Dit verhaal verscheen in Sport/Voetbalmagazine van 5 mei 2010.

Vorig jaar vierden de Italianen het eeuwfeest van hun Giro, volgend jaar herdenken ze de 150e verjaardag van hun land. De fascinerende maar weinig bekende geschiedenis van de wielerronde is verknoopt met die van het Italiaanse volk. Dries Vanysacker, professor geschiedenis aan de K.U. Leuven en auteur van diverse uitstekende wielerboeken, drukte die verwevenheid ooit als volgt uit: "De Giro is een soort maïzena voor de Italianen, die voor de rest net als de Belgen weinig natiegevoel kennen. Het is een natievormend instituut."

Veertig procent analfabeet

Wanneer in 1909 welgeteld 127 renners in Milaan aan de start van de eerste Giro verschijnen, is Italië nog geen halve eeuw oud. De eenheidsstaat bestaat weliswaar op de landkaart, maar van een gemeenschapsgevoel is er onder de Italiaanse bevolking maar weinig sprake. Daarvoor hebben de in 1861 bijeengevoegde staten te lang een te uiteenlopende geschiedenis doorgemaakt.

Op de koop toe ontbreekt het de jonge Italiaanse staat aan een gemeenschappelijke taal. De taal is het volk, maar waar de Girokaravaan in de pioniersjaren voorbijtrekt, weerklinkt lang niet overal de Italiaanse standaardtaal. Integendeel, het schiereiland vormt op dat moment nog een bonte lappendeken van dialecten. Vandaag lijkt het onwaarschijnlijk, maar nagenoeg veertig procent van de Italianen is analfabeet wanneer de Giro het levenslicht ziet.

In Vlaanderen wordt wel eens beweerd dat Karel Van Wijnendaele, journalist en vader van de Ronde van Vlaanderen, zijn volk leerde lezen. Zonder te overdrijven kan worden gesteld dat ook in Italië de wielerverslaggeving in de geschreven pers heeft bijgedragen tot de alfabetisering van de bevolking - ook al zouden de radio en vooral de televisie nog veel krachtiger hefbomen vormen voor de verspreiding van de standaardtaal. Aan de hand van de levendige reportages over de Giro leerden veel Italianen ook de steden en historische monumenten van hun land kennen.

'Mussolini beseft dat de koers het collectieve bewustzijn van de jonge natie versterkt.'

Zoals alle wielerwedstrijden uit die tijd wordt ook de Giro geboren als marketingstunt van een krant. De organiserende Gazzetta dello Sport wil met een nationale wielerronde haar verkoop doen swingen, een doel dat ze ook zal bereiken. Bij het ontstaan van de Giro verschijnt de Gazzetta drie keer per week in een oplage van 100.000 exemplaren, in de jaren twintig is haar oplage al vervijfvoudigd en rolt ze dagelijks van de persen. Om de krant te promoten zal later de leider in de Giro een onderscheidende trui mogen aantrekken, die de roze kleur krijgt van het krantenpapier van de Gazzetta. Jef Demuysere is in 1933 de eerste Belg die deze eer te beurt valt, Rik Verbrugghe is sinds 2001 de laatste.

Symbool van armoezaaiers

Van bij zijn geboorte bakent het parcours van de Giro het territorium van de Italiaanse staat af en versterkt daarmee in de hoofden van de bevolking de geografische eenheid van het land. De redenering van de organisatoren is opnieuw commercieel: hoe uitgestrekter het parcours, hoe groter de potentiële lezers- en adverteerdersmarkt. Terwijl de Ronde van Italië voor sportwagens niet zuidelijker dan Rome liep, wagen de organisatoren van de wielerronde zich al in 1909 dieper in het land. Eerst tot in Napels, een paar jaar later al tot in de hiel van de laars, in 1930 tot in Sicilië. De Giro overstijgt op die manier in een jaarlijks weerkerend ritueel de tegenstelling tussen het geïndustrialiseerde noorden en het agrarische zuiden van Italië, een tegenstelling die tot op vandaag door de aderen van de Italiaanse samenleving stroomt.

Zijn rol van nationaal instituut zal de Giro ook parten spelen. Hoewel politiek nooit hun eerste bekommernis was, raken de organisatoren er steeds meer in verstrengeld wanneer Benito Mussolini in 1922 de macht grijpt. De dictator loopt niet hoog op met de individuele wielersport, die hij als een symbool van armoezaaiers afschildert. Zijn verwijt is niet eens vergezocht: net als de Flandriens in onze contreien probeerden veel Italianen zich als renner in de Giro financieel en maatschappelijk op te werken. Maar ook de fiets zelf paste niet in Mussolini's visie op de moderne tijden, die volgens hem tot uitdrukking werden gebracht in de gemotoriseerde sporten.

Benito Mussolini, Il Duce, gebruikte de Giro als propagandamiddel, GETTY
Benito Mussolini, Il Duce, gebruikte de Giro als propagandamiddel © GETTY

Het verhindert de Duce niet om de Giro in te schakelen in de propagandamachine voor zijn extreem-nationalistische gedachtegoed. Bij de Giropassage door Rome in 1928 stelt Mussolini met eigen ogen vast dat de wielerronde grote volksmassa's op de been brengt. Hij beseft dat de koers het collectieve bewustzijn van de jonge natie versterkt en daarom subsidies verdient. De organisatoren zullen de lires overigens in dank aanvaarden en de winstpremies voor de renners exponentieel doen toenemen. Tegelijk raken ze echter ook verstrikt in de netten van het fascistische regime. Tijdens de dictatuur van Mussolini verschijnt op de roze trui een roedebundel met bijl, symbool van het fascisme. De nieuwe autowegen die de Duce liet aanleggen, krijgen ter verheerlijking een plaats op het Giroparcours. De Terminillo, niet toevallig Mussolini's favoriete vakantieoord, wordt als decor gekozen voor de eerste klimtijdrit in de Giro in 1936. Tussen haakjes: op deze klim in de Apennijnen ligt volgende week zondag de eerste aankomst bergop van de Giro 2010.

Gino de vrome

Zolang Mussolini in Italië de lakens uitdeelde, werden er in de Gazzetta dello Sport overwinningen behaald in zijn naam en tot glorie van het superieur gewaande Italische ras. Wielerjournalisten van de jaren dertig spelen in op het toenemende patriottisme, zelfs in hun taal, die ze zuiveren van woorden van vreemde origine. In de kolommen van de Gazzetta duiken steeds meer termen uit het oorlogsjargon op. De wielersport levert de jonge staat ook de nationale helden met wie het volk zich kan identificeren. Learco Guerra groeit uit tot de favoriet van het fascistische regime. Hij is in 1931 de allereerste renner die de roze trui om de lenden krijgt, behaalt in 1934 de eindzege en wint in zijn carrière liefst 31 Giroritten, goed voor de derde plaats in de ranglijst van alle etappewinnaars, achter Mario Cipollini (42 ritten) en Alfredo Binda (41).

Mussolini aarzelt niet om de campionissimi in te spannen als ambassadeurs van de Italiaanse natie in het buitenland. Gino Bartali, nochtans een verwoed tegenstander van het fascisme, is de strijder die Frankrijk moet veroveren. De Toscaan won al twee keer de Giro, maar blijft er in 1938 op bevel van Mussolini himself weg om zich ten volle te kunnen toeleggen op de Tour, die hij dat jaar ook zal winnen. Bartali heeft echter de kans gemist om in één jaar de Giro en de Tour te winnen. Dat zijn rivaal Fausto Coppi daar in 1949 als eerste in zal slagen, maakt de pil alleen maar bitterder.

Bartali, die de Giro in totaal drie keer wint, zal na de Tweede Wereldoorlog de Italiaanse samenleving lijmen wanneer die bij het ontluiken van de Koude Oorlog op barsten staat. Tijdens de Tour van 1948 wordt in Rome de communistische partijleider Palmiro Togliatti neergeschoten. Overal in Italië breken er wilde stakingen uit, er hangt een burgeroorlog in de lucht. Het verhaal wil dat de christendemocratische premier Alcide De Gasperi er niets beter op vindt dan een telefoontje te plegen naar Bartali, eveneens een overtuigde katholiek. De premier draagt hem op om ritten te winnen in de Tour, zodat de Italianen feest kunnen vieren in plaats van met elkaar in de clinch te gaan. Gino de vrome zal drie Alpenritten op rij winnen boven op het eindklassement van de Tour. Italië zal gespaard blijven van een burgeroorlog.

Geheimzinnige intriges

Uit de as van de Tweede Wereldoorlog laaien nog meer verhitte discussies op, maar waar er twijfels zijn gerezen over de landsgrenzen, schept het parcours van de Giro klaarheid. Zo kiest de organisatie in 1946 Trieste als aankomstplaats van een rit, terwijl Joegoslavië nog volop aanspraak denkt te kunnen maken op de grensstad. Op de Girokaart is Trieste een Italiaanse stad, terwijl het pas acht jaar later opnieuw officieel tot het Italiaanse grondgebied zal behoren.

Intussen was in het naoorlogse wielrennen tussen Bartali en Coppi een derde Italiaanse vedette opgestaan: Fiorenzo Magni. Hij zal op zijn beurt geschiedenis schrijven. Magni is in 1955 de eerste eindlaureaat van de Giro die niet door een fietsenfabrikant gesponsord wordt: op zijn shirt prijkt Nivea. In het zog van de crèmeproducent zullen steeds meer merken in het peloton verschijnen die in se niets met wielrennen te maken hebben. De hoge vlucht die deze vorm van sponsoring in Italië neemt, valt niet toevallig samen met het miracolo economico dat zich in die jaren voltrekt én met de opkomst van de televisie, een gedroomd platform voor merken.

'Francesco Moser kon profiteren van een helikopter die voor de nodige rugwind zorgde.'

Wat betekent de intrede van deze extrasportieve sponsors? Voor veel buitenlandse vedetten wordt Italië gaandeweg het land van melk en honing, ze stappen massaal over naar Italiaanse ploegen. De sponsor verlangt dat ze deelnemen aan de Giro, temeer omdat de Tour van zijn kant pas in 1969 definitief zal afstappen van de landenformule en merkenploegen zal toelaten. Voor eigen volk moeten de Italiaanse renners voortaan steeds vaker het onderspit delven. Het had lang geduurd eer er een straniero (niet-Italiaan) de Giro kon winnen - de Zwitser Hugo Koblet was in 1950 de eerste - maar in 1972 staat er voor het eerst in de geschiedenis van de Giro geen enkele Italiaan meer op het eindpodium.

Die buitenlandse dominantie wordt een doorn in het oog van de legendarische Girodirecteur Vincenzo Torriani, 44 jaar lang (tot 1992) het hoofd van de karavaan. Er breekt een periode aan van geheimzinnige intriges, waarvan de ware toedracht niet altijd achterhaald zal worden. Zo wordt achter de positieve dopingplas van Eddy Merckx in Savona tijdens de Giro van 1969 een manoeuvre gezien om de Italiaanse publiekslieveling Felice Gimondi in het roze te hijsen. Het zal Merckx niet beletten om vijf keer de Giro te winnen en mederecordhouder te worden met Alfredo Binda en Fausto Coppi.

Start in Washington?

Na een decennium van Belgische dominantie (behalve Merckx zegevierden eind de jaren zeventig ook Michel Pollentier en Johan De Muynck), paste de organisatie meer dan eens de ritten en reglementen aan de noden van de Italiaanse kandidaat-winnaars aan. Veelbesproken is de finale van de Giro in 1984, die net als dit jaar met een tijdrit in Verona eindigde. De Fransman Laurent Fignon verspeelde de laatste dag zijn roze trui aan Francesco Moser, die kon profiteren van een helikopter die voor de nodige rugwind zorgde.

Het zijn episodes die onderschrijven dat patriottisme ingebakken zit in de genen van de Giro. Die vaderlandsliefde heeft de organisatoren van de wedstrijd echter ook verblind. Hun protectionistische reflex is een belangrijke oorzaak van het feit dat de Giro op commercieel vlak vandaag niet eens meer tot aan de enkels van de Tour de France reikt. Terwijl in Parijs werd meegedanst op de golven van de globalisering plooide de Giro op zichzelf terug. Begin de jaren negentig kwamen de tv-rechten van de Giro in handen van Fininvest, de holding van Silvio Berlusconi, waardoor vele wielerliefhebbers buiten Italië enkele jaren verstoken bleven van beelden. Van 1994 tot 2007 werd de Giro steevast gewonnen door een Italiaan of een renner van een Italiaanse ploeg.

Het is nog maar enkele jaren dat de Giro uit zijn isolement is getreden, mede onder dwang van de ProTourhervorming. Terwijl in 2004 liefst elf van de negentien deelnemende ploegen Italiaans waren, zijn het er dit jaar nog slechts vier van de tweeëntwintig. Stilaan lijkt de Giro het conservatisme van zich af te werpen en durven de organisatoren de muren rond de natie te slopen. Niets te vroeg, nu de Italiaanse ronde de concurrentie moet dulden van de Ronde van Californië, een groeibriljant die voor het eerst ook in mei geprogrammeerd staat. Veelbetekenend is dat de Giro in 2012 mogelijk in Washington van start gaat. Een grand départ buiten Europa? Daar zouden de Italianen zelfs de vernuftige strategen van de grote Tour de loef mee afsteken.

Vorig jaar vierden de Italianen het eeuwfeest van hun Giro, volgend jaar herdenken ze de 150e verjaardag van hun land. De fascinerende maar weinig bekende geschiedenis van de wielerronde is verknoopt met die van het Italiaanse volk. Dries Vanysacker, professor geschiedenis aan de K.U. Leuven en auteur van diverse uitstekende wielerboeken, drukte die verwevenheid ooit als volgt uit: "De Giro is een soort maïzena voor de Italianen, die voor de rest net als de Belgen weinig natiegevoel kennen. Het is een natievormend instituut." Wanneer in 1909 welgeteld 127 renners in Milaan aan de start van de eerste Giro verschijnen, is Italië nog geen halve eeuw oud. De eenheidsstaat bestaat weliswaar op de landkaart, maar van een gemeenschapsgevoel is er onder de Italiaanse bevolking maar weinig sprake. Daarvoor hebben de in 1861 bijeengevoegde staten te lang een te uiteenlopende geschiedenis doorgemaakt. Op de koop toe ontbreekt het de jonge Italiaanse staat aan een gemeenschappelijke taal. De taal is het volk, maar waar de Girokaravaan in de pioniersjaren voorbijtrekt, weerklinkt lang niet overal de Italiaanse standaardtaal. Integendeel, het schiereiland vormt op dat moment nog een bonte lappendeken van dialecten. Vandaag lijkt het onwaarschijnlijk, maar nagenoeg veertig procent van de Italianen is analfabeet wanneer de Giro het levenslicht ziet. In Vlaanderen wordt wel eens beweerd dat Karel Van Wijnendaele, journalist en vader van de Ronde van Vlaanderen, zijn volk leerde lezen. Zonder te overdrijven kan worden gesteld dat ook in Italië de wielerverslaggeving in de geschreven pers heeft bijgedragen tot de alfabetisering van de bevolking - ook al zouden de radio en vooral de televisie nog veel krachtiger hefbomen vormen voor de verspreiding van de standaardtaal. Aan de hand van de levendige reportages over de Giro leerden veel Italianen ook de steden en historische monumenten van hun land kennen. Zoals alle wielerwedstrijden uit die tijd wordt ook de Giro geboren als marketingstunt van een krant. De organiserende Gazzetta dello Sport wil met een nationale wielerronde haar verkoop doen swingen, een doel dat ze ook zal bereiken. Bij het ontstaan van de Giro verschijnt de Gazzetta drie keer per week in een oplage van 100.000 exemplaren, in de jaren twintig is haar oplage al vervijfvoudigd en rolt ze dagelijks van de persen. Om de krant te promoten zal later de leider in de Giro een onderscheidende trui mogen aantrekken, die de roze kleur krijgt van het krantenpapier van de Gazzetta. Jef Demuysere is in 1933 de eerste Belg die deze eer te beurt valt, Rik Verbrugghe is sinds 2001 de laatste. Van bij zijn geboorte bakent het parcours van de Giro het territorium van de Italiaanse staat af en versterkt daarmee in de hoofden van de bevolking de geografische eenheid van het land. De redenering van de organisatoren is opnieuw commercieel: hoe uitgestrekter het parcours, hoe groter de potentiële lezers- en adverteerdersmarkt. Terwijl de Ronde van Italië voor sportwagens niet zuidelijker dan Rome liep, wagen de organisatoren van de wielerronde zich al in 1909 dieper in het land. Eerst tot in Napels, een paar jaar later al tot in de hiel van de laars, in 1930 tot in Sicilië. De Giro overstijgt op die manier in een jaarlijks weerkerend ritueel de tegenstelling tussen het geïndustrialiseerde noorden en het agrarische zuiden van Italië, een tegenstelling die tot op vandaag door de aderen van de Italiaanse samenleving stroomt. Zijn rol van nationaal instituut zal de Giro ook parten spelen. Hoewel politiek nooit hun eerste bekommernis was, raken de organisatoren er steeds meer in verstrengeld wanneer Benito Mussolini in 1922 de macht grijpt. De dictator loopt niet hoog op met de individuele wielersport, die hij als een symbool van armoezaaiers afschildert. Zijn verwijt is niet eens vergezocht: net als de Flandriens in onze contreien probeerden veel Italianen zich als renner in de Giro financieel en maatschappelijk op te werken. Maar ook de fiets zelf paste niet in Mussolini's visie op de moderne tijden, die volgens hem tot uitdrukking werden gebracht in de gemotoriseerde sporten. Het verhindert de Duce niet om de Giro in te schakelen in de propagandamachine voor zijn extreem-nationalistische gedachtegoed. Bij de Giropassage door Rome in 1928 stelt Mussolini met eigen ogen vast dat de wielerronde grote volksmassa's op de been brengt. Hij beseft dat de koers het collectieve bewustzijn van de jonge natie versterkt en daarom subsidies verdient. De organisatoren zullen de lires overigens in dank aanvaarden en de winstpremies voor de renners exponentieel doen toenemen. Tegelijk raken ze echter ook verstrikt in de netten van het fascistische regime. Tijdens de dictatuur van Mussolini verschijnt op de roze trui een roedebundel met bijl, symbool van het fascisme. De nieuwe autowegen die de Duce liet aanleggen, krijgen ter verheerlijking een plaats op het Giroparcours. De Terminillo, niet toevallig Mussolini's favoriete vakantieoord, wordt als decor gekozen voor de eerste klimtijdrit in de Giro in 1936. Tussen haakjes: op deze klim in de Apennijnen ligt volgende week zondag de eerste aankomst bergop van de Giro 2010. Zolang Mussolini in Italië de lakens uitdeelde, werden er in de Gazzetta dello Sport overwinningen behaald in zijn naam en tot glorie van het superieur gewaande Italische ras. Wielerjournalisten van de jaren dertig spelen in op het toenemende patriottisme, zelfs in hun taal, die ze zuiveren van woorden van vreemde origine. In de kolommen van de Gazzetta duiken steeds meer termen uit het oorlogsjargon op. De wielersport levert de jonge staat ook de nationale helden met wie het volk zich kan identificeren. Learco Guerra groeit uit tot de favoriet van het fascistische regime. Hij is in 1931 de allereerste renner die de roze trui om de lenden krijgt, behaalt in 1934 de eindzege en wint in zijn carrière liefst 31 Giroritten, goed voor de derde plaats in de ranglijst van alle etappewinnaars, achter Mario Cipollini (42 ritten) en Alfredo Binda (41). Mussolini aarzelt niet om de campionissimi in te spannen als ambassadeurs van de Italiaanse natie in het buitenland. Gino Bartali, nochtans een verwoed tegenstander van het fascisme, is de strijder die Frankrijk moet veroveren. De Toscaan won al twee keer de Giro, maar blijft er in 1938 op bevel van Mussolini himself weg om zich ten volle te kunnen toeleggen op de Tour, die hij dat jaar ook zal winnen. Bartali heeft echter de kans gemist om in één jaar de Giro en de Tour te winnen. Dat zijn rivaal Fausto Coppi daar in 1949 als eerste in zal slagen, maakt de pil alleen maar bitterder. Bartali, die de Giro in totaal drie keer wint, zal na de Tweede Wereldoorlog de Italiaanse samenleving lijmen wanneer die bij het ontluiken van de Koude Oorlog op barsten staat. Tijdens de Tour van 1948 wordt in Rome de communistische partijleider Palmiro Togliatti neergeschoten. Overal in Italië breken er wilde stakingen uit, er hangt een burgeroorlog in de lucht. Het verhaal wil dat de christendemocratische premier Alcide De Gasperi er niets beter op vindt dan een telefoontje te plegen naar Bartali, eveneens een overtuigde katholiek. De premier draagt hem op om ritten te winnen in de Tour, zodat de Italianen feest kunnen vieren in plaats van met elkaar in de clinch te gaan. Gino de vrome zal drie Alpenritten op rij winnen boven op het eindklassement van de Tour. Italië zal gespaard blijven van een burgeroorlog. Uit de as van de Tweede Wereldoorlog laaien nog meer verhitte discussies op, maar waar er twijfels zijn gerezen over de landsgrenzen, schept het parcours van de Giro klaarheid. Zo kiest de organisatie in 1946 Trieste als aankomstplaats van een rit, terwijl Joegoslavië nog volop aanspraak denkt te kunnen maken op de grensstad. Op de Girokaart is Trieste een Italiaanse stad, terwijl het pas acht jaar later opnieuw officieel tot het Italiaanse grondgebied zal behoren. Intussen was in het naoorlogse wielrennen tussen Bartali en Coppi een derde Italiaanse vedette opgestaan: Fiorenzo Magni. Hij zal op zijn beurt geschiedenis schrijven. Magni is in 1955 de eerste eindlaureaat van de Giro die niet door een fietsenfabrikant gesponsord wordt: op zijn shirt prijkt Nivea. In het zog van de crèmeproducent zullen steeds meer merken in het peloton verschijnen die in se niets met wielrennen te maken hebben. De hoge vlucht die deze vorm van sponsoring in Italië neemt, valt niet toevallig samen met het miracolo economico dat zich in die jaren voltrekt én met de opkomst van de televisie, een gedroomd platform voor merken. Wat betekent de intrede van deze extrasportieve sponsors? Voor veel buitenlandse vedetten wordt Italië gaandeweg het land van melk en honing, ze stappen massaal over naar Italiaanse ploegen. De sponsor verlangt dat ze deelnemen aan de Giro, temeer omdat de Tour van zijn kant pas in 1969 definitief zal afstappen van de landenformule en merkenploegen zal toelaten. Voor eigen volk moeten de Italiaanse renners voortaan steeds vaker het onderspit delven. Het had lang geduurd eer er een straniero (niet-Italiaan) de Giro kon winnen - de Zwitser Hugo Koblet was in 1950 de eerste - maar in 1972 staat er voor het eerst in de geschiedenis van de Giro geen enkele Italiaan meer op het eindpodium. Die buitenlandse dominantie wordt een doorn in het oog van de legendarische Girodirecteur Vincenzo Torriani, 44 jaar lang (tot 1992) het hoofd van de karavaan. Er breekt een periode aan van geheimzinnige intriges, waarvan de ware toedracht niet altijd achterhaald zal worden. Zo wordt achter de positieve dopingplas van Eddy Merckx in Savona tijdens de Giro van 1969 een manoeuvre gezien om de Italiaanse publiekslieveling Felice Gimondi in het roze te hijsen. Het zal Merckx niet beletten om vijf keer de Giro te winnen en mederecordhouder te worden met Alfredo Binda en Fausto Coppi. Na een decennium van Belgische dominantie (behalve Merckx zegevierden eind de jaren zeventig ook Michel Pollentier en Johan De Muynck), paste de organisatie meer dan eens de ritten en reglementen aan de noden van de Italiaanse kandidaat-winnaars aan. Veelbesproken is de finale van de Giro in 1984, die net als dit jaar met een tijdrit in Verona eindigde. De Fransman Laurent Fignon verspeelde de laatste dag zijn roze trui aan Francesco Moser, die kon profiteren van een helikopter die voor de nodige rugwind zorgde. Het zijn episodes die onderschrijven dat patriottisme ingebakken zit in de genen van de Giro. Die vaderlandsliefde heeft de organisatoren van de wedstrijd echter ook verblind. Hun protectionistische reflex is een belangrijke oorzaak van het feit dat de Giro op commercieel vlak vandaag niet eens meer tot aan de enkels van de Tour de France reikt. Terwijl in Parijs werd meegedanst op de golven van de globalisering plooide de Giro op zichzelf terug. Begin de jaren negentig kwamen de tv-rechten van de Giro in handen van Fininvest, de holding van Silvio Berlusconi, waardoor vele wielerliefhebbers buiten Italië enkele jaren verstoken bleven van beelden. Van 1994 tot 2007 werd de Giro steevast gewonnen door een Italiaan of een renner van een Italiaanse ploeg. Het is nog maar enkele jaren dat de Giro uit zijn isolement is getreden, mede onder dwang van de ProTourhervorming. Terwijl in 2004 liefst elf van de negentien deelnemende ploegen Italiaans waren, zijn het er dit jaar nog slechts vier van de tweeëntwintig. Stilaan lijkt de Giro het conservatisme van zich af te werpen en durven de organisatoren de muren rond de natie te slopen. Niets te vroeg, nu de Italiaanse ronde de concurrentie moet dulden van de Ronde van Californië, een groeibriljant die voor het eerst ook in mei geprogrammeerd staat. Veelbetekenend is dat de Giro in 2012 mogelijk in Washington van start gaat. Een grand départ buiten Europa? Daar zouden de Italianen zelfs de vernuftige strategen van de grote Tour de loef mee afsteken.