschil tussen Ceylin del Carmen Alvarado, op haar 21e wereldkampioene bij de dames elite, en de Amerikaanse Katie Compton, die op haar 41e nog mooi vierde werd.

© BELGA

12

Op de zoveelste plaats eindigde Sanne Cant bij de dames elite. Haar slechtste WK sinds dat van Louisville in 2013, toen ze pas 18e werd.

Eerste Belgische toen: Ellen Van Loy, als negende. Eerste Belgische in Dübendorf, op haar 39e: Ellen Van Loy, als achtste, een evenaring van haar beste resultaat in 2015 en 2017.

In Dübendorf reed Mathieu van der Poel pas voor de tweede keer dit seizoen al van in de eerste ronde weg van de concurrentie. Op het NK in Rucphen liet hij na drie minuten iedereen spartelen in de achtergrond, zondag had hij zo'n zes à zeven minuten nodig om iedereen definitief overboord te kieperen.Opvallend: alleen nog in Koksijde liet MVDP zijn tegenstanders dit seizoen al in het openingskwartier ter plaatse. Bij 21 van zijn 24 zeges vertrok hij pas later, waarvan vijf keer in de laatste ronde. Een groot contrast met vorig seizoen, toen de Nederlander bij 13 van zijn toen 32 zeges al in het eerste kwartier adieu zei, en 32 keer al weg was vóór de slotronde.In zoveel minuten, plus 20 seconden legde Van der Poel de tweede ronde af, liefst 19 seconden rapper dan de tweede snelste (Tom Pidcock, met 9'39''), de grootste kloof die de Nederlander sloeg in één ronde. Zijn snelste ronde legde hij af meteen na de start, in 9'06'', waarmee hij Aerts, als tweede, toen al op 12 seconden zette. Het zou Van der Poel zijn 28e kampioenentrui ooit opleveren in de drie verschillende wielerdisciplines (waarvan 22 keer goud in het veld). 28 titels op 51 kampioenschappen (NK, EK, WK), of liefst 55%.Zoveel minuten, plus 20 seconden bedroeg Van der Poels voorsprong aan de finish in Dübendorf. Dat is de grootste voorsprong waarmee hij in zijn profcarrière een klassementscross of kampioenschap won. Alleen in de 'losse' cross in Niel dit seizoen deed MVDP daar nog één seconde bovenop, toen hij Laurens Sweeck als tweede op 1'21'' zette.Op een WK is dat weliswaar geen record. Wout van Aert kwam in Valkenburg 2018 zelfs 2'13'' eerder dan Michael Vanthourenhout over de eindstreep.Zoveel minuten, plus vier seconden na Mathieu van der Poel kwam Wout van Aert als vierde over de eindstreep in Dübendorf, teruggeslagen door onder meer een lekke band.In slechts twee van zijn 180 crossen bij de profs arriveerde de Kempenaar met een grotere achterstand op de winnaar: in zijn allereerste veldrit bij de elite, in december 2012 in Leuven, eindigde hij op 3'15'' van Niels Albert. En in de Wereldbeker van Iowa, in september 2017, finishte Van Aert door een offday en een lekke band net na de materiaalzone op 2'32'' van Mathieu van der Poel. Van Aert eindigde zo ook voor het eerst sinds zijn eerste WK veldrijden, in 2012 als junior in Koksijde, niet op het podium, een reeks van negen wereldkampioenschappen met een medaille waar in Zwitserland een einde aan kwam.De Brit Tom Pidcock werd de zoveelste renner afkomstig buiten het Europese vasteland die een WK-medaille bij de profs behaalde (zilver). In 2007 veroverde de Amerikaan Jonathan Page al eens zilver in Hooglede.Bij de dames beloften zorgde de Hongaarse Blanka Kata Vas voor een primeur door als eerste van haar land een medaille op een WK veldrijden op zak te steken.Voor de tweede keer op rij eindigen zo weinig buitenlanders/niet-Belgen in de top tien van het WK elite bij de heren (Van der Poel eerste, Pidcock tweede, Van Kessel zevende). Dat is een all time low, zoals ook nog in 2012 in Koksijde, toen zelfs zeven Belgen de eerste zeven plaatsen bezetten.Slechts drie verschillende nationaliteiten eindigden ook in de top tien van het WK elite bij de heren. Dat is ook een evenaring van het laagterecord van 2019 in Bogense. Een contrast met het WK voor junioren, waar de top tien bestond uit renners van zeven verschillende landen, hoewel er drie Belgen de drie podiumplaatsen voor hun rekening namen (Thibau Nys, Lennert Belmans en Emiel Verstrynghe). Voor de eerste keer een volledig tricolore podium bij de jeugdcategorieën sinds het WK in Hoogerheide 2014 (toen met Thijs Aerts, Yannick Peeters en Yannick Schuermans).Bij de dames elite zorgden Ceylin del Carmen Alvarado, Annemarie Worst en Lucinda Brand voor een primeur door als eerste het volledige podium te bezetten met drie rensters uit hetzelfde land.Zoveel renners hebben sinds de eerste editie van het EK veldrijden in 2003 de zogenaamde grand slam bij de junioren gerealiseerd: nationaal kampioen, Europees kampioen, wereldkampioen én eindwinnaar van de Wereldbeker in hetzelfde seizoen.Mathieu van der Poel deed het - uiteraard - in 2011/12 en 2012/13, Jens Dekker in 2015/16 en nu ook Thibau Nys, na zijn eerste wereldtitel in Dübendorf. Exact 23 jaar en 1 dag na de eerste regenboogtrui voor vader Sven, die op 1 februari 1997 het WK voor beloften won in München.Hij en Sven Nys werden zo het derde vader/zoonduo die elk (minstens) één wereldtitel in het veld op hun palmares hebben staan. Roger De Clercq werd in 1969 wereldkampioen bij de amateurs, Mario De Clercq veroverde in 1998, 1999 en 2002 drie regenboogtruien bij de profs.En Adrie van der Poel behaalde in 1996 de wereldtitel bij de profs, gevolgd door drie gouden medailles bij de elite door zoon Mathieu (2015, 2019 en 2020).Zoveelste werd Niels Vandeputte bij de beloften. Het slechtste resultaat voor een Belgisch belofte sinds de eerste editie van het WK voor U23-renners in 1996, toen Ben Berden 13e en Gianni David 15e werd.Zoveel jaar bedroeg het leeftijdsverschil tussen Ceylin del Carmen Alvarado, op haar 21e wereldkampioene bij de dames elite, en de Amerikaanse Katie Compton, die op haar 41e nog mooi vierde werd.Op de zoveelste plaats eindigde Sanne Cant bij de dames elite. Haar slechtste WK sinds dat van Louisville in 2013, toen ze pas 18e werd. Eerste Belgische toen: Ellen Van Loy, als negende. Eerste Belgische in Dübendorf, op haar 39e: Ellen Van Loy, als achtste, een evenaring van haar beste resultaat in 2015 en 2017.